Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
2 juni 2026

Studentenleven
& Maatschappij

Heeft de wetenschap de luxe om een ‘pro-Israëlisch’ debat te weigeren?

Het boycotten van symposia getuigt van een fundamentele misvatting van de academische taak. Wetenschappelijke impact maak je niet door te zwaaien met vlaggen of standpunten te 'cancellen', maar door het voeren van een scherp en inhoudelijk debat, schrijft Galina Cornelisse.

Uitsluiting kan een middel zijn om ontmenselijking te ontmantelen, schreef collega Saramifar onlangs in een opiniestuk over het symposium The Risks of Weaponizing International Law dat afgelopen donderdag op de VU werd gehouden. Die stelling laat een overtuiging zien die ik vaker tegenkom op de campus: morele afkeuring is voldoende reden om niet te hoeven luisteren.

Maar die reflex geeft een verkeerd signaal aan onze studenten. Een universiteit moet studenten niet vertellen welke standpunten moreel correct zijn, maar ze leren hoe ze zelfstandig tot een oordeel komen. Het vermogen om kritisch na te denken en vervolgens zelf een oordeel te vellen vereist moed, in de vorm van bereidheid om argumenten aan te horen die men moreel verwerpelijk vindt, zonder onmiddellijk het gesprek te willen beëindigen. Collega’s die wederzijds oproepen tot het ‘cancellen’ van bijeenkomsten lijken steeds minder vertrouwen te hebben dat mensen, mits zij zorgvuldig luisteren en nadenken, zelf onderscheid kunnen maken tussen goede argumenten en slechte argumenten. Dat vermogen ontwikkelen we niet door de confrontatie met afwijkende meningen te vermijden, maar juist door ermee in gesprek te gaan.

Daarbij is het van belang dat we gebruik maken van onze specifiek academische vaardigheden. Een wetenschapper die denkt dat hij meer impact heeft door te zwaaien met een Palestijnse vlag op een vermeend ‘pro-Israël’ symposium, dan met het zorgvuldig voorbereiden van een aantal kritische vragen, is niet alleen lui, maar hij doet zijn eigen, cruciale rol in het maatschappelijke en politieke debat ernstig tekort.

Genocide

In deze tijd, waarin het internationale recht in toenemende mate onder druk staat, kunnen wetenschappers het zich niet permitteren om op te roepen tot het uitsluiten van stemmen die het huidige politieke beleid in belangrijke mate bepalen. Alleen daarom al gaat de vergelijking van het symposium van vorige week met Holocaustontkenning niet op – nog even los van de vraag wie nu echt denkt dat juist de vergelijking met de Holocaust tot een productieve dialoog gaat leiden.

De Holocaust is geen onderwerp van een juridische procedure voor het Internationaal Gerechtshof of het Internationale Strafhof. Bovendien, de houding van de Nederlandse overheid ten aanzien van die met overweldigend historisch bewijs gestaafde genocide is niet dubbelzinnig. Of je het nu leuk vindt of niet: de komende jaren zullen er juridische procedures worden gevoerd waar de vragen die door de sprekers op het symposium van vorige week werden besproken centraal staan: de intentie van de Israëlische autoriteiten voor wat betreft de grootschalige vernietigingen in Gaza, de proportionaliteit van burgerslachtoffers in het licht van de strategie en tactieken van Hamas, de betrouwbaarheid van het bewijs voor aantallen slachtoffers, en verschillende interpretaties van het internationaal recht.

Wat je in morele zin ook mag vinden van de argumenten die door de sprekers vorige week naar voren werden gebracht, je kunt er zeker van zijn dat ze zullen figureren in die procedures, alsook in het publieke en politieke debat. Als we studenten laten zien dat je dit soort argumenten weg kan zetten als moreel onaanvaardbaar zonder dat je je er inhoudelijk mee engageert, is dat bewijs voor een fundamentele misvatting van wat er moet gebeuren op een universiteit.

Ongenuanceerd

En jazeker, op het symposium van vorige week, dat tot doel had een andere, vaak onderbelichte kant van het debat te laten zien, liet een aantal van de sprekers zich uitermate ongenuanceerd uit. Dat is jammer, maar misschien niet zo verbazend. Door elkaar steeds maar moreel de maat te nemen, en van eenieder die zich in het debat mengt elke tweet en uitlating na te trekken en uitgebreid te becommentariëren, hebben collega’s die de nuance zoeken en veel zinnigs bij kunnen dragen, geen zin meer om zich in het debat te mengen.

