Hoe ziet een doorsnee werkdag er voor u uit?
“Het eerste jaar was ik vooral bezig met management, waaronder het financiële plaatje. Naast de subsidie moeten we zelf meer geld in het laatje brengen. Het komende jaar zal mijn werkdag meer draaien om de vraag: wat betekent het om een theater op een universitaire campus te zijn? Hoe kunnen we faculteiten meer bij de programmering betrekken? We hadden een tijd terug bijvoorbeeld een voorstelling met een robot-acteur van de afdeling AI, met een script geschreven door studenten. Dat was fantastisch. Net zoals de voorstelling Hoeveel kunnen we aan van antropologie-alumnus Djûke Stammeshaus, muzikaal cabaret over migratiedilemma’s, EU-beleid en Brusselse bureaucratie.”
U hebt lang gewerkt bij het Eye Filmmuseum en bij Movies that Matter. Ligt uw hart eigenlijk bij film?
“Ik heb een groot hart voor film, werkte vanaf mijn achttiende in een bioscoop, maar ik hou van alle kunstdisciplines. Kunst schuurt, draait dingen om, zet aan het denken en maakt de wereld invoelbaar. Het analyseert niet, zoals de wetenschap, maar biedt een persoonlijke perceptie van de werkelijkheid. Zoals literatuur vaak de binnenwereld in kaart brengt, nemen films je mee op reis en laten je nieuwe werelden ontdekken. Ik zit niet drie keer per week in de bios, maar ik zie elke week wel een film.”
VU Griffioen
Dit cultuurcentrum is met twee zalen gevestigd in het Nieuw Universiteitsgebouw. Het trekt jaarlijks zo'n 28.000 bezoekers, een kwart VU'ers en driekwart Amsterdammers. Daarnaast biedt VU Griffioen creatieve cursussen en workshops, goed voor ruim 2.000 inschrijvingen per jaar, vooral van studenten. In april starten onder meer de workshops straatfotografie en acteren. Aan de programmering werken 35 VU-docenten mee. Het cultuurcentrum draait op 13 vaste medewerkers en 12 studenten.
In de programmering van VU Griffioen voert cabaret de boventoon. Is dat waar de meeste studenten warm voor lopen?
“Ja, ik denk dat cabaret het dichtst bij de jongerencultuur ligt en dat studenten daar veel affiniteit mee hebben. Voor ons is het voordeel dat het risicoloze voorstellingen zijn, dat ze meestal uitverkopen. Of het nou Micha Wertheim betreft of Rayen Panday. We hebben ook een eigen talentprogramma, waarbij mensen met zo goed als geen ervaring een regisseur krijgen toegewezen die met hen werkt aan zaken als timing en podiumgebruik. Grote namen als René van Meurs en Jasper van Kuijk zijn hier begonnen.”
Welke acts zijn geliefd bij medewerkers?
“Die kiezen opvallend vaak voor muziek. De band Her Majesty is onder medewerkers heel populair, maar we hebben ook Spinvis gehad. Daar kwamen ook veel jongeren op af. Bij dit soort voorstellingen houden we kaarten voor studenten achter de hand. Die zitten namelijk niet achter de laptop, op het moment dat we ons nieuwe programma bekendmaken in mei.”
Zien jullie weleens af van voorstellingen, over Gaza bijvoorbeeld, omdat ze politiek te gevoelig liggen?
“Voor een theatercollege van schrijfster Lale Gül hadden we beveiliging geregeld, maar we hebben nog nooit een voorstelling geschrapt vanwege politieke gevoeligheid. Dat moet je als podium ook niet doen. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht en dat stopt pas waar haatzaaien begint. Niet eerder. We hebben hier ook cabaretier Jay Francis gehad, een anti-woke cabaretier die moeite heeft met transgenders. Niet mijn stijl, maar ik vind dat kunst vragen moet stellen en oproepen, juist ook als ze ongemakkelijk zijn. We laten het allemaal zien. Zowel de platte grappen van comedian Nienke Plas als de filosofische try-outs van Tim Fransen.”
Wat zijn uw toekomstplannen met dit cultuurcentrum?
“We willen niet alleen de faculteiten meer betrekken bij het programma, maar ook de studenten. Wie bijvoorbeeld in de cursus Stand-up Comedy van Greg Shapiro eruitspringt, willen we later ook op het podium terugzien. Meer kruisbestuiving dus tussen cursussen en theater. Zo zijn ook het VU-orkest en het VU-kamerkoor ooit ontstaan.”
“Een ander mooi voorbeeld vormen de cursisten van de dansworkshops, die de ene na de andere prijs winnen op kampioenschappen. Dat gebeurt onder leiding van onze dansdocenten die met veel aandacht een community en crew van de grond hebben getild. De danscursisten geven vier voorstellingen per jaar. Altijd uitverkocht.”