NIEUWS

Vier VU-women praten nog wat na
Campus 26 oktober 2017

Een lichte voorkeur voor witte mannen

“Misschien moet de VU een poosje stoppen met het aannemen van mannen”, opperde theoloog Marianne Moyaert gistermiddag met gevoel voor ironie op een bijeenkomst van het vrouwennetwerk aan de VU, WO/MEN @ VU. “Het is de afgelopen vijftig jaar met vrouwen gedaan, dus waarom zou dat nu niet met mannen kunnen?”

Het was de tweede bijeenkomst van het netwerk, in het kantoor van de Green Office, waar zo’n dertig VU-medewerkers, voornamelijk vrouwen, zich hadden verzameld. Het was een sessie in het kader van het Johanna Westerdijk-jaar, naar de eerste vrouwelijke hoogleraar die precies honderd jaar geleden werd aangesteld. Er was een panel met behalve Moyaert ook econoom Sylvia van de Bunt en criminoloog Catrien Bijleveld. De nieuwe directeur Human Resource Management, Renée-Andrée Koornstra, leidde het gesprek. Advalvas pikte het laatste halfuur van een discussie mee, over het glazen plafond dat ook aan de VU nog bestaat.

De VU streeft naar een percentage van twintig procent vrouwelijke hoogleraren in 2020, maar kennelijk gaat dat niet zo eenvoudig. Koornstra, die zei voor de VU te zijn gaan werken omdat die volgens haar daadwerkelijk ernst maakt van haar diversiteitsbeleid, vertelde dat ‘implicit bias’ een belangrijke hindernis vormt. Witte mannen nemen witte mannen aan, omdat ze zichzelf herkennen in die andere witte mannen.

Witte mannen

Ook Koornstra zelf heeft, zo bleek toen ze herhaaldelijk de beroemde impliciete associatie-test van Harvard had gedaan, een hardnekkige lichte voorkeur voor witte mannen. “Maar als je je daarvan bewust bent, kun je dat in je voordeel laten werken”, zei ze. “Door extra kritisch te zijn, jezelf te vragen waaróm je hem beter vindt dan haar, mensen nadrukkelijk op hun werk te beoordelen.”

Vrouwen wórden niet alleen buitengesloten, ze sluiten zichzelf ook uit, aldus Catrien Bijleveld. Ze vertelde hoe ze zelf altijd meteen na het werk naar huis haastte om de kinderen van de crèche te halen en haar gezin te managen, precies op het moment dat haar mannelijke collega’s elkaar in de “wandelgangen” ontmoeten en hun dingetjes bespraken. “Dat zijn de momenten waarop de belangrijke beslissingen worden genomen.” Moyaert had dat ook ontdekt: de mannen nemen de beslissingen als de vrouwen er niet bij zijn. Omdat ze part-time werken, of omdat ze de kinderen moeten ophalen.

Sylvia van de Bunt wees erop dat ook "het systeem" het voor vrouwen moeilijker maakt carrière te maken: omdat ze vaak part-time werken, publiceren ze minder artikelen in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften, een doorslaggevende factor bij de doorstroom naar een hoogleraarschap. De VU zou volgens haar ook daar eens moeten gaan kijken, naast het instellen van een quotum voor vrouwen.

Vrouwelijk talent

Vaak wordt als argument tegen zo’n quotum ingebracht dat vrouwen daardoor niet serieus worden genomen. Moyaert, die aanvankelijk is aangesteld in het kader van het Fenna Diemer-Lindeboom-programma om vrouwelijk talent binnen te halen (ze is inmiddels een reguliere hoogleraar) vertelde dat ze inderdaad met die vooroordelen werd geconfronteerd, maar dat ze zich daar weinig aan gelegen laat liggen. “Het is aan de VU om te laten zien dat het aannemen van vrouwen meer dient dan alleen de ‘window-dressing’.”

Iemand in het publiek zei dat diversiteitsbeleid zich vooral richt op vrouwen, terwijl een aantal maatregelen ten aanzien van mannelijke medewerkers vrouwen ook kunnen helpen carrière te maken. Waarom is het bijvoorbeeld altijd de vrouw die de kinderen moet halen? Maak het normaler voor mannen om part-time te werken en ouderschapsverlof op te nemen, en het geeft de ruimte aan vrouwen om full-time te werken.

Koornstra heeft precies zo’n man, zei ze. Hij is minder gaan werken om voor hun kind te zorgen, waardoor zij carrière kon maken. Ze werkt nu meer dan hij,  verdient meer en bekleedt een hogere positie, maar dat vindt-ie prima. “Trouw met de juiste man”, was Koornstra’s advies.

Moyaert drukte de vrouwen op het hart om er niet bij voorbaat al vanuit te gaan dat ze iets niet kunnen. Mannen hebben daar zelden last van. “Zelfs als je denkt dat iets moeilijk is, probéér het gewoon. Je terugtrekken kan altijd nog.”

Peter Breedveld
BEELD: Peter Breedveld

hits 19

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.