Onlangs startte Sire de campagne Een praatje maakt je dag. Je zou je bijna afvragen: moeten we tot sociaal contact worden aangemoedigd door een campagne? Een begrijpelijke vraag, maar veranderingen in de samenleving gaan vrijwel allemaal richting minder sociaal contact: muziek en podcasts sluiten ons af voor anderen, thuiswerken is voor velen de norm geworden, en internationale studenten aan de VU noemen Amsterdam fantastisch maar erg individualistisch: “Zelfs oogcontact wordt in het voorbijgaan nadrukkelijk vermeden.”
Velen van ons hebben nog contact met mensen die we goed kennen. Maar ook contact met kennissen of vreemden is belangrijk: het voorziet ons van ‘vitamine S’ (sociaal contact).
Recent psychologisch onderzoek laat zien dat mensen steeds minder met elkaar spreken: tussen 2005 en 2019 (dus vóór de coronapandemie) spraken mensen elk jaar gemiddeld 338 woorden per dag minder. Nu klinkt dat misschien als weinig, maar over een periode van veertien jaar is dat zo’n 28 procent minder. Gaan we zo door, dan glijden we af naar een zwijgzame maatschappij, terwijl we allemaal graag gehoord willen worden. Gegevens van Sire bevestigen dat: 88 procent maakt graag een praatje, en 56 procent zou dat wel een of twee keer per week willen doen met een onbekende.
Belangrijke psychologische drempels weerhouden ons daarvan. Eén: hoe minder contact we hebben, hoe lastiger het wordt een praatje aan te knopen. Twee: zien we steeds minder mensen met elkaar praten, dan denken we al snel dat anderen er niet op zitten te wachten.
Sire-onderzoek laat zien dat 36 procent ongemak als belangrijke reden noemt, en dat 62 procent denkt dat anderen niet op een praatje zitten te wachten. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat mensen dat juist onderschatten: maken proefpersonen een kort praatje, dan worden zowel zijzelf als de aangesprokene daar blijer van. Wie eenmaal is aangemoedigd tot een praatje, knoopt er ook vaker uit zichzelf een aan – het ‘simpelweg doen’ neemt het ongemak al deels weg. En terecht: 64 procent vindt het juist prettig als iemand een praatje met hen begint.
De drempels voor sociaal contact zijn groot geworden, met als mogelijk gevolg dat eenzaamheid een nog groter maatschappelijk probleem wordt. Contact met onbekenden stimuleert juist vertrouwen in andere mensen, vermindert eenzaamheid en versterkt het buurtgevoel.
Soms spreken we een buurtbewoner met heel andere opvattingen over vluchtelingen of klimaatverandering. Problematisch? Allerminst: het laat vaak zien dat mensen niet alleen anders denken omdat ze anders zijn, maar ook omdat ze andere uitdagingen in het leven hebben – een verdieping die we op sociale media nauwelijks zien. Met gesprekken en gezichten is de weg naar respect makkelijker dan met oneliners zonder gezicht.
De voordelen van sociaal contact reiken verder dan ons welbevinden of de metafoor ‘vitamine S’. Het tegengaan van eenzaamheid en polarisatie, en het bevorderen van vertrouwen en buurtgevoel, zijn vooral in onzekere tijden te belangrijk om aan het toeval over te laten.
Een langere versie van dit opiniestuk stond eerder in Het Parool.