Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
2 juni 2026

Wetenschap
& Onderwijs

Hoe het VU-toelatingsbeleid eerlijker kan

Schoolcijfers, loting of proefstuderen: de keuze voor een selectiemethode heeft grote gevolgen voor wie wordt toegelaten. De afwegingen voor een selectieprocedure blijken ingewikkeld.

Het is 2020 als Anton Jasper veertiende wordt bij de toelatingstest van de bachelor criminologie, van meer dan vijfhonderd kandidaten. Toch mag hij niet beginnen aan de opleiding, omdat de VU ook zijn cijfers van de middelbare school meeweegt. “Op basis van het gemiddelde van de toelatingstoets en mijn examencijfers was ik ineens 253ste”, vertelde Jasper daar eerder over.

Jasper heeft ernstige dyslexie en is hoogbegaafd, maar komt daar pas laat in zijn schoolcarrière achter. Het leidt tot een lastig schooltraject én lage schoolcijfers. Opvallend genoeg wordt er met Jaspers omstandigheden geen rekening gehouden in de selectieprocedure van criminologie. Dat dat wel had gemoeten, blijkt als Jasper naar het College van de Rechten van de Mens stapt. Het college oordeelt dat de VU discrimineert.

Selectie aan de poort

De zaak van Jasper wekt vragen op. Hoe selecteert de VU haar studenten? Krijgt iedereen een eerlijke kans? Inmiddels heeft de opleiding criminologie haar beleid inclusiever gemaakt. Naast criminologie heeft de VU nog drie opleidingen met een numerus fixus: psychologie, geneeskunde en tandheelkunde. Deze populaire studies hebben een beperkt aantal plekken, bijvoorbeeld vanwege een krappe arbeidsmarkt, een tekort aan stageplaatsen of beperkte onderwijsfaciliteiten. Bij meer aanmeldingen dan plekken vindt er een decentrale selectie plaats, de zogeheten ‘selectie aan de poort’.

Daarbij mogen universiteiten zelf weten hoe ze die selectie maken, legt psycholoog Susan Niessen uit. Ze promoveerde in 2018 op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Instellingen zijn wettelijk verplicht om twee verschillende selectiecriteria te gebruiken, zoals schoolcijfers en een toets. Loting, sinds 2023 weer toegestaan, is hierop een uitzondering en mag ook afzonderlijk worden gebruikt.”

Onrechtvaardig

Welke selectieprocedure een opleiding kiest, kan veel gevolgen hebben voor de studentenpopulatie. Zo kan selectie op basis van schoolcijfers slecht uitpakken voor onder meer studenten met een migratieachtergrond, blijkt uit rapporten van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs en ResearchNed. De omstandigheden waarin cijfers zijn behaald, zoals beschikbare ondersteuning, mogelijke vooroordelen in toetsing en toegang tot bijles, spelen een grote rol. Daardoor kan selectie op basis van cijfers bestaande ongelijkheden versterken.

Of het selectiebeleid gelijke kansen biedt, is belangrijker dan of het de juiste resultaten voor de onderwijsinstelling behaalt

Jasper ervaarde dat in levenden lijve. “Ik had het gevoel dat er iets fout is met het systeem. Als iedereen met een belaste achtergrond minder kans maakt om toegelaten te worden tot een studie als criminologie, is dat onrechtvaardig.” Het College van de Rechten van de Mens beaamt in zijn uitspraak ditzelfde punt: of het selectiebeleid gelijke kansen biedt, is belangrijker dan of het de juiste resultaten voor de onderwijsinstelling behaalt.

Methodes
Hoe moeten instellingen hun selectiebeleid dan vormgeven? Volgens Niessen is het belangrijk dat opleidingen eerst bedenken wat hun doelstellingen voor de selectie zijn en daar vervolgens de beste methodes bij kiezen. “Vaak willen opleidingen studiesucces voorspellen. Als alleen dat je doel is en je wilt er het liefst zo min mogelijk geld aan uitgeven, dan is het helemaal niet zo’n gek idee om voor schoolcijfers te kiezen. Als je daarentegen vooral vindt dat je studentenpopulatie een goede afspiegeling moet zijn van de samenleving, dan is loten het meest geschikt. Iedereen krijgt dezelfde kans om toegelaten te worden, er wordt geen onderscheid gemaakt.”

