Wetenschappers die actief zijn in de medezeggenschap, moeten daarvoor de ruimte krijgen van hun collega’s en leidinggevenden. In de praktijk leidt dat nogal eens tot problemen, bijvoorbeeld wanneer een onderzoeker jaarlijks 100 uur minder tijd krijgt toebedeeld voor onderzoek en dus haar werk niet goed kan doen.
Zo’n onderzoeker wordt benadeeld, vindt de ondernemingsraad, en dat mag niet volgens de Kaderregeling medezeggenschap Vrije Universiteit, artikel 1.7. De VU zou dat centraal duidelijk moeten maken aan alle faculteiten en afdelingen, eist de ondernemingsraad. In een vergadering met het college van bestuur en de OR leidde dat tot een bozige discussie.
Volgens het CvB is het allemaal ingewikkelder dan de OR het doet voorkomen en moet de zaak eerst goed uitgeplozen worden. “Elke faculteit heeft zijn eigen regelingen en daarnaast moeten we uitzoeken hoe het wettelijk precies zit”, legt een bestuurssecretaris van het CvB later telefonisch aan Ad Valvas uit. “Bovendien mogen medewerkers die actief zijn in de medezeggenschap niet worden benadeeld, maar hun collega’s ook niet. Hun taken mogen niet verzwaard worden vanwege een regeling met een OR-lid.”
Wetenschappers ondervertegenwoordigd
De OR duurt dit allemaal te lang. In de afgelopen jaren zouden verschillende wetenschappers de OR hebben verlaten omdat hun leidinggevenden hen niet de benodigde compensatie in uren zouden hebben gegeven. Dat is ernstig, want in de OR, die de belangen van alle medewerkers van de VU behartigt, is het ondersteunende personeel al jaren oververtegenwoordigd. Wetenschappelijk personeel, dat al te maken heeft met een onaanvaardbaar hoge werkdruk, heeft simpelweg de tijd niet voor medezeggenschap.
Het lukte het CvB niet de OR duidelijk te maken dat het tijd kost om tot een oplossing te komen. Eén OR-lid werd er emotioneel door. Zij is het die het met 100 uur minder onderzoekstijd moet doen. Bovendien zouden mensen van HRM specifiek naar haar onderzoek hebben gedaan onder haar collega’s, die zouden hebben gezegd geen baat te hebben bij een collega die actief is in de medezeggenschap.
Verschil van mening
De sfeer werd er niet beter op toen de directeur van HRM, die ook aanwezig was, zei dat er nou eenmaal verschil van mening was over de gang van zaken rond dit OR-lid. Dat versterkte slechts het algemene gevoel bij de OR dat leidinggevenden de regeling rond medezeggenschapsleden naar eigen goeddunken interpreteren, en zelden in het voordeel van het medezeggenschapslid.
De discussie werd afgekapt vanwege tijdsdruk, het feit dat het nooit over individuele gevallen mag gaan en omdat de discussie in een “hullie-zullie” dreigde te verzanden, in de woorden van CvB-voorzitter Margrethe Jonkman. Ze drukte de OR op het hart dat OR-leden die zich benadeeld voelen, zich tot de HRM-directeur moeten wenden.