Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
26 mei 2024

Campus
& Cultuur

Links Yamen Hrekes, daarnaast Kees Boersma

‘Mijn familie had niks, dus alles wat ik had was luxe’

Hoofdgebouw, zaal 06A32, donderdagmiddag 29 juni: seminar over resilience

In het rijtje sprekers bij een seminar over burgers in conflictsituaties zit een Syrische student, Yamen Hrekes. Hij mag als tweede, na een introductie over het onderwerp (“Resilience is hoe mensen, organisaties en overheden het hoofd bieden aan onzekerheden en ontregelingen.”). Hrekes vertelt dat hij vier jaar voor de oorlog in Syrië begon Aleppo verliet om te studeren in Kroatië.

“Ik had nooit verwacht dat mijn mooie land verwoest zou worden, zoals nu gebeurt”, zegt hij. Als hij vertelt dat 2011 zo’n zwaar jaar voor hem is geweest, toen het conflict begon, moet hij even ophouden met praten. Hij slikt. “Hoe kon ik lol hebben als mijn familie alleen maar bang was? Hoe kon ik de telefoon gebruiken als mijn familie dat niet kon?”

Vergiftigd water

Hij vertelt dat zijn moeder vier maanden erg ziek was omdat ze water had gedronken dat vergiftigd was. Hij vertelt dat zijn broer ternauwernood ontsnapte aan een kogel toen die in een schietpartij op straat terechtkwam. Hij vertelt dat zijn vader een andere schietpartij in de buurt overleefde. “Ik kon niet naar buiten om iets leuks te gaan doen, want alles wat ik had was luxe.”

Maar langzaam vonden hij en zijn familie manieren om ermee om te gaan, om ‘resilient’ te worden. “Alle bankrekeningen van Syriërs in het buitenland werden bevroren, dus mijn familie kon me opeens geen geld meer sturen. We vonden iemand in Kroatië die juist geld wilde sturen naar Syrië en organiseerden dat hij mij geld gaf en mijn familie gaf zijn bekenden in Syrië evenveel geld. Ik leefde steeds goedkoper, maar het einde kwam toch echt in zicht.”

Goedkoopste stad

Het keerpunt kwam toen hij werd gebeld door een non uit een klooster in Syrië (zijn familie is christelijk): “Hoe gaat het met je? Hoe is je financiële situatie? Wat kunnen we doen om te helpen?” Hrekes: “Wat zou mij als 23-jarige jongen helpen? Een zak geld?” Nee, vindt hij. Dat helpt niet op de lange termijn, want geld raakt op. De non belde na twee dagen terug: “Er is een kleine stad in Bosnië, daar kun je als student het goedkoopst leven.”

“Vanwege de aanmelddeadline moest ik binnen twee dagen beslissen of ik alle plannen voor mijn leven zou stopzetten, een nieuwe taal zou moeten leren en al mijn vrienden zou verlaten, om te slapen in een slaapzaal en ergens te studeren waar ik niet zelf voor gekozen had. Ik heb het gedaan, en ik ben de nonnen dankbaar. Ze hielpen me op een goede manier. Geen zakken rijst of ander voedsel en geen geld. ‘Geef een arme een vis en hij heeft twee dagen te eten, geen hem een hengel en hij kan de vis zelf vangen.’ Dat is het allerbelangrijkst.”

Zware kluif

Terwijl zijn boodschap, die meer een oproep was, nog nagalmde in de zaal, nam een Britse hoogleraar al het woord. Hij hield een zeer theoretisch betoog over resilience in de context van beleidsmakers, en dat klinkt even abstract als het was. Ongetwijfeld interessant voor de politicologen onder de tien toehoorders, maar een zware kluif voor de rest.

Uiteindelijk ging het meer wetenschappelijke deel van de bijeenkomst over de vraag die wetenschappers altijd graag het eerst beantwoord zien: wat is resilience precies – hoe redden burgers zichzelf in moeilijke situaties? En hoe kunnen overheden en hulporganisaties daarop inspelen?

Autozeil als tent

Organisatiewetenschapper Kees Boersma sprak over zijn onderzoek naar de rol van hulporganisaties na de zware aardbeving in Nepal: “Direct na de aardbeving was de eerste behoefte van mensen om onderdak te vinden buiten de gebouwen, want die waren onveilig. Een tent werd het belangrijkste bezit. Een inwoonster van Kathmandu blogde later dat haar buurman een zeil had voor over zijn auto. Daar konden ze onder slapen. Die improvisatie is een mooi voorbeeld van resilience. Maar wat krijg je zodra de eerste officiële hulporganisaties het rampgebied betreden? Voor hen is het dekzeil van een auto geen tent, dus deze oplossing past niet in hun plannen voor het gebied. Hoe ga je daar als organisatie mee om? Het is zeker geen goed plan om die eerste lokale initiatieven te frustreren, maar dat gebeurt de hele tijd.”

Drones 

Als oplossing, en de Britse hoogleraar betoogde ook dat de humanitaire hulp die kant op gaat, zoekt men het in het veel beter in kaart brengen van wat er al is in een rampgebied of conflictzone, wat de inwoners zelf al hebben opgezet en waar ze nog behoefte aan hebben. Data dus. Geen rijst of vis, maar drones boven vluchtelingenkampen en grote hoeveelheden cijfers op spreadsheets – al gaat er wel wat privacy mee verloren. Om iedereen de hengel te kunnen geven die hij of zij nodig heeft.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Velden met een * zijn verplicht
** je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.