Onderzoekers van Nederlandse universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten kunnen hun artikelen nu gratis op een Europees platform plaatsen: ORE, oftewel Open Research Europe. Het wordt beheerd door CERN, de organisatie achter de deeltjesversneller bij Genève.
Het platform bestaat al een paar jaar, maar het was voorheen alleen bestemd voor onderzoekers die een Europese projectsubsidie kregen. Dat is nu veranderd. Elf landen gaan met steun van de Europese Commissie kijken of ze de cultuur rond wetenschappelijke publicaties kunnen veranderen.
Erkenning
Gewone wetenschappelijke tijdschriften liggen al jaren onder vuur: de abonnementen zijn duur en artikelen staan vaak achter een betaalmuur. Inmiddels zijn er wel opties om artikelen voor iedereen gratis toegankelijk te maken, maar dan betalen de auteurs (of hun werkgevers) al snel duizenden euro’s per artikel.
Daar komt bij dat het maanden (en soms zelfs jaren) kan duren voordat een artikel in een tijdschrift verschijnt. Voor hun kwaliteit steunen de tijdschriften op anonieme reviewers, die geen erkenning voor hun inspanningen krijgen en als wetenschappelijk vrijwilliger de inzendingen becommentariëren.
Bij ORE gaat het andersom. Je stuurt het artikel in, zonder bijkomende kosten. Er volgt een check op bijvoorbeeld plagiaat, taal en auteursinformatie, en dan komt het artikel online. Peer review door andere wetenschappers volgt daarna.
ORE streeft naar transparante wetenschap. De peer review is daarom openbaar, inclusief de namen van de reviewers. Auteurs kunnen hun artikel aanpassen na commentaar, maar de oude versie blijft wel vindbaar.Voorzitter van het uitvoerend comité van ORE is Jeroen Sondervan, die bij wetenschapsfinancier NWO aan open science werkt. “We willen alternatieven bieden voor commerciële tijdschriften.”
Waarom willen jullie dat reviewers niet langer anoniem zijn?
“Reviews met naam en toenaam bieden meer transparantie en accountability. Stel dat de reviewers vriendjes van de auteur zijn, dan kun je dat bij ORE zien. Bovendien is peer review vaak onzichtbaar werk. Nu zien anderen tenminste wat je gedaan hebt. Dat kan ook de reviews zorgvuldiger maken. Het is niet helemaal nieuw, in sommige disciplines gebeurt dit al. Wetenschappers uit andere disciplines moeten misschien wennen.”
Hoe werkt peer review bij ORE?
“De eerste versies van artikelen komen online. Die noemen we preprints. Als twee reviewers positief zijn, dan wordt het artikel pas actief geïndexeerd in systemen als Scopus en Google Scholar. Bij negatieve reviews gebeurt dat dus niet. Als je een artikel tegenkomt en er commentaar op wilt geven, kan dat ook. Uiteindelijk kun je alle stappen zien: van preprint via review tot definitief artikel.”
Kun je een artikel ook intrekken als het afgeserveerd wordt?
“Nee, het blijft online. Dat lijkt ons ook goed. Het is laagdrempelig, maar je denkt wel twee keer na voordat je je preprint opstuurt. In de wetenschap wordt steeds meer gepubliceerd. Soms hanteren onderzoekers de salamitactiek en halen ze zoveel mogelijk publicaties uit dezelfde dataset. Ze zien dan wel of iemand het artikel accepteert. Dat levert niet per definitie betere wetenschap op.”
Tijdschriften als Nature en Science hebben een grote naam. Is het wel aantrekkelijk om voor ORE te kiezen?
“Die vraag raakt aan het streven naar een bredere blik op ‘erkennen en waarderen’ in de wetenschap. Wat vinden we belangrijk? Wetenschappers kunnen zich blindstaren op de reputatie van een tijdschrift, die zogenaamd afstraalt op degenen die erin publiceren, maar dan werken ze dus mee aan een commercieel verdienmodel. Ze blijven onderdeel van de prestige-economie. Is dat de beste keuze? Voor open science en goede peer review zien we hopelijk in de nabije toekomst ook de waardering die het verdient.”
Maar die tijdschriften zijn wel bekend. Gaan onderzoekers ORE vinden?
“NWO begint deze week met een campagne in Nederland. We willen onderzoekers graag vertellen wat het platform is en wat je ermee kunt. Daarvoor werken we onder meer met de universiteitsbibliotheken samen. We moeten het bewustzijn creëren dat je niet afhankelijk hoeft te zijn van commerciële partijen.”
Iemand moet het platform betalen. Wat kost gratis publiceren?
“ORE heeft een budget van 16 miljoen euro voor de komende vijf jaar. Daarvan betaalt de Europese Commissie nu 60 procent. Het restant van 6,4 miljoen euro wordt verdeeld over elf grote wetenschapslanden, zoals Nederland, Spanje, Duitsland, Italië en Zwitserland. NWO betaalt alles bij elkaar 370 duizend euro verspreid over vijf jaar.”
Is dat veel of weinig?
“Je zou het eens met de abonnementskosten voor wetenschappelijke tijdschriften moeten vergelijken. Ik heb zelf bij de universiteitsbibliotheek in Utrecht gewerkt. Dat gaat echt om heel grote bedragen, zeker in specialistische vakgebieden. En als je in open acces wilt publiceren, komen daar al snel duizenden euro’s per artikel bovenop. Wat blijft daar aan de strijkstok hangen? ORE is non-profit en volledig transparant. Die kant moet het op.”