25 procent van de academici heeft depressieve klachten, blijkt uit onderzoek van Joeri Tijdink, associate professor bij de afdeling Ethiek, recht en humaniora, Amsterdam UMC. Dat hierin verandering moet komen, vinden ook Martijn van der Meer van Promovendi Netwerk Nederland en Barbara Leitner, promovendus bij de afdeling Ethiek, recht en humaniora.
Bij NRIN-On-Tour, een initiatief van Netherlands Research Integrity Network, kaarten ze niet alleen het probleem aan, maar gaan ze ook op zoek naar een oplossing.
Jacintha Ellers, hoogleraar evolutionaire ecologie, toonde in haar column al aan dat mentale zorg voor promovendi hard nodig is. Tijdink laat in zijn Mental Health-thermometer zien dat het niveau van stress en de symptomen van depressie onder academici hoger zijn dan gemiddeld. Dat onder academici meer stress of een hogere kans op depressie kan ontstaan, komt niet alleen door het tijdelijke contract, maar ook door de druk om te publiceren en de eerste fases binnen een onderzoekerscarrière.
Leitner heeft het over het Imposter Phenomenon. Binnen dit concept belandt de onderzoeker in een spiraal waarbij hij/zij bang is om afgeschreven te worden als fraudeur. De gevolgen hiervan zijn een laag zelfvertrouwen en depressie. Leitner vindt het hard nodig om de cultuur rondom onderzoek te verbeteren. Een inclusieve, ondersteunende omgeving en een open, transparante communicatie leiden tot een betere mentale gezondheid, stelt zij.
Tijdink stelt vier oplossingen voor. Ten eerste vraagt hij om een verbetering binnen de onderzoekscultuur. Niet alleen op individueel niveau, maar ook op institutioneel en nationaal niveau. Daarnaast pleit hij voor meer baanzekerheid voor academici. Uit zijn onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen tijdelijke contracten en een slechtere mentale gezondheid. Als derde oplossing denkt Tijdink aan een beter sociaal vangnet, door bijvoorbeeld vanuit het management meer vrije tijd aan te moedigen. Tot slot stelt hij voor om niet alleen de negatieve aspecten van onderzoek te benoemen, maar ook nadenken over hoe onderzoek belonend kan zijn.
Van der Meer denkt vooral aan een verbetering van mentale gezondheid op nationaal niveau. Hij pleit voor een herinrichting van de financiering, zodat de capaciteit binnen universiteiten verbetert. Hierdoor kunnen promovendi de ondersteuning krijgen die ze hard nodig hebben. Dit verlaagt de kans op stress en depressie.
Het is ondertussen duidelijk welke stappen nodig zijn om de mentale gezondheid te verbeteren. Hopelijk worden die ook snel geconcretiseerd in het VU-beleid, opdat de huidige en toekomstige onderzoekers beter in hun vel komen te zitten.