Meisjes worden in het middelbaar onderwijs te weinig gestimuleerd bij de bètavakken, denken de hoogleraren biofysica Marloes Groot en Roberta Croce. Wiskunde, natuurkunde of scheikunde hoort niet bij meisjes. En als ze toch kiezen voor de exacte wetenschappen, zijn ze vaak onzeker en bescheiden. Dat schrijft Jori Spitz in haar artikel over bètavrouwen in de nieuwe Advalvas.
Rolmodellen
Volgens Karen Maex, decaan van de bètafaculteiten, helpt het om rolmodellen te hebben. Vrouwelijke bètahoogleraren kunnen vrouwelijke studenten en promovendi laten zien dat het kan, een carrière in de exacte wetenschappen.
Ze kunnen bovendien in sollicitatiecommissies zorgen voor een evenwichtigere man-vrouwverdeling. Want mensen zijn van nature geneigd te zoeken in hun eigen netwerk, stelt Maex. Dus vrouwen in de commissies zullen vanzelf meer vrouwelijke kandidaten opleveren. Maar dan moeten die wel eerst een exacte studie kiezen.