In een nieuwsbericht blikt de VU terug op haar eigen toetsingskader, dat nu een jaar in gebruik is. Het kader is bedoeld om samenwerkingen met instituten in het buitenland langs een ethische meetlat te leggen.
De VU heeft het afgelopen jaar achttien bestaande samenwerkingen getoetst, waaronder acht met Israëlische partners. De andere partners komen onder meer uit Ethiopië, de Filipijnen en Uganda. ‘Voor het merendeel van de samenwerkingen werden de risico’s als beperkt en aanvaardbaar beoordeeld’, staat er in het bericht. Om welke samenwerkingen het precies gaat, maakt de VU niet bekend.
Nieuwe samenwerkingen
De VU heeft ook achttien potentiële samenwerkingen getoetst die mogelijk risicovol zijn, waarvan acht met Israëlische partners, één met een partner uit de Palestijnse gebieden en één met een Saudische partner. In zeven gevallen heeft de VU besloten om de samenwerking niet te starten: zes keer met een Israëlische partner en één keer met een partner uit Saudi-Arabië. Dat betekent dat twee nieuwe samenwerkingen met een Israëlische partner wél door het toetsingskader zijn gekomen.
Aan sommige van de goedgekeurde samenwerkingen zijn extra voorwaarden gesteld, schrijft de VU. Het gaat onder andere om afspraken over wie toegang heeft tot gegevens en over de bescherming van gevoelige gegevens van mensen die deelnemen aan bijeenkomsten of onderzoek.
Boycot Israël
Twee dagen voor de publicatie van het VU-bericht riep de medezeggenschap het VU-bestuur nog op om niet meer samen te werken met Israël. “Bestuurders, stap over je schaduw heen en besluit net als die andere universiteiten om Israël te boycotten”, zei een lid van de ondernemingsraad (OR) tijdens een gezamenlijke vergadering.
De VU wil verder geen inhoudelijke toelichting geven over de samenwerkingen, om ‘de privacy van betrokken onderzoekers en samenwerkingspartners te waarborgen en de vertrouwelijkheid van de beoordeling te respecteren’. In een vergadering van de ondernemingsraad en de studentenraad zei een medewerker dat de universiteit vreest voor doxing, het openbaar maken van persoonsgegevens van betrokkenen. “Wij zijn niet geïnteresseerd in individuen, alleen in projecten”, antwoordde een studentenraadslid daar toen op.