Meer diversiteit, betere artsen

Waarom moeten opleidingen zoals geneeskunde naar meer diversiteit streven? Volgens een rapport van De Geneeskundestudent uit 2024 verbetert een diverse artsenpopulatie de zorgkwaliteit op meerdere vlakken: patiënten zijn tevredener, ze communiceren beter met hun arts en ze volgen behandelingen vaker op. Voor medisch specialisten zelf is een divers team eveneens waardevol: verschillende achtergronden zorgen voor uiteenlopende perspectieven en een beter probleemoplossend vermogen.

Cijfers en loten

Terug naar de VU. Na de uitspraak van het mensenrechtencollege heeft de opleiding criminologie haar selectieprocedure veranderd. Sinds 2022 kunnen kandidaten in het aanmeldformulier aangeven of een laat vastgestelde functiebeperking, zoals bij Jasper het geval was, hun cijfers negatief heeft beïnvloed. ‘In de afgelopen jaren heeft dit in de praktijk geleid tot de plaatsing van meerdere kandidaten’, schrijft opleidingsdirecteur Vere van Koppen.

Volgens Van Koppen spelen cijfers van de vooropleiding nog steeds een rol bij criminologie, maar gebeurt de selectie tegenwoordig grotendeels op basis van loting. ‘Daardoor hebben alle kandidaten een kans om te worden toegelaten. Kandidaten met een voldoende hoog cijfergemiddelde plaatsen zich direct – een 7,5 of hoger bij een vwo- of wo-opleiding en een 8,0 of hoger bij een andere vooropleiding. Afgelopen jaar plaatste 27 procent zich direct, de rest via loting.’ Omdat de numerus fixus bij criminologie volgend jaar omhooggaat van 130 naar 200 plekken, verwacht Van Koppen dat dan ongeveer 18 procent van de plekken naar kandidaten gaat die zich direct plaatsten.

Fixus niet behaald

Dan psychologie, daar lijken schoolcijfers eenzelfde rol te spelen als bij criminologie: kandidaten met een voldoende hoog cijfergemiddelde (7,5) en een voldoende voor de selectietoets plaatsen zich direct. De overige kandidaten krijgen op basis van loting een rangnummer. Waarom kiest de opleiding hiervoor? ‘Wij hebben, net als vele andere opleidingen, gekozen voor een gecombineerde score van het gemiddelde eindcijfer van de vooropleiding en de uitslag van een selectietoets’, schrijft onderwijsdirecteur Kirsten Bijker. ‘De reden dat we naar het gemiddelde eindcijfer van de vooropleiding kijken, is omdat uit onderzoek is gebleken dat die de beste voorspellers zijn van studiesucces.’

Volgens Bijker is de limiet van aantal studenten voor psychologie sinds de start van de numerus fixus niet behaald. ‘Hierdoor kan iedereen die toelaatbaar is tot op heden, ongeacht de score voor de middelbareschoolcijfers en de selectietoets, starten met de opleiding.’

Ongewogen loting

Afgelopen jaar kwam er verrassend nieuws vanuit de UvA. De universiteit gaat met ingang van komend studiejaar kandidaten toelaten op basis van ongewogen loting, waarbij elke kandidaat dezelfde kans heeft om toegelaten te worden. Eerder nam de Rijksuniversiteit Groningen dat besluit al. “Hiermee willen wij kansengelijkheid en de diversiteit van de potentiële studenten bevorderen”, zei UvA-vicedecaan onderwijs Suzanne Geerlings afgelopen jaar in een persbericht. “Met ongewogen loting hopen we bovendien de drempel voor aanmelding te verlagen zodat verschillende studenten – verschillend wat betreft bijvoorbeeld achtergrond, geslacht, genderidentiteit, geloof en sociaal-economische status – zich aanmelden.”

