Afgelopen december kreeg C&M-medewerker Houkje Vlietstra een wat treurig kerstcadeau van haar baas, de VU. Per 1 mei 2026 was ze boventallig verklaard. Drie weken voor haar pensioen zou ze na 44 jaar trouwe dienst aan de kant worden gezet. Ze vond het heel erg. Maar, zei haar leidinggevende: “Het moet van HRM.”
Ze vindt het een “onnodig diepe belediging” en dom bovendien. “Financieel levert het ze niks op.” Nog absurder werd het toen ze tijdens dat boventalligheidsgesprek hoorde dat ze per 1 mei in aanmerking zou kunnen komen voor een van de nieuwe banen bij Communicatie & Marketing. “Heel surrealistisch natuurlijk als je op 22 mei 67 jaar wordt.”
Vlietstra uitte haar ongenoegen in een bericht op LinkedIn, waar ze meer dan 50.000 views scoorde, honderden reacties en 85 commentaren kreeg van mensen die net zo geschokt waren als zij. Emeritus hoogleraar oude geschiedenis Bert van der Spek foeterde: ‘Dat krijg je ervan als je keihard afscheid neemt van de christelijke idealen van de universiteit: compassie, zorg voor de medemens, strijd tegen egoïsme.’
“Pure dommigheid”, zegt ze. Inmiddels heeft ze een keurige pensioensbrief waarin staat dat haar dienstverband per 21 mei eindigt. Ze draagt de VU niks na, want “ik ben dol op de VU.”
‘Ik kan niet tegen onrecht’
Ze vroeg zich wel af of haar ontslag, drie weken voor haar pensioen, “een trap na” was geweest vanwege haar “kritische grote bek”. Want ja, Vlietstra heeft van haar hart nooit een moordkuil gemaakt en als ze vindt dat de VU iets niet goed doet, mag iedereen dat horen. Maar met haar pensioen in zicht lijkt ze milder te zijn geworden, want, zegt ze: “Uiteraard heb ik ook fouten gemaakt.”

Vuurtje opstoken
Als lid van de ondernemingsraad (OR) kreeg ze ruzie met de directeur van HRM. Dat liep zo hoog op dat ze uit de OR stapte. Daar is ze nog wel steeds boos over. Ze heeft altijd aan de bel getrokken als het ging om de rechten van werknemers en studenten. Als OR-lid, gewoon als collega, maar ook als lid van het Lokaal Overleg van de FNV, dat landelijke kaderregelingen in de cao vertaalt naar de werkvloer van de VU. Als het ging over ouderschapsverlof, vrije dagen, een sociaal plan bij reorganisaties. “Ik heb het altijd leuk gevonden om er voor collega’s uit te halen wat eruit te halen viel”, vertelt ze.
Bijvoorbeeld als ze op hun vrije zaterdag moeten werken vanwege een bachelorvoorlichtingsdag. “Dan hebben ze recht op anderhalf uur compensatie per gewerkt uur en na 16 uur zelfs op twee uur. Dat weten mensen vaak niet, maar Vlietstra wijst dat dan aan in de cao.
Ze stookt het vuurtje graag op, zegt ze. “Ik kan niet tegen onrecht.” Soms heeft ze dan een conflict. “Als je zo’n grote bek hebt als ik, krijg je weleens herrie”, zegt ze daarover. Soms vindt ze dat collega’s hun mond niet genoeg opendoen. “Er zitten helaas ook bange mensen in de OR”, oordeelt ze.
Seksuele intimidatie
Ze kwam dus 44 jaar geleden, in december 1981, bij de VU werken, waar ze net klaar was met haar kandidaatsexamen geschiedenis. Ze kreeg een baantje bij de voorloper van de dienst Communicatie & Marketing, het VU Informatiecentrum. Ze verzorgde de knipselkrant en las alle dagbladen, “zelfs de feuilletons in het Reformatorisch Dagblad”, om daar de berichten uit te knippen die relevant waren voor de VU. Tweeëntwintig was ze, streng protestants opgevoed maar wel samenwonend met wie later haar echtgenoot zou worden. Als VU-werknemer werd je toen geacht de doelstelling van de VU te ondertekenen, op de VU werkte je voor ‘God en zijn wereld’.
