Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
28 mei 2026

Column
& Blog

Wout van Zaale masterstudent bestuurskunde

Pannenkoek

In een recent interview met het AD vertelt Peter Pannekoek dat zijn achternaam ooit helemaal niet werd gebruikt als belediging. Alles veranderde in 2009, toen een supporter “pannenkoek!” schreeuwde naar toenmalig Ajax-trainer Marco van Basten. Peter: “Je zou kunnen zeggen dat Van Basten mijn leven een stuk moeilijker heeft gemaakt.”

Nou ben ik die gast juist heel dankbaar. Pannenkoek is naar mijn mening een weergaloos scheldwoord. Het heeft de onschuldige lading van een kinderfeestje, maar weet volwassen mannen tot in hun ziel te krenken. Een woord in schaapskleren, zeg maar.

Van Basten weet er alles van. “Het woord pannenkoek zal voor mij nooit meer hetzelfde klinken”, jammert de meervoudig Europees voetballer en Wereldvoetballer van het Jaar in zijn autobiografie. “Op de een of andere manier trof hij me met dat woord. Juist omdat het zo onschuldig is, zo gewoon. Omdat het zo’n lullig woord is.”

In de voor mij onnavolgbare logica van de voetballerij lijkt ‘pannenkoek’ sowieso een verbale voltreffer. Laatst kreeg recordinternational Arjen Robben het aan de stok met Wilfred Genee. Hij gaf de tv-presentator een duw en schold hem uit voor, jawel, pannenkoek.

Dat is toch geweldig? Als Nederlanders beschikken we over een nucleair arsenaal aan beledigingen, maar zelfs in de meest masculiene milieus maken macho’s elkaar uit voor menig meelproduct. Pannenkoek, oliebol, appelflap, pepernoot; je kan het zo gek niet bereiden of ons vindingrijke volkje scheldt ermee.

Denk nu niet dat we hier met kneuterige plaagstootjes te maken hebben. Hun impact doet nauwelijks onder voor ‘echte’ scheldwoorden. Zo zag wijlen Op1 zich genoodzaakt om publiekelijk excuses te maken nadat een tafelgast de burgemeester van Nijmegen een “bal gehakt” had genoemd. Of neem Yvonne Coldewijer, die al jaren liters onbewezen juice over ons land uitperst, maar volgens de rechter pas echt te ver ging toen ze iemand uitmaakte voor “gecremeerde kroket”.

Wat ik maar wil zeggen: we hebben dat typisch-Nederlandse gescheld met ziektes niet meer nodig. Met de inhoud van een keukenlaatje kan u anderen evengoed op de kast jagen. Maar dan op een net wat smaakvollere manier – letterlijk.

Voor een gezond vocabulaire hebben we alleen een gevarieerder menu nodig dan de vettige voorbeelden die ik u tot nu toe in de mond heb gelegd. Gelukkig bevat het ‘slopend buffet’ ook genoeg gezonde opties om mensen mee te beledigen (ei, rare snijboon, zuurpruim). En om het nog wat gecompliceerder te maken, bestaan er bovendien heel wat etenswaren die juist liefkozend worden gebruikt (dropje, snoepje, druif).

Om u op weg te helpen, heb ik met behulp van de geweldige Dido, die mijn columns altijd van prachtige illustraties voorziet, een handige matrix ontworpen. Daarop kunt u direct zien hoe uw lichaam én uw medemensen reageren op alles wat u in de mond neemt. Zo wordt schelden weer een eitje, eitje.

'Het woord pannenkoek zal voor mij nooit meer hetzelfde klinken'

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht