Emeritus hoogleraar Harry Kuitert, bekend vanwege zijn stelling dat ‘alle spreken over boven van beneden komt, dus dat God alleen in onze verbeelding bestaat, heeft weleens gedreigd om ontslag te nemen bij de VU.
Niet omdat hem door collega’s aan de christelijke universiteit het werken onmogelijk werd gemaakt, maar doordat de kerk hem steeds in zijn nek zat.
Dat vertelt hij in een interview in de nieuwe Advalvas, een nummer met als thema ‘Hoe God verdwijnt uit Buitenveldert’.
Heren in zwarte pakken
“Ik weet nog dat als ik college gaf, er soms twee heren in zwarte pakken op de achterste bank zaten”, aldus Kuitert. “Dat waren zogenaamde deputaten van de kerk, die in de gaten hielden wat je leerde. Of dat wel in orde was. Het lastigste was als ik op het matje geroepen werd door de synode, het landelijke platform van de kerk. Ik heb daarom weleens gedreigd bij de VU weg te gaan. Maar bij de VU zeiden ze: “Doe dat alsjeblieft niet, blijf, want het is belangrijk wat je doet!”
De enige VU-collega’s waarmee hij het te stellen had, waren die van de afdeling Wijsbegeerte der Wetsidee, een filosofische stroming aan de VU die de basis wilde leggen voor een christelijke wetenschap. Eén van hen klaagde Kuitert zelfs aan bij de kerkenraad van Haarlem.
Niet christelijk genoeg
De gereformeerde Kuitert zorgde steeds voor controverse door in zijn opeenvolgende publicaties het christelijke geloof en wat hij ‘het gereformeerde huis’ noemt, steeds verder te ontmantelen. Maar in botsing met de andere VU-theologen kwam hij pas toen hij in de jaren tachtig weigerde stelling te nemen tegen kernwapens.
“Ethiek was mijn vak en daarin had ik geleerd dat als er twee met een bijl tegenover elkaar staan en er één zijn bijl neerlegt, de ander hem meteen zal doodslaan”, zegt Kuitert daarover. “Toen vonden ze me opeens niet christelijk genoeg meer.”
Vorige week verscheen er een vuistdikke biografie over Kuitert, een postuum werk van journalist Gert Peelen. Dat boek wordt hier besproken door Dirk de Hoog.