Al ruim een half jaar hing de bezuinigingsopdracht als een donkere wolk boven het CIS. En nu blijkt het zwartste scenario inderdaad waar te worden: het bestuur is voornemens om het centrum in zijn huidige vorm op te heffen.
Twaalf medewerkers (9,46 FTE) verliezen daarmee hun baan. ‘Voor een deel van de medewerkers zijn er mogelijk opties om binnen de nieuwe inrichting of elders binnen de VU te worden herplaatst. Voor medewerkers voor wie geen passende plek beschikbaar is, gelden de afspraken uit het Sociaal Plan en is begeleiding naar ander werk beschikbaar. De betrokken medewerkers zijn vandaag geïnformeerd tijdens een plenaire bijeenkomst en individuele gesprekken’, staat in het persbericht van de VU.
De VU wil het inhoudelijke deel van internationale samenwerking voortaan onderbrengen bij de faculteiten en het organisatorische deel bij de diensten. Uitgangspunt wordt daarbij internationale samenwerking ‘zo direct mogelijk aan te laten sluiten bij de bestaande organisatie van onderwijs, onderzoek en ondersteuning binnen de VU.’ De opheffing van CIS is onderdeel van de zogeheten bijsturingsopgave voor de gehele VU.
Verlies van netwerk en inkomsten
Al langere tijd vindt de VU het CIS te duur. Het tekort bedraagt jaarlijks zo’n 2,5 ton op een begroting van 1,3 miljoen euro. Het bestuur heeft geprobeerd om het centrum als geheel onder te brengen bij een van de faculteiten, maar niemand wilde het CIS hebben.
Het CIS kost veel, maar het centrum levert ook veel geld op voor de rest van de VU. Met de opheffing van CIS gaat veel kennis en een groot netwerk in opkomende landen verloren, waarschuwden deskundigen afgelopen voorjaar al. De afgelopen tien jaar heeft het CIS bijgedragen aan de financiering van 65 promotieplekken aan verschillende faculteiten. Ook hielp CIS bij het binnenhalen van 40 miljoen euro aan projecten en zo’n 14 miljoen euro aan externe financiering. Wat er overblijft van deze inkomstenstroom als het CIS daadwerkelijk wordt opgeheven is onzeker.
Advies ondernemingsraad
Het plan om CIS op te heffen heeft de status van voorgenomen besluit. Medewerkers krijgen de gelegenheid om te reageren, en ook de Ondernemingsraad (OR) moet nog advies uitbrengen. Eerder liet de OR zich kritisch uit over het plan.