Wat is voor jou de belangrijkste ontdekking? “Ik was verrast dat het zo’n enorme strijd is geweest om een gebedsruimte voor moslims aan de VU te krijgen. Dat dat dertig jaar heeft geduurd. In de jaren 70 werd er al om zo’n ruimte gevraagd door medewerkers van de VU. Dat werd steeds afgewezen, omdat de moslims deze behoefte nog niet ‘sterk genoeg lieten blijken’. Pas in 1998, toen studenten actie begonnen te voeren en er handtekeningen werden opgehaald, kwam er een doorbraak. In de kelder van het hoofdgebouw werd toen een gebedsruimte geopend. Die bleek meteen al veel te klein.”
Onderzoek
Ouiam Kaddam heeft alleen nog aan de oppervlakte gekrabd van de geschiedenis van de moslims aan de VU. Er zijn nog veel medewerkers en alumni die ze wil interviewen en initiatieven uit het verleden die ze nader wil onderzoeken, zoals de speciale ‘allochtonendecanen’ die de VU in de jaren 80 aanstelde om eerstegeneratiestudenten met een migratieachtergrond te begeleiden. Ze hoopt dit project dan ook voort te kunnen zetten.
Waarom kregen die studenten wel voor elkaar wat de medewerkers niet lukte? “Die medewerkers waren vooral arbeidsmigranten van wie verwacht werd dat ze terug zouden keren naar hun land van herkomst. De studenten waren geboren en getogen Nederlanders die vonden dat er aan een christelijke universiteit een gebedsruimte moest zijn, omdat juist christenen zouden moeten begrijpen hoe belangrijk het gebed is. In de jaren 90 waren die studenten een grote groep geworden die je niet kon negeren.”
Er is altijd beweerd dat moslims zich hier thuis voelen vanwege de vanzelfsprekendheid van religie aan de van oorsprong christelijke VU, maar dat moeten we dus met een korrel zout nemen. “Het ligt complexer. De christelijke identiteit en oorsprong speelden op verschillende momenten wel degelijk een rol. Soms indirect, bijvoorbeeld vanuit het ideaal van christelijk engagement. In de jaren 80 bood de VU vluchtelingen een traject aan om zich voor te bereiden op een studie, dat sinds 1987 het Voorbereidend Jaar Anderstalige Studenten Vrije Universiteit heet, het VASVU. De diversiteit waar de VU om bekend is, heeft dus van oorsprong een christelijk karakter.”
Maar hoe moslimvriendelijk is de VU echt? “Er zijn heel veel voorzieningen die moslims het gevoel geven dat ze erbij horen: de gebedsruimte, met een wassingsruimte erbij en gescheiden voor mannen en vrouwen, halal eten in het restaurant. Er is ruimte om moslim te zijn. Veel studenten en alumni zijn daar heel positief over. Ik herinner me dat ook van toen ik hier zelf studeerde. De campus was heel divers.”
Volgens mij hoor ik tussen de regels door een ‘maar’. “Er is ook wel tegenwerking geweest. Bij islamitische (studenten)verenigingen als ISA ging het niet altijd van een leien dakje. Dan werden ze steeds weer verplaatst, en de VU bemoeide zich met de keuze van de uitgenodigde sprekers, wat ze niet deed bij sprekers van andere studentenverenigingen.”
Dat was na 9/11: moslims werden door iedereen gewantrouwd. Hoe is dat nu? “Ik heb dit verder nog niet onderzocht, dus ik weet niet hoe breed het gevoel leeft, maar ik sprak studenten voor wie het niet zo vanzelfsprekend meer is dat je als moslim naar de VU gaat. Dat komt door hoe de VU is omgegaan met de Gazaprotesten op de campus, met mensen die zich uitspraken over Israël, en haar standpunt ten aanzien van de banden met Israël. De dubbele maat waarmee de VU meet ten aanzien van pro-Palestijnen en pro-Israëliërs, is bij veel moslims blijven hangen. Een alumnus die ik benaderde om te interviewen, wilde om precies die reden niet meewerken.”