In 2024 ging universitair hoofddocent Strafrecht Klaas Rozemond weg bij de VU na een slepend conflict met zijn leidinggevenden. Rozemond was het slachtoffer geworden van de onveilige werksfeer die al jarenlang bij de afdeling heerste.
Het afdelingshoofd had bij de directeur bedrijfsvoering van de rechtenfaculteit waarnemingen gerapporteerd van verbale agressie van Rozemond op vergaderingen van de afdeling Strafrecht. Maar Rozemond was bij de genoemde vergaderingen (ook volgens anderen) niet eens aanwezig.
Gebrekkig leiderschap
Op grond van deze vermeende waarnemingen kreeg Rozemond van de directeur bedrijfsvoering een waarschuwing, die later weer werd ingetrokken door het College van Bestuur omdat die onvoldoende was onderbouwd.
Uiteindelijk escaleerde de zaak zover dat Rozemond aan het eind van 2023 zijn baan bij de VU opzegde en begin 2024 aan de UvA begon. Onderzoeksbureau Bezemer & Schubad concludeerde dat er sprake was van een onveilige werksfeer en gebrekkig leiderschap bij de afdeling Strafrecht en de VU betaalde Rozemonds advocatenkosten.
Geen wederhoor
Het toenmalige hoofd van de afdeling Strafrecht – die inmiddels geen afdelingshoofd meer is, maar nog wel hoogleraar Strafrecht aan de VU – is ook werkzaam als advocaat. Rozemond is van mening dat zij de gedragscode van advocaten heeft geschonden door hem als leidinggevende vals te beschuldigen van verbale agressie en geen wederhoor te plegen.
De voorzitter van de Raad van Discipline oordeelde afgelopen voorjaar dat er onvoldoende verband is tussen het gedrag van de leidinggevende als afdelingshoofd op de VU en haar werk als advocaat om te kunnen stellen dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook oordeelde hij dat het gedrag van de leidinggevende niet onomstotelijk is vast te stellen.
Rozemond ging tegen deze beslissing in verzet. ‘Volgens vaste tuchtrechtspraak is het uiten van valse beschuldigingen en het schenden van het beginsel van wederhoor door een advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag’, schrijft hij in zijn verzetschrift. Dat geldt volgens de gedragsregels van de Orde van Advocaten ook wanneer advocaten in een andere hoedanigheid optreden.
De Raad van Discipline streeft ernaar om binnen twaalf weken na de zitting uitspraak te doen.
Hoe is het verlopen?