De universiteit is een plek waar kennis vrijelijk stroomt, alleen nog niet voor iedereen. Mondiale uitdagingen als klimaatverandering en migratie worden steeds urgenter. Ondertussen presenteren universiteiten zich als mondiale instellingen, maar wie heeft er daadwerkelijk toegang tot die wereld van kennis, en wie niet? Op initiatief van Dion Kramer, universitair docent bij de rechtenfaculteit, en Berend van der Kolk, universitair hoofddocent bij de School of Business and Economics, reflecteren jonge academici van Amsterdam Young Academy (AYA) daarop in het boek Fixing Academia.
Amsterdam Young Academy
AYA is een interdisciplinair netwerk van jonge onderzoekers van de VU, de UvA en Amsterdam UMC. Binnen dit platform komen wetenschappers uit verschillende vakgebieden samen om na te denken over de toekomst van de academie.
Volgens Van der Kolk speelt AYA een belangrijke rol als platform voor reflectie op de vraag: wat voor universiteit willen we eigenlijk zijn? Die collectieve reflectie vormde de basis voor het boek. Want, zoals Van der Kolk stelt: “De universiteit is nu al een geweldige plek om te werken. Ik heb geluk gehad. Maar het kan rechtvaardiger en toegankelijker voor meer mensen.”
Moeders en hoogleraren
In de praktijk blijft de toegang tot kennis namelijk ongelijk verdeeld. “Het idee was niet om een pessimistisch boek te schrijven, maar een constructief en prikkelend boek. Hoe kunnen we de universiteit rechtvaardiger maken en de verbinding met de samenleving versterken?” Die vraag loopt als een rode draad door het boek. “Kleine ongelijkheden stapelen zich op”, zegt Van der Kolk. Hij verwijst naar het Mattheüs-effect: “Wie al toegang heeft tot middelen, krijgt er vaak nog meer bij. Als je vroeg in je carrière bepaalde kansen krijgt, wordt het makkelijker om daarop voort te bouwen. Maar als dat niet zo is, blijf je voortdurend achter de feiten aanlopen.”
Het resultaat is een systeem dat, hoewel het niet expliciet mensen uitsluit, toch structureel oneerlijk kan zijn. “Niemand zegt dat moeders geen hoogleraar kunnen worden”, zegt Van der Kolk. “Maar als je alles bij elkaar optelt, deadlines, publicatiedruk, administratieve lasten om uitstel aan te vragen bij zwangerschapsverlof, wordt het voor hen wel moeilijker.” “Er zijn”, zo benadrukt hij, “veel onzichtbare drempels”. Tegelijkertijd pleit hij ervoor om het boek vooral als een constructieve bijdrage te zien aan het debat over de universiteit van de toekomst. “Er gebeuren al veel goede dingen. Het kan alleen beter, voor meer mensen.”
Engelstalige dominantie
Voor universitair docent criminologie Maarten Bolhuis reikt de vraag naar toegang verder dan nationale grenzen. Hij schreef het hoofdstuk Opening the University to the Global South samen met Diletta Martinelli, universitair docent wiskunde aan de UvA. “Wereldwijd wordt het academische systeem gedomineerd door instellingen uit het globale noorden”, legt hij uit. “Dat heeft onder andere te maken met rankings van universiteiten, gedomineerd door vooral Amerikaanse en Engelse organisaties. Daarnaast heeft het ook te maken met de dominantie van Engelstalige publicaties en met hoe we ‘excellentie’ beoordelen.”
De ongelijkheid wordt bijzonder zichtbaar wanneer je kijkt naar Afrikaanse studenten. Zo schrijven Bolhuis en Martinelli in hun hoofdstuk (vertaald): ‘Naar schatting zal in 2050 meer dan een derde van de wereldwijde bevolking van 15- tot 24-jarigen op het Afrikaanse continent wonen – slechts een klein deel van de internationale studenten aan Nederlandse universiteiten is afkomstig uit Afrika.’ Diversiteit is wat de auteurs betreft niet alleen een morele kwestie, maar ook een kwaliteitsvraag. “In mijn eigen onderwijs zie ik hoeveel verschil het maakt”, zegt Bolhuis. “Als je oorlog bespreekt in een groep met alleen Europese studenten, krijg je een heel ander gesprek dan wanneer studenten uit Syrië, Bosnië of andere landen deelnemen. Hun geleefde ervaringen veranderen hoe kennis wordt geproduceerd.”
Niet terugtrekken
Met Fixing Academia hoopt Van der Kolk dat het boek meer doet dan alleen problemen benoemen. “Voor veel jonge onderzoekers is het belangrijk om te beseffen dat wat zij ervaren niet alleen persoonlijk is. Dit zijn structurele kwesties. We willen deze ideeën in het publieke debat brengen, het gesprek gaande houden, initiatieven bundelen en zichtbaar maken wat al werkt.” In een tijd waarin de politieke druk op universiteiten toeneemt en internationalisering ter discussie staat, benadrukken Bolhuis en Van der Kolk hetzelfde punt: als universiteiten relevant willen blijven, moeten ze zich tot de wereld verhouden, niet zich ervan terugtrekken.
Voor geïnteresseerden is de paperbackeditie van het boek te vinden bij de VU Boekhandel (€ 14,95). De open access-versie is gratis te downloaden.
Op 18 mei is er een bijeenkomst bij SPUI25 met verschillende auteurs van het boek en onder andere Marileen Dogterom (president van de KNAW) en VU-rector Jeroen Geurts. Voor meer informatie over dit evenement en het boek Fixing Academia, zie hun website.