Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
18 mei 2024

Wetenschap
& Onderwijs

Bijleggen ruzie levert unieke Romeinse goudschat op

Het bijleggen van een jarenlange ruzie tussen archeologen en detectorzoekers leverde goud op. Letterlijk: in de Betuwe werd een unieke Romeinse goudschat gevonden én gemeld.

“Zoeken met een detector zat jarenlang in de criminele hoek”, vertelt VU-archeoloog Stijn Heeren. “Van de wet mocht het zelf opgraven niet. Archeologen en detectorzoekers hadden lang ruzie. Archeologen vonden dat de detectorzoekers alles in de grond moesten laten zitten.” Nu de wet veranderd is, hebben de archeologen hun houding aangepast. Twee maanden na legalisatie van het detectorzoeken in 2016 begon de VU het Pan-project. Hier kunnen amateurs hun vondsten melden.

Romeinse munten

Meteen de eerste maand was het raak: drie detectorzoekers meldden de vondst van 41 munten in de Betuwe. Stijn Heeren, Nico Roymans en hoofd archeologie vande Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Jos Bazelmans organiseerden een opgraving.

Het is met recht een unieke vondst. Vlak voor het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in 476 v.C. was het westelijk deel al in kleine koninkrijkjes uiteengevallen. “Wij dachten dat de Romeinen zich al niet meer met dit gebied bezighielden.”

Krijgers

De goudschat bewijst dat de Romeinen rond 460 v.C. nog voldoende in dit deel van Europa geïnteresseerd waren om de steun van groepen krijgers te kopen. Het waren deze krijgers die de munten begroeven.

Krijgers begroeven hun schat, soms als spaarpotje, soms om de goden te eren“Goud werd in deze tijd niet meer voor het gewone economisch verkeer gebruikt: daarvoor werd brons gebruikt. Goud was voor de grote bedragen én als relatiegeschenk.” Het vinden van een goudschat is daardoor niet ongewoon. Krijgers die betaald kregen in goud, begroeven de schat vaker. Soms als spaarpotje, om het later weer op te graven, en soms om de goden te eren.

Het begraven van goud als gift aan de goden, werd vaak op bijzondere plekken in het landschap gedaan.  Toen Heeren en Roymans op mensenbotten stuitten, dachten ze eerst dat het goud tegelijkertijd met de dode als grafgift begraven was.

In het laboratorium bleken –verrassing!– de botten uit de Bronstijd te komen, ongeveer 1800 v.C. De lokale krijgers begroeven in de Romeinse tijd hun schat dus in een veel oudere grafheuvel, zonder te weten wat de functie van die bult in het landschap was. Omdat de grafheuvel in de negentiende eeuw tot landbouwgrond was omgespit, was ook bij archeologen niet bekend dat op die plek een grafheuvel gestaan had. Twee archeologische ontdekkingen voor de prijs van één dus.

Verdeling van de buit

Alles leuk en aardig, maar levert die goudschat eigenlijk nog wat op? En wie profiteert daarvan? “De wet zegt dat de detectorzoekers de vondst met de eigenaar van het land moeten delen. Dat gebeurt niet altijd, sommige zoekers steken de vondst in hun zak en melden het niet bij de landeigenaar.”

‘Ik ben een archeoloog, geen veilingmeester.’ Gelukkig voor Roymans en Heeren besloten de drie detectorzoekers hun vondst niet alleen met de eigenaar van het land te delen, maar seinden ze ook het gloednieuwe meldpunt voor zulke vondsten in. “Dat is hartstikke goed voor de wetenschap.”

Rijk zullen de vier eigenaren van de munten er niet van worden. Ze gaven hun vondst langdurig in bruikleen aan Museum Het Valkhof dat een uitgebreide collectie Nederlandse bodemvondsten heeft. Erg rijk zouden ze er sowieso niet van zijn geworden. “Het gaat om de wetenschappelijke waarde.” Heeren speculeert niet over de financiële waarde ervan. “Ik ben een archeoloog, geen veilingmeester.”

Één reactie

  1. De lokale krijgers wisten “dus” niet wat de functie van de veel oudere grafheuvel was? Dat is louter een speculatie. Grafheuvels werden gerespecteerd en er vond rechtspraak plaats. Ik zou hier een aantal voorbeelden kunnen aanhalen waarbij 19de eeuwse mensen wisten wat er in een bepaalde grafheuvel begraven was. En na archeologische opgraving bleek hun verhaal te kloppen, overgeleverd uit de bronstijd!!
    Zie ook: The Blue Stones, An Investigation of Judicial Stones in the European Middle Ages.
    In de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag en in de bibliotheek Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Velden met een * zijn verplicht
** je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.