Volgens de officier is op camerabeelden te zien dat VU-student en oprichter van de Vrijmoedige Studentenpartij Marlon U. zich in de nacht van 27 op 28 november in Bar Boele heeft schuldig gemaakt aan mishandeling en poging tot zware mishandeling van een medestudent. Zijn vriend en partijgenoot Reinout V. zou mensen hebben tegengehouden die wilden ingrijpen. Eén van die mensen zou hij hebben weggeduwd en bedreigd. De officier acht het bewezen dat ook hij het slachtoffer heeft geslagen.
Haar versie van wat er die nacht gebeurde is dat U. en V. tijdens een constitutieborrel in de Alma-zaal van het OZW-gebouw het bij nazi’s populaire Erika-lied hadden gezongen. Toen het slachtoffer tijdens de na-borrel in Bar Boele verhaal bij de twee kwam halen, werd er over en weer met bier gegooid, waarna U. en V. het slachtoffer mishandelden. Daarbij sloeg U. het hoofd van het slachtoffer ook vier keer tegen de betonnen vloer, volgens de officier een poging tot zware mishandeling. Voor en na de mishandeling zijn er door de twee heren ook nog grove discriminatoire uitlatingen gedaan. Toen U. ontdekte dat er bloed van het slachtoffer op zijn broek zat, riep hij volgens getuigen dat hij hem nóg een keer in elkaar ging slaan.
Gedeporteerd
U. wil eenvoudige mishandeling wel toegeven. Hij had zich uit de tent laten lokken, zei hij gisteren tijdens de meervoudige rechtszaak tegen hem en V. Hij ontkent de poging tot zware mishandeling en ook discriminatie. Getuigen zeggen dat hij “fucking n*ger” en “kankerhoer” naar omstanders zou hebben geroepen. Tegen het slachtoffer, een internationale student, zou V. hebben gezegd dat hij gedeporteerd moest worden.
Niks van waar, zeggen U. en V. Allemaal leugens van de tientallen getuigen die volgens V. gemotiveerd zouden zijn door hun politieke of ideologische overtuigingen. U. hamert er steeds op dat er al drie jaar een hetze tegen hem gaande is omdat hij met zijn politieke partij VSP het “dominante geluid” bedreigt. Hij zegt dat hij die avond van de mishandeling gewoon gezellig een biertje wilde drinken maar door het slachtoffer werd lastiggevallen, totdat eindelijk de stoppen bij hem doorsloegen.
Gruwelijke verwondingen
Zijn advocaat, Theo Hiddema, bagatelliseerde alles tot een kroeggevecht waar niet zoveel aandacht voor zou zijn geweest als dat op de Wallen zou hebben plaatsgevonden. Volgens hem had U. het slachtoffer niet tegen de grond gewerkt maar waren de twee uitgegleden. Als U. echt het hoofd van het slachtoffer vier keer tegen de betonnen vloer zou hebben geslagen, zoals de officier van justitie beweert, was het slachtoffer volgens Hiddema bewusteloos geweest. Als hij het slachtoffer echt met zijn vuist op diens neus zou hebben geslagen, zou de schade veel groter zijn geweest.
Als een ware patholoog-anatoom beschreef hij de gruwelijke verwondingen die het slachtoffer zou hebben gehad als het waar was geweest wat de officier van justitie beweerde. Nu had het slachtoffer volgens hem alleen maar een “bloedneus” opgelopen.
En het lied Erika, dat door U. en V. gezongen zou zijn en dat het favoriete marslied was van de nazistische Wehrmacht? “Een heidebloemliedje”, schamperde Hiddema. Een “studentikoos pesterijtje”, maar het OM creëerde volgens hem een “sfeertje”, zodat het leek alsof er in Bar Boele een “Bierkellerputsch” was voorbereid.
Getergd
En wat áls er was geroepen dat het slachtoffer gedeporteerd moest worden, wat áls er “fucking n*ger” was geroepen? “Dan mag dat van mij”, zei Hiddema. Want U. was getergd, hij was “fascist” genoemd. Dat werd dan door Hiddema weer niet gebagatelliseerd. Als je steeds “fascist” en “neonazi” wordt genoemd, dan zijn zulke verwensingen volgens hem een “cri de coeur”, maar geen racisme. “Allemaal gekwetste mensen”, sneerde hij. De student die emotioneel was geworden door het zingen van het Erika-lied maakte hij belachelijk. U.’s slachtoffer beschuldigde hij ervan “pontificaal” te liegen.
Hiddema had geen pleitnota geschreven, maar deed zijn pleidooi uit z’n hoofd, zei hij. Ongeveer een uur lang mompelde hij als een dronken conferencier, niet altijd even goed te verstaan, de ene sneer na de andere. Tijdens de zitting liep hij ook een keer weg, tot verbijstering van één van de rechters, die vroeg of hij de zitting moest onderbreken.
Lachend weggerend
Het viel de officier op, zei ze, dat U. en V. vooral zichzelf als slachtoffer zagen. Ze klaagden dat ze hun bijbaan waren kwijtgeraakt, U. als taxichauffeur en V. als lid van de universitaire studentenraad. Ze klaagden over de valse aantijgingen, “door journalisten klakkeloos overgeschreven”. Ze klaagden over de media die hen hadden kapotgemaakt, vooral over Het Parool. U. gebruikte zijn recht op het laatste woord om erop te wijzen dat zijn hond door de uren durende zitting al zeven uur alleen was. Ook hij vindt de hele zaak niet meer dan een “kroegopstootje”.
V. zei dat hem groot onrecht werd aangedaan, dat hij meer toeschouwer dan betrokkene was geweest en dat het voelde alsof hij in een foute film terecht was gekomen, terwijl hij juist de-escalerend had opgetreden. Het weghouden van omstanders bij U., die bovenop het slachtoffer zat en hem mishandelde, was bedoeld geweest om te de-escaleren. Het wegtrekken van het slachtoffer om hem naar buiten te duwen was ook om te de-escaleren. De twee zouden lachend zijn weggerend toen duidelijk werd dat de politie was gebeld en ook dat was volgens V. een de-escalerende actie geweest. “De-escaleren is een stopwoord van u”, merkte een rechter op. “Maar was het niet de-escalerender geweest om de veel grotere U. van het slachtoffer af te halen in plaats van het slachtoffer weg te trekken en naar de deur te duwen?”
Geen herinnering aan
Toen U. voor de zoveelste keer begon over de driejarige hetze tegen zijn persoontje, zei een rechter dat die boodschap inmiddels wel was aangekomen. Toen hij U. vroeg of hij het Erika-lied had gezongen, begon U. een uitgebreid exposé over de status van het lied bij andere studenten, en dat hij het al vaak had horen zingen. “Maar ik vraag of u het hebt gezongen”, drong de rechter aan. U. kon het zich niet herinneren. Ook V. heeft “geen herinnering” aan het zingen van het lied.
Dezelfde rechter merkte op dat U. zich bij het eerste verhoor vaak beriep op zijn zwijgrecht en dat hij daarin erg selectief was. Bij latere verhoren, waar U. geconfronteerd werd met de beelden van de mishandeling, kregen zijn verklaringen opeens “meer kleur.”
Tegen U. eist de officier zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Tegen V. eist ze vijf maanden waarvan drie voorwaardelijk. De uitspraak volgt over twee weken.