Als eerstegeneratiestudent ging ik ambitieus naar de universiteit, maar zonder routekaart. Waar anderen leken te weten hoe het systeem werkte, moest ik alles zelf uitvinden: waar je hulp vindt, hoe je effectief studeert en bij wie je aanklopt als iets niet lukt. Die zoektocht maakte één ding duidelijk: de universiteit biedt veel, maar niet alles is even zichtbaar of toegankelijk.

Nog voordat ik in de universitaire studentenraad zat, zag ik al dat er ruimte was voor verbetering. Vooral voor studenten die als eersten in hun familie studeren, is de drempel vaak hoger. Niet omdat we minder gemotiveerd zijn, maar omdat we minder bekend zijn met de ongeschreven regels van het academische leven. Juist daarom is het belangrijk dat ondersteuning niet alleen bestaat, maar ook vindbaar en begrijpelijk is.
In de studentenraad zet ik me in om die kloof te verkleinen. Dat begint bij duidelijke communicatie. Welke begeleiding is er? Hoe bereik je die? En wanneer trek je aan de bel? Dit soort informatie moet vanzelfsprekend beschikbaar en actief gedeeld worden.
Daarnaast heb ik me hard gemaakt voor meer studieplekken op de universiteit. Voor veel studenten is het niet vanzelfsprekend om thuis of elders een rustige plek te hebben om te studeren. Zij zijn afhankelijk van de universiteit om hun werk te kunnen doen. Een tekort aan studieplekken heeft directe gevolgen voor studieresultaten en welzijn en raakt daarmee direct aan kansengelijkheid.
Wat mij hoopvol stemt, is de ontwikkeling binnen de studentenparticipatie zelf. Bij de afgelopen verkiezingen hebben we een meer diverse groep studenten weten te betrekken bij de universitaire studentenraad. Dat is essentieel, want een representatieve raad zorgt voor bredere perspectieven en beter beleid.
Voor mij persoonlijk is deze betrokkenheid ook een groeiproces geweest. Waar ik begon als algemeen raadslid, ben ik inmiddels doorgegroeid naar coördinator Onderwijs en Onderzoek. Die rol geeft mij de kans om mij nog gerichter in te zetten voor de kwaliteit en toegankelijkheid van ons onderwijs.
Wat mij drijft, is de overtuiging dat de universiteit er moet zijn voor álle studenten. Gelijke kansen gaan niet over iedereen hetzelfde behandelen, maar over iedereen geven wat die nodig heeft om te slagen: ‘Equity over equality.’
Door deze ervaringen te delen, hoop ik bij te dragen aan een universiteit waarin iedereen zijn weg kan vinden.