Dat is zonde, want er zijn genoeg belangrijke vragen die een zorgvuldig debat verdienen. Zo’n debat zal de ‘tegenovergestelde kampen’ misschien niet dichter bij elkaar brengen in de zin van onderlinge overeenstemming, maar kan wel bijdragen aan begrip voor elkaars perspectief. Daarmee zorgt zo’n gesprek uiteindelijk ook tot effectievere deelname van wetenschappers aan het publieke debat en geloofwaardige kritiek op beleid. Denk aan de spanning tussen de brede internationale juridische consensus over de onrechtmatigheid van de Israëlische bezetting en nederzettingenpolitiek op de Westelijke Jordaanoever, en de beperkte bereidheid van Europese staten om het internationaal recht daadwerkelijk te handhaven. Of aan de rol van seksueel geweld in gewapende conflicten, met name in de context van 7 oktober, en de vraag in hoeverre het internationale (straf)recht in staat is deze vorm van bijzonder destructief geweld adequaat te adresseren.

Rechtsschendingen

Ook de stelling dat Israëls schendingen van het internationaal recht disproportioneel veel aandacht krijgen binnen VN-instellingen (of binnen het bredere publieke debat) verdient discussie, zeker in het licht van veranderende verhoudingen tussen wat ik hier gemakshalve maar even aanduid als de Global North and Global South. Hetzelfde geldt voor de vraag wat het huidige conflict ons leert over de precieze verplichtingen van derde staten zoals Nederland om ernstige schendingen van het humanitair recht door Israël te voorkomen, bijvoorbeeld ten aanzien van wapenexporten of andere vormen van militaire en economische samenwerking.

Door dit soort vragen op een respectvolle manier met elkaar te bespreken, bevorderen we niet alleen een serieus academisch debat, maar zorgen we er tegelijkertijd voor dat ons werk maatschappelijke en politieke impact heeft. Ik ga er de komende tijd graag over in gesprek met iedereen die dat wil.

Galina Cornelisse is hoogleraar Courts and Transnational Justice

4 reacties

  1. Ik vind het heel jammer dat je zo’n eenzijdig beeld presenteert van de reacties op deze conferentie. Je zet een aantal belangrijke dingen opzij en presenteert de protesterende collega’s en studenten als mensen die wetenschappelijk debat weigeren. Laat me een aantal dingen op een rij te zetten:

    1. De VU heeft richtlijnen (https://vu.nl/nl/medewerker/vergaderen-evenementen/bijeenkomsten-israel-palestijnse-gebieden) opgezet voor bijeenkomsten over ‘Israël/Palestijnse gebieden’. Zijn deze richtlijnen gerespecteerd door de organisatoren van de conferentie? Duidelijk niet. De bijeenkomst was niet inclusief. Er waren alleen pro-genocide sprekers. De bijeenkomst moest toegankelijk voor studenten en medewerkers van VU Amsterdam. Er was geen aanmeldingsformulier en de mensen die wilden die bijwonen zijn op het allerlaatste moment geïnformeerd dat er vrije plekken zijn (terwijl er veel plekken vrij waren). Volgens een eye-witness rapport (https://www.linkedin.com/pulse/participant-report-symposium-denying-genocide-vu-pepijn-brandon-0jfje/) waren de namen van de bekende pro-Palestijnse deelnemers gemarkeerd met rood op de lijst van deelnemers.

    2. Was de discussie tijdens deze conferentie georganiseerd volgens de bovengenoemde VU-richtlijnen? Je zegt dat pro-Palestijnse collega’s en studenten gingen naar de bijeenkomst met vlaggen en posters in plaats van debat voeren over belangrijke onderwerpen. Je vergist jezelf! Deze collega’s en studenten zijn met hun keffiyehs en vlaggen naar de ‘conferentie’ gegaan, niet om te schreeuwen, maar om kritische vragen aan de sprekers te stellen. Hun kritische vragen gingen precies over de onderwerpen die je noemt in je stuk. Hoe hebben de sprekers en de moderator van de bijeenkomst gereageerd op deze kritische vragen? Met ‘deep listening’ en bereidheid tot kennisuitwisseling zoals in de richtlijnen staat? Nee, integendeel hun reactie was intimidatie, dreigingen en geweld. Ik kan geen enkele woord hierover vinden in je stuk!