‘Als vrouw ben je vogelvrij’
Ze werd bepoteld door haar baas, hoofd van het bureau Pers & Voorlichting. “Losse handjes”, noemt ze dat. “Hij was ook lid van de ‘natte gemeente’, dat betekent dat hij wel van een borrel hield. Die ongewenste intimiteiten vielen ook andere jonge vrouwen aan de VU ten deel. “Je was als vrouw vogelvrij”, aldus Vlietstra. Ze bedenkt zich even: “Nog steeds is dat zo. Ook in de wetenschap valt het niet mee om een vrouw te zijn. Veel mannen denken dat ze zich alles kunnen permitteren wanneer een vrouw afhankelijk van hen is.”
Toen ze trouwde, hielden de ongepaste aanrakingen op. “Ik was toen van een andere man, en dan mocht dat blijkbaar niet meer.” Ze heeft nooit een klacht tegen hem ingediend. “Aan wie moest je zoiets vertellen?”, zegt ze. “Ik huilde weleens uit bij een collega die er ook last van had.”
Gouden kooi
Als student was ze al activistisch. “Ik deed twee keer mee met een bezetting van de VU.” Waar het om ging, staat haar niet meer zo scherp voor de geest. “Iets met verhoging van het collegegeld.” Ze was actief voor de SRVU en zat in de subfaculteitsraad. Ze was een van de weinige vrouwen die geschiedenis studeerden. “In die tijd zeiden ze dat als je aan de man wilde, je geschiedenis moest gaan studeren.”
Ze ontmoette aan de VU inderdaad haar toekomstige man en stopte met haar studie nadat ze haar kandidaatsdiploma haalde, zeg maar het huidige bachelordiploma. “Ik wilde baby’s”, zegt ze. Die baby’s kreeg ze, drie kinderen, onder wie een tweeling, binnen twee jaar. De baby’s kregen zelf weer baby’s, waar Vlietstra ook altijd op heeft gepast.
Passieloos werken
Haar familie is belangrijk voor haar, en daarom was het werken aan de VU ideaal. “Bij de VU kon altijd alles. Om half drie weg om je kinderen van school te halen, jarenlang heb ik 16 uur per week gewerkt, je had veel vakantiedagen en goede secundaire arbeidsvoorwaarden. De VU is eigenlijk een gouden kooi, wat dat betreft.” Ze voegt daar nog aan toe: “Voor het ondersteunend personeel.”
Ze heeft altijd met plezier gewerkt en nooit minder dan haar best gedaan, maar ze kwam eens in opstand toen de VU tegen haar personeel begon te ronken over duurzame inzetbaarheid, je constant ontwikkelen en ambities realiseren. “Waarom is het niet meer genoeg als je je vak verstaat”, zei Vlietstra destijds tegen Ad Valvas. “Er wordt ook altijd verwacht dat je je werk met passie doet. Sodemieter op! Mag ik alsjeblieft passieloos mijn werk doen?”
Ze doorbrak een taboe en zegt dat ze ontzettend veel reacties van mensen kreeg die er ook zo over dachten. “Zelfs hotemetoten aan de VU schreven me dat ik gelijk had. Werken doe ik om te leven, en ik doe het met plezier, maar mijn werk is niet mijn leven. Mijn familie is mijn leven.”
Houkje is heel belangrijk geweest voor de personele voorwaarden op de VU. Misschien een beetje hoekig in de omgang, maar zeer effectief. Het ga je goed, Houkje!
Houkje ken ik van het forensen naar de VU campus vanuit de Zaanstreek. Onderweg vaak goede discussies, geëngageerd en maatschappijkritisch. Helaas is de wereld er niet beter op geworden en is maatschappelijke betrokkenheid belangrijker dan ooit. Maar Houkje, geniet, desondanks, van je welverdiende pensioen!
Wat een leuk interview! Zo is ze ten voeten uit. Ze is luid, duidelijk, recht voor z’n raap en zo oprecht als je maar zou willen. Geen dubbele agenda: ze staat voor wat ze zegt. Ruwe bolster en een enorme blanke pit. Ik heb fijn met haar samengewerkt en ook zo gelachen af en toe. De VU verliest aan haar een waardevol en geliefd medewerker. Ze zal zeker gemist worden!