“Toen ik elf jaar geleden bij de VU begon, dacht ik: Oh jee, allemaal nette mensen in keurige kleren. En daar liep ik dan in mijn zoete jurkje met strikjes. Ik was klaar voor de strijd en dacht: kom maar op, ik ben aangenomen op mijn skills.” Tot diens verrassing kreeg Bleie in al die jaren nooit één negatieve opmerking, niet van collega’s en niet van studenten. “Als je op de VU anders bent, reageren mensen meestal vanuit nieuwsgierigheid en openheid, niet vanuit afkeur. Daarom voel ik me hier thuis.”
Bleie is non-binair, specifieker: a-gender. “Ik heb helemaal geen gevoel bij gender.” Die wil niet met meneer of mevrouw worden aangesproken, gewoon met Rain. “Sommige mensen vinden dat moeilijk omdat ze menen dat ik eruitzie als vrouw. Maar dat uiterlijk heb ik ook niet gekozen. Ik ga graag het gesprek aan: jij hebt misschien het uiterlijk dat past bij hoe je je voelt. Dan bof je. Maar vanzelfsprekend is dat niet.” Wordt Bleie toch met mevrouw aangesproken, dan reageert die geduldig. “Anders schieten welwillende, onzekere mensen in de weerstand en creëer je juist géén begrip.” Diens kijk op gender: iedereen wordt geboren als kind, niet als jongen of meisje. Pas later is het aan ieder zelf om zich met een gender te identificeren, als ze dat al willen.
Goed pak
“Mijn kledingstijl heeft voor mij niets met gender te maken. Ik heb twee kledingkasten: eentje met stoere kleding, zoals Adidas-trainingspakken. En eentje met heel zoete, popperige, Lolita-achtige kleding met jurkjes en strikjes.” ’s Ochtends kiest Bleie op gevoel welke kast die opendoet. “In zo’n jurk voel ik me niet vrouwelijk, het is voor mij gewoon cute.” Naar een mannen- of homokroeg gaat Bleie overigens niet snel in een jurk – deels om niet nóg meer op te vallen, “maar ook omdat kledingregels respect uitdrukken voor de gelegenheid waar je bent. Ik herinner me mijn eerste officiële ontmoeting met rector magnificus Jeroen Geurts nog goed. Pas toen ik door de bestuursgang liep, besefte ik dat ik een glimmend, knalroze trainingspak aan had. Dat voelde toch wat ongemakkelijk. Maar het eerste wat Jeroen zei, was: Goed pak!”
Langzame beweging
Bleie is expressief in hoe die zich uitdrukt en kleedt, ook in de hoop dingen bespreekbaar te maken. Die vertelt openlijk dat er een ‘x’ in diens paspoort staat bij gender, en dat Bleie diens voornaam heeft laten veranderen van Karin naar Rainbow. “Op het gebied van gender ben ik een voorloper, soms een strijder. Ik noem mezelf een ‘lieve activist’. Ik zit niet bij de pakken neer, maar gooi ook geen ruiten in. Een langzame beweging werkt beter, met begrip voor het feit dat mensen moeten wennen.”
Lastig aan het voorloperschap vindt Bleie dat die ongewild als ‘spokesperson’ van een diverse groep wordt gezien. “Maar als ik in de strijd voor mezelf een weg baan voor anderen, is dat mooi meegenomen. Dat geeft me soms net even meer energie of moed, want dat is er wel voor nodig.” Bleie vindt niet dat die een voorbeeldfunctie heeft – “en anders is het per ongeluk”. “Misschien zie ik mezelf meer als inspirator. Ik wil gewoon mijn eigen wereld wat fijner maken. Dat betekent dat er vrijheid moet zijn voor bijzondere kleding, pronouns, politieke opvattingen en toegankelijkheid.” Diens keycord met VU-pas heeft de kleuren van de non-binaire Pride-vlag en er staat ‘they/them’ op. “Regelmatig komen mensen fluisterend naar me toe om te zeggen dat ze dankzij mij iets meer van zichzelf durven laten zien. Dat is prachtig. Ik doe het misschien niet expres, maar het is fijn dat het gebeurt.”
Te bescheiden
De laatste tijd ziet Bleie agressie tegen de regenboog-community, ook op de eigen campus. “Ik vind dat de VU daarin een harde stelling moet nemen. Iedereen heeft recht op meningsuiting, maar niemand heeft recht op haat. Mijn standpunt: je mag nooit lelijk doen, maar je mag altijd lelijk terugdoen.” Zelf krijgt die ook vaak genoeg met negatieve reacties te maken. “Soms heb ik zin om de discussie aan te gaan, soms laat ik het gaan. Het hangt van mijn energie af.”
Gelukkig gebeuren er ook goede dingen: in 2017 richtte Bleie VU Pride op, dat tot diens trots nog steeds bestaat, en inmiddels door studenten wordt gedragen. Zelf was Bleie er een tijd minder actief bij betrokken, maar hoopt VU Pride de komende jaren weer meer naar de medewerkers te brengen. “Dit soort initiatieven moeten we koesteren en beschermen, net als de VU Pride Library. Een universiteit heeft een grote verantwoordelijkheid in het vergaren en verspreiden van kennis. En ook in het zorgen dat die kennis maatschappelijk landt.” Bleie vindt de VU daarin soms te bescheiden. “We hebben een campus die fungeert als een micro-samenleving. Ik hoop echt dat de VU duidelijker wordt in welke waarden ze beschermt en wat ze absoluut niet tolereert.”