In datzelfde bericht meldde het Amsterdam UMC dat geneeskunde op de VU vast blijft houden aan het huidige selectiebeleid en niet overstapt op loting. De opleiding selecteert op basis van een portfolio en een toets en focust daarbij op maatschappelijk betrokken en sociaal vaardige kandidaten. “Onze selectie draagt bij aan diversiteit en matching tussen student en opleiding. Het percentage van de studenten dat de opleiding afrondt ligt heel hoog, tussen de 93 en 95 procent”, zegt vicedecaan Martine de Bruijne. “Daarnaast is zo’n 40 procent van de populatie eerstegeneratiestudent, mede dankzij voorlichting op scholen in Nieuw-West. In onze selectiecriteria vermijden we bewust zaken waar een sociaal netwerk of betaalde voorbereiding een voordeel opleveren.”

‘Loting klinkt eerlijk, maar is dat niet per se’

Over loting is De Bruijne sceptisch. Loting klinkt eerlijk, maar is dat volgens haar niet per se. “Niet iedereen komt uit dezelfde basissituatie. Voor sommige groepen vormt een studie met loting door lagere toelatingskansen juist een grotere uitdaging. Verder zijn er aanwijzingen dat studiesucces in het eerste jaar lager ligt bij universiteiten die alleen loten.”

De Bruijne erkent dat er nog geen definitief antwoord is. De acht geneeskundeopleidingen in Nederland werken inmiddels samen om het toelatingsbeleid transparanter en eerlijker te maken. “Ik verwacht in de toekomst meer overlap in de selectieprocedures in Nederland. We leren onderling van elkaar.”

Net als geneeskunde op de UvA gooide ook tandheelkunde – een gedeelde opleiding van de VU en de UvA – het roer om. Sinds het huidige studiejaar selecteert de opleiding alleen nog maar via loting.

Proefstuderen als dé oplossing

Volgens Niessen is er nog een andere methode, die ze uitvoerig voor haar proefschrift onderzocht: proefstuderen. Daarin maken kandidaten een realistische opdracht of toets die sterk lijkt op het eerste jaar van de opleiding. “Als je zowel studiesucces wilt voorspellen als een diverse studentenpopulatie wilt hebben, dan is proefstuderen de beste methode – mits je genoeg vragen stelt die niet te moeilijk of makkelijk zijn. Het is net zo’n goede voorspeller van studiesucces als schoolcijfers en het leidt tot een diversere studentenpopulatie.”

Bijkomend voordeel is volgens Niessen dat proefstuderen een fijne selectiemethode is voor aanstaande studenten. “Ze ervaren het als een eerlijk proces en ze krijgen een realistisch beeld van wat hen in de opleiding te wachten staat. Dat laatste kan bovendien het aantal vroege studie-uitvallers verminderen.”

Proefstuderen zou dus voor veel opleidingen een goede procedure zijn, alleen mag het volgens die wet niet als enige selectiemethode worden gebruikt. “Er moet dan nog een methode bij, ook als die nadelig werkt op doelstellingen zoals inclusiviteit”, zegt Niessen. Toch is er een omweg, vertelt ze. “Bij psychologie in Groningen hebben we een tijd een motivatiebrief verplicht gesteld als tweede methode. Maar daar deden we vervolgens niks mee, behalve controleren of kandidaten er eentje geschreven hadden.”

Het toont aan hoe ingewikkeld de afwegingen voor een selectieprocedure zijn. Nu loten sinds kort weer mag, zijn er steeds meer opleidingen die het in hun beleid proberen in te passen. Niessen: “Je ziet dat opleidingen aan het overwegen en uitproberen zijn hoe ze het kunnen gebruiken en wat de gevolgen ervan zijn.” Volgens de UvA heeft de keuze om bij geneeskunde te loten ‘naar verwachting weinig tot geen effect op het studiesucces van de geselecteerde studenten’. Over twee jaar weten we het definitieve antwoord: dan hakt de opleiding de knop door of het blijft loten.

'Met ongewogen loting willen wij kansengelijkheid en de diversiteit van de potentiële studenten bevorderen'

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht