De dagen worden weer langer, en het geluk stroomt met een UV-index van 3 tot 6 uit de hemel. Het is toch verbazingwekkend dat zoiets banaals als een bundeltje zonnestralen genoeg is om het hele straatbeeld te voorzien van een vrolijk stemmend laagje bladgoud. Niet dat alles erop vooruitgaat als het door de weergoden wordt ondergedompeld in een rijkelijk gevulde fonduepan met vitamine D. Neem vuurwerk. Of de maan.

Maar Amsterdamse trams staan de duisternis nog het best. Liever dan het aanhoren van hun wanhopige gepingel om de dagjesmensen voor hun voeten te verjagen, zie ik de blauwe wieven van de GVB zelfverzekerd door de nachtelijke straten zweven. Laat ze maar gillen in hun rails, als heraut van de nachtburgemeester.
In het duister is het bovendien niet zichtbaar door welke exploitant een tram nu weer onderhanden genomen is. Zo’n hulpeloze kameleon op wielen – onvrijwillig transformerend van Ziggo-advertentie tot Honkemöller-reclame – oogt voor mij toch alsof ze in de tramwereld niet bepaald aan consent hechten; keer op keer worden ze door die loverboys van gemeenteambtenaren uitgeleend aan schimmige vriendjes die ermee mogen doen wat ze willen.
Na zonsondergang hoeven die toegetakelde modelletjes niet meer rond te paraderen als uithangbord voor de zoveelste oerdomme Prime Video-serie. In de late uurtjes draait het eindelijk om hun innerlijk.
Dat maakt trams in het pikkedonker nog het mooist, als je het mij vraagt. Dan zien we pas echt wat er in ze omgaat. Te midden van de anonieme nacht zet hun onverbiddelijke ledverlichting nietsvermoedende passagiers in de schijnwerpers. Opeens zijn het kijkdozen op wielen.
Fiets je ’s avonds laat door de stad en passeert er een tram? Geef je ogen dan eens goed de kost. Kijk naar die mevrouw met de grijze krullen, die de bibberende schnauzer op haar schoot probeert gerust te stellen door hem zachtjes te strelen en liefkozende woordjes toe te fluisteren, al zal hij ze nooit begrijpen.
Kruis blikken met een jongen in overhemd. Hij loenst glazig door het tramraam, diep verzonken in gedachten. Op terugweg van een mislukt afspraakje met de persoon die hij de liefde van z’n leven heeft genoemd. Niet wederzijds. Terwijl het speciaalbier en liefdesverdriet door z’n aderen kolken, probeert hij zijn gedachten zo goed en kwaad als kan op een rijtje te zetten.
Oké, misschien is dit deels eigen invulling. Dat geef ik toe. Maar dat zijn nou eenmaal de verhalen die mij door de rijdende poppenkastjes verteld worden. De waarheid zegeviert toch wel weer wanneer de ochtend aanbreekt en de zon met haar meedogenloze stralen alle hoopjes fantasie verschroeit.