Afgelopen vrijdag 20 februari gaf hoogleraar politieke geschiedenis Susan Legêne onder grote publieke belangstelling en met een zeer uitgebreid cortège haar afscheidsrede onder de titel ‘(No) peace with the past – Politics of history today’. De kern van professor Legênes betoog was dat ‘vrede met het verleden’ geen eindtoestand is, maar een voortdurende, betwiste opgave. “In mijn afscheidsrede wil ik met de aanwezigen nadenken over onze omgang met het verleden, dichtbij en verder weg, niet als een veilige schuilplaats of nostalgisch toevluchtsoord, maar als een rijke bron voor dialoog, verantwoordelijkheid en handelingsperspectieven.”
Hier raakt zij aan een belangrijk punt, want hoe geldt dat voor de VU? De VU heeft niet zo’n lange geschiedenis als de Universiteit Leiden (opgericht in 1575) of de Universiteit Utrecht (opgericht in 1636), maar ze heeft wel degelijk een verleden van academische banden, zoals met (voormalige) koloniale gebiedsdelen, (Zuid-) Afrika, Indonesië en Suriname.
In april start de Universiteit Leiden een reeks bijeenkomsten om met haar studenten en medewerkers een dialoog te voeren over het verleden van kolonialisme en slavernij. Deze dialoog resulteert uit een recent onderzoek waaruit blijkt dat de universiteit door onderwijs en onderzoek heeft bijgedragen aan praktijken van kolonialisme en slavernij.
Al een paar jaar eerder heeft het college van bestuur van de Universiteit Utrecht een onderzoek gefinancierd naar het koloniale verleden van de universiteit. Dat heeft tot een kritisch boek geleid met de titel Universiteit Utrecht en koloniale kennis. Bestuderen, bemeten en beleren sinds 1636 (2023). In 2025 is het boek ook in een Engelse vertaling uitgekomen. Ook verschillende Utrechtse faculteiten zijn onderzoek gestart naar het eigen koloniale verleden.
Wageningen University & Research (WUR) stelde in 2022 op instigatie van haar raad van bestuur speciaal een postdoc aan bij de leerstoelgroep Economische en Milieugeschiedenis om onderzoek te doen naar het koloniale verleden van de WUR, startende in het jaar 1876, het jaar waarin men in Wageningen begon met het geven van landbouwonderwijs.
Ook andere Nederlandse universiteiten ontwikkelen steeds meer initiatieven om de dialoog met hun eigen verleden te voeren. Zo ook de VU. Het Decolonisation Lab en de permanente expositie rondom de aula geven aandacht aan koloniale aspecten van de VU-geschiedenis. Verder was er in 2021 een tijdelijke expositie in de erfgoedvitrine met de titel ‘(De)Constructing Spaces: Colonial entanglement in the VU heritage collections’. Toen vond ook een debat hierover plaats in dialoogpodium 3D. Eerdere publicaties zoals bijvoorbeeld uit de Historische Reeks VU moeten ook niet vergeten worden, met name de twee memorabele delen van Gerrit Jan Schutte De Vrije Universiteit en Zuid-Afrika 1880-2005 en Kleine Luyden in ontwikkeling: de Vrije Universiteit en de Derde Wereld 1955-2005 (2006) door Gerard Thijs, dat de geschiedenis beschrijft van wat nu het Centrum voor Internationale Samenwerking (CIS) is. Deze publicaties zijn belangrijke bijdragen aan de geschiedschrijving van de Vrije Universiteit Amsterdam met interessante observaties en (soms) kritische notities, maar ze zijn inmiddels in de context van de geopolitieke ontwikkelingen en tijdgeest gedateerd geraakt.
De VU roemt het eigen verleden als emancipatie-universiteit voor de ‘kleine luyden’ en is met recht trots op eredoctoraten voor de dominees Martin Luther King en Beyers Naudé. In de zelfpresentatie is minder aandacht voor andere kanten van de VU-geschiedenis, zoals de nauwe betrokkenheid van VU-prominenten bij de formulering van de koloniale ethische politiek in Indonesië en de langdurige historische banden van de VU met apartheid in Zuid-Afrika. Rekenschap geven van alle kanten van het eigen verleden past in deze tijd.
Het zou een sterk signaal zijn als de opdracht voor zo’n onderzoek van ons eigen college van bestuur komt. Daarbij zou ook nagedacht moeten worden of een dergelijk onderzoek ‘in eigen huis’ dient plaats te vinden of door derden verricht zou moeten worden.
Het hoger onderwijs in Nederland, dus ook de VU, kampt met forse bezuinigingen, maar het is tegelijkertijd een morele verplichting aan onszelf om deze stap toch te zetten, in navolging van de Universiteit Utrecht, de Universiteit Leiden en Wageningen University & Research. In de persoon van Guus Pengel is de VU betrokken bij het KNAW-project om het koloniale verleden van de Akademie te onderzoeken. Kortom, de tijd is rijp, ook vanwege het feit dat in de afgelopen jaren het hele archief van de VU is geïnventariseerd. Dat betekent dat we nu voor het eerst goed zicht hebben op al het documentaire VU-erfgoed. De VU-archieven hebben overigens ook recent de Unesco-status gekregen; reden temeer om hier in de geest van Unesco mee aan de slag te gaan.
Het zou bij de VU-missie passen als zij op eigen initiatief haar koloniale geschiedenis meer systematisch onder de loep nam om de “dialoog, verantwoordelijkheid en handelingsperspectieven” met haar verleden gefundeerd en geïnformeerd in te vullen.