    3. Was kennisuitwisseling het doel van deze bijeenkomst? Helemaal niet! De sprekers waren geen wetenschappers die kennis kunnen overbrengen (ondanks hun mening), maar lobbyisten (zelfs met banden met de Israëlische leger…) die propaganda voor de Israëlische overheid wilden maken.

    4. Over het ‘cancellen’ van de bijeenkomst: het doel van de protesterende collega’s en studenten was niet zelf de bijeenkomst te cancellen. De bijeenkomst had door het College van Bestuur gecancelled worden omdat die niet aan de VU-regels en richtlijnen voldeed. Het CvB heeft meerdere keer voorwaarden gesteld aan bijeenkomsten van pro-Palestijnse VU medewerkers en studenten en zelfs bijeenkomsten verboden juist omdat (volgens het CvB) niet voldeden aan deze richtlijnen. Blijkbaar zijn deze richtlijnen niet van toepassing voor pro-Israel lobbyisten.

    5. Je zegt dat wij onze studenten moeten leren hoe ze “zelfstandig tot een oordeel komen”. Correct, alleen wij kunnen dit niet door neutraal en apathisch te blijven. Als wij e.g. studenten vertellen dat ze moeten wachten tot het definitieve oordeel van ICJ (terwijl medewerkers van ICJ onder sancties door de VS staan omdat ze hun werk doen…) om te beslissen dat Israël genocide pleegt dan zijn wij gefaald als docenten. Het werk van de wetenschapper en de docent was altijd verenigbaar met het hebben van een mening en niet met neutraliteit. Studenten kunnen veel meer leren denken door wij wetenschappers te zien met Palestijnse vlaggen, plakaten en luidsprekers (natuurlijk naast respectvolle en nuttige discussie in de klas voeren) dan ons zien alleen met eigen zaken te bemoeien en met ‘ja maar’ te reageren op anderen die iets vertellen die eigenlijk vanzelfsprekkend had moeten zijn in 2026 (dus, dat de genocide moet stoppen)!

  2. Dag Dimitris,

    Met uw reactie bevestigt u het punt dat professor Cornelisse hier maakt én gaat u tegelijkertijd voorbij aan de zeer welkome oproep voor een debat. Voor veel van de door u genoemde ‘feiten’ (bijvoorbeeld de cirkels om de namen of de mogelijkheid tot discussie) zijn heel veel andere verklaringen mogelijk dan die hierboven genoemde.

    Het punt dat professor Cornelisse maakt is dat het op zijn zachtst gezegd onverstandig is dat er aan het CvB wordt opgeroepen om conferenties te weigeren en om het debat daarmee te verstoppen. Professor Cornelisse nodigt u uit om het debat aan te gaan. U stelt de juiste wetenschappelijke argumenten te hebben om uw standpunt te verdedigen. Wat let u om met professor Cornelisse in (publiek) gesprek te gaan? Ik zou het zeer verwelkomen.

    • Beste Ruben,

      ik ga graag in gesprek met mensen die met hun volledige naam praten en schrijven.

      Met prof. Cornelisse ben ik al de discussie begonnen door een commentaar onder haar opinieartikel te schrijven. Als zij wil in een publiek gesprek gaan of een andere publieke discussie over de genocide in Gaza organiseren, doe ik graag mee.

      Groet,
      Dimitris

  3. Releasing the raw event recording will certainly clarify a lot (even if we cannot see everything but hopefully hear everything). You are entitled to your opinion. I was inside and share a different lived experience and ‘opinion’. I was made into a ‘problem’ by my very presence. I didn’t have to even open my mouth. I didn’t utter a word inside, except to gently ask my colleague “let’s go” because we were intimidated and I didn’t want this to escalate: we then left at the break because of the impossibility of dialogue. If asking a critical question or insisting to receive an answer when a response is evasive are met with responses like: ‘shut up or I will drag you out’ and shush from many people, is that a space for dialogue or is dialogue and ‘respect’ being weaponized here?

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht