Zonder overdrijven durf ik rustig te stellen dat promovendi de werkpaarden van de wetenschap zijn, net als postdocs trouwens. Zij doen het grootste deel van het onderzoek, produceren artikelen in industriële hoeveelheden en begeleiden ondertussen ook nog eens vele studenten. Promovendi hebben dan wel een tijdelijke aanstelling, zij zijn een structurele werkkracht die de universiteit draaiende houdt en de toekomst van de wetenschap vormt.
En toch zijn ze binnen datzelfde systeem de meest kwetsbare groep. Promoveren is geen baan met vaste kaders. Het is een langdurige tocht door onzekerheid, prestatiedruk en vaak eenzaamheid. Wanneer is het proefschrift goed genoeg? Tot drie uur ’s nachts achter de laptop met een halflege koffiemok en een deadline die gisteren al verstreek, maar falen voelt zelden als een optie. Met zulke arbeidsvoorwaarden is mentale ondersteuning geen overbodige luxe, maar een basisvoorwaarde om überhaupt te kunnen functioneren.
Toch denkt onze Vrije Universiteit daar anders over. In een zeldzame demonstratie van kortetermijndenken heeft het CvB de toegang tot psychologische hulp voor promovendi simpelweg geschrapt. Al meer dan een jaar is binnen de VU geen specifieke promovendi-psycholoog beschikbaar. Het gevolg is dat promovendi voortaan moeten aankloppen bij de huisarts, met wachttijden die oplopen tot maanden. Voor iemand met een contractduur van vier jaar is dat geen wachttijd, maar een afgrond met desastreuze gevolgen voor het promotietraject.
Het signaal dat hiervan uitgaat is glashelder: mentale gezondheid is geen prioriteit, zelfs niet voor mensen die de toekomst van de wetenschap vormen. Het is een kortzichtige visie die getuigt van een schrijnend gebrek aan strategisch denken. Een keuze voor minimaal gewin op de korte termijn, ten koste van de denkkracht van morgen.
Daarom zou ik willen roepen: Hora est! Het is tijd om de mentale zorg voor promovendi weer op peil te brengen. Dat is geen pleidooi voor luxevoorzieningen, maar voor intelligent beleid. Als promovendi het fundament vormen van academisch onderzoek, behandel ze dan ook zo. Koester ze, investeer in ze, bescherm ze tegen de structurele druk die het systeem zelf creëert. Want wie vandaag bespaart op hun mentale zorg, snijdt morgen in de kwaliteit en duurzaamheid van wetenschap.