Je kunt de prestaties van een universiteit niet tot één getal reduceren, is het idee achter de Leiden Ranking. Daarom kunnen gebruikers in de ranglijsten van onderzoekscentrum CWTS zélf bepalen op welke criteria ze universiteiten willen vergelijken. Dat leidt tot verschillende uitkomsten.
Zo kun je bijvoorbeeld kijken naar de wetenschappelijke ‘impact’ van universiteiten, hoeveel ze samenwerken met andere organisaties of hoe goed ze het doen op het gebied van gendergelijkheid. De resultaten kun je weer verder uitsplitsen, bijvoorbeeld naar vakgebied en regio. De ranglijst van 2026 is gebaseerd op gegevens over de jaren 2021-2024.
Wetenschappelijke impact
Bij wetenschappelijke impact wordt onder meer gekeken naar het aantal citaties: hoe vaak worden publicaties van een universiteit aangehaald in andere artikelen? Je kunt bijvoorbeeld selecteren op de top 1 procent van de meest geciteerde artikelen.
Amerikaanse universiteiten scoren op dit onderdeel erg goed. De technische universiteit MIT voert de lijst aan, gevolgd door Princeton en Stanford op respectievelijk tweede en derde plaats. In Nederland staat de Universiteit van Amsterdam bovenaan, gevolgd door Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam.
Vrij toegankelijk
Kijk je naar ‘open acces’ dan behoren Nederlandse universiteiten tot de wereldtop. Bij de meeste is meer dan 90 procent van de wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk. Dat betekent dat vrijwel iedereen deze artikelen gratis kan lezen. Wageningen Universiteit voert de wereldwijde ranglijst aan. Maar liefst 99 procent van de artikelen is daar vrij toegankelijk. Maar ook zes andere Nederlandse universiteiten staan in de top tien. Nederland is de afgelopen paar jaar steeds beter gaan presteren op het gebied van open access. Wageningen staat al langere tijd hoog in de ranglijst. De meeste andere Nederlandse universiteiten hebben zich de afgelopen jaren eveneens naar de top gewerkt.
| Leiden Ranking ‘open access’ | Positie | Aandeel open access |
| Wageningen Universiteit | 1 | 99,3% |
| Rijksuniversiteit Groningen | 2 | 98,9% |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 5 | 97,0% |
| VU Amsterdam | 6 | 96,9% |
| Universiteit Twente | 7 | 96,2% |
| Universiteit Utrecht | 9 | 95,5% |
| Universiteit van Amsterdam | 10 | 95,3% |
| Universiteit Leiden | 12 | 94,5% |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 14 | 94,2% |
| TU Eindhoven | 15 | 94,1% |
| Universiteit Maastricht | 22 | 93,1% |
| Tilburg University | 32 | 91,6% |
| TU Delft | 104 | 87,2% |
© HOP. Bron: Leiden Ranking 2026.
VU koploper samenwerking
Een ander criterium is de mate waarin universiteiten samenwerken met andere organisaties of instellingen. Wereldwijd staat een Zuid-Koreaanse universiteit bovenaan, waar vrijwel elk artikel (99,9 procent) samen met anderen is geschreven. Binnen Nederland is de VU net als in eerdere jaren koploper. Het aandeel gezamenlijke publicaties neemt daar alleen maar toe: tien jaar geleden ging het nog om 86 procent, inmiddels is dat ruim 94 procent.
Ook bij andere Nederlandse universiteiten wordt er steeds meer samengewerkt met andere organisaties. De nummers twee en drie, de UvA en Maastricht, komen allebei uit op zo’n 92 procent. De TU Delft werkt van de Nederlandse instellingen nog altijd het minst samen met andere organisaties (83 procent).
Vrouwelijke auteurs
Je kunt ook kijken hoeveel artikelen van een universiteit geschreven worden door vrouwelijke onderzoekers. Een Saoedische universiteit scoort wereldwijd al jaren het beste: ongeveer 85 procent van de auteurs is hier een vrouw. Maar deze instelling is dan ook een vrouwenuniversiteit. Vooral universiteiten in Oost- en Midden-Europa, zoals Roemenië, Polen en Servië, scoren relatief goed. Daar zijn wel vaker meer dan de helft van de auteurs vrouw. Bij een Roemeense universiteit gaat het zelfs om bijna 65 procent.
Bij de Nederlandse universiteiten is het aantal vrouwelijke auteurs nog altijd minder dan de helft. De VU Amsterdam scoort met 46 procent nog het beste, gevolgd door Tilburg University en Erasmus Universiteit Rotterdam (beide zo’n 45 procent). De TU Delft bungelt onderaan de lijst, met amper 21 procent.
Open edition
Sinds twee jaar is er naast de reguliere Leiden Ranking ook een alternatieve versie, de zogenaamde ‘open edition’. Voor de gewone Leiden Ranking gebruikt CWTS gegevens van het zogeheten ‘Web of Science’, maar die zijn niet allemaal openbaar. De open edition baseert zich op data van OpenAlex, die iedereen kan inzien. Dat betekent wel dat universiteiten niet altijd hetzelfde scoren op de twee ranglijsten. Ook kun je bij de ‘open edition’ niet naar de genderverhouding kijken. Andere ranglijsten, zoals die van Times Higher Education en QS, weegt ook de reputatie van universiteiten mee, bijvoorbeeld onder wetenschappers en werkgevers. De Leiden Ranking doet dat niet.