Bijna iedereen op de VU kent William Antersijn (69) minstens van gezicht. Hij is de pezige zestiger met de grijze muts die tussen de middag op het campusplein mensen zover probeert te krijgen om samen met hem te bewegen, te dansen of qigong te doen, een traditionele Chinese bewegingsleer. Hij is de onbetwiste tai chi-meester van de VU-campus, maar geeft ook kickbokslessen in Sportcentrum VU, en begeleidt calisthenics op het campusplein.
William Antersijn
- Geboren op Curaçao
- Studeerde computertechniek in Twente en heeft een eigen IT-bedrijf
- Geeft tai chi, kickboksen, calisthenics, qigong, bootcamp en seniorengym
- Denkt liever niet aan zijn eigen sterfelijkheid
Antersijn beoefent karate en taekwondo op hoog niveau en is een van de gangmakers van VU in Beweging, een campagne waarmee de VU studenten en medewerkers een uurtje probeert te laten bewegen. “Je krijgt zoveel energie van buiten sporten”, zegt hij. “Ik noem dat de kracht van buiten, in beweging zijn vanuit de verbondenheid met de natuur. Zo krijg je rust in je hoofd.”
Hij is aan de VU vooral bekend om zijn tai chi-cursussen. Eerst in het sportcentrum, tegenwoordig in cultuurcentrum Griffioen. Hij geeft regelmatig workshops en lessen aan speciale groepen (“laatst nog een groep artsen in opleiding”) en soms ook bij speciale evenementen, zoals de viering van het Chinees Nieuwjaar aan de VU.
“Tai chi is de moeder van alle vechtsporten”, legt hij uit. “Ik heb meer geleerd van tai chi dan van karate en taekwondo samen. Dankzij tai chi zijn mijn vechttechnieken beter en heb ik mezelf beter onder controle.”
Geen makkelijke jeugd
Antersijn is geboren op Curaçao, waar hij ook zijn jeugd doorbracht. Op het eiland werd de hele dag gelachen en gedanst, vertelt hij, maar als kind moest hij ook al hard werken. Zijn vader had een stuk grond, waarvan Antersijn de gewassen moest verzorgen en water geven om de oogst te kunnen verkopen aan winkels op het eiland.
Het was geen makkelijke jeugd. Zijn ouders waren erg streng. “Mijn moeder was een zeer gelovige katholiek, mijn vader was niet zo van de kerk. We gingen naar een katholieke school, maar mijn vader ging na zijn pensioen op een protestantse school werken en wilde dat we voortaan naar die school zouden gaan. Hij zei: ‘Voor God maakt het niet uit of je een kruis slaat of niet, als je Hem maar dient.’”
Bidden in het Papiaments
Zowel zijn vader als zijn moeder woonden oorspronkelijk in een gegoede buurt. “Mijn vader en mijn grootvader hadden allebei een goede baan bij Shell. Maar mijn vader heeft mijn moeder meegenomen naar het platteland. Hij begon naast zijn tuinbouwbedrijf ook een schildersbedrijf. Mijn drie broers, zus en ik mochten niet met de kinderen uit de buurt spelen. Mijn ouders keken neer op hun buren, die vonden ze wat we nu tokkies noemen.”
Natuurlijk speelden de kinderen stiekem wel met de buurtkinderen. Ze voetbalden er de hele middag mee, en als Antersijn in de verte de auto van zijn vader zag aankomen, rende hij snel terug om de gewassen water te geven.
‘Mensen zeggen niet in God te geloven maar roepen wel O, mijn God als het misgaat’
Zijn katholieke moeder was erg bijgelovig. Slordig uitgeschopte schoenen die ondersteboven lagen, brachten volgens haar onheil. Die moesten direct netjes worden geordend. Antersijn houdt er nog steeds niet van als schoenen op hun kop liggen. Hij is zelf niet kerkelijk, maar wel gelovig. “Zoveel mensen zeggen dat ze niet in God geloven, maar ze roepen wel ‘O mijn God!’ als het misgaat”, zegt hij grinnikend. Hij bidt elke morgen, in het Papiaments. Daarna doet hij een paar lichamelijke oefeningen om de goddelijke energie langs zijn meridianen te leiden.
Hyperactief kind
Als kind was Antersijn hyperactief; altijd druk en beweeglijk, en zelfs door het zware werk op het land niet te remmen. Zijn moeder vond dat hij dan maar aan sport moest gaan doen. “Ik begon eerst met mijn broertje zelfstandig de traptechnieken van taekwondo te leren, maar de vader van een Chinees vriendje gaf karatelessen waarbij ik me kon aansluiten. Ik vond het geweldig!”
Diezelfde vader gaf ook tai chi-lessen, en die fascineerden de jonge William nog veel meer. “Maar als jochie wil je graag meer ravotten. In karate kun je je energie beter kwijt door de explosieve bewegingen”, zegt hij. “En je maakt er indruk mee, nietwaar?”
Toen hij in Twente computertechniek ging studeren, nam hij taekwondo- en bokslessen bij de gerenommeerde vechtsporter Piet Schonewille in Enschede. Via Schonewille deed hij mee met wedstrijden op het hoogste niveau. Veel later kwam daar kickboksen bij, een combinatie van beide vechtsporten waar hij inmiddels les in geeft.
Niet vaak thuis
Ook zelf blijft hij zijn leven lang leren. Constant is hij bezig zijn technieken te perfectioneren. In de Shaolin Tempel in Berlijn oefent hij zich in kungfu en verdiept zijn kennis van tai chi.
Hij is eigenlijk altijd aan het lesgeven en sporten en kan simpelweg niet zonder. Elke zaterdagochtend geeft hij ook nog bootcamp-lessen in het Amsterdamse Bos. Nee, hij is niet vaak thuis, en daar zijn vrouw en kinderen niet altijd blij mee. “Maar als ik thuis ongedurig word van het niks doen, hebben zij ook niks aan mij”, verdedigt hij zich. Gelukkig is er één vast ijkpunt: elke dinsdagavond wordt er samen gedanst, en hij moet het niet in zijn hoofd halen om dat af te zeggen.
44 marathons
Rust in zijn hoofd, daar gaat het om bij al dat gesport. Tijdens het interview legt hij zijn mobiele telefoon weg omdat het geflits van het scherm hem afleidt. Zijn overtollige energie raakt hij kwijt met kickboksen, dansen en hardlopen. O, en hij heeft trouwens ook nog 44 marathons gelopen. Tai chi brengt hem de nodige innerlijke rust.
Ergens is tai chi ook een soort dans, opper ik. Daar is hij het niet mee eens. “Dansen is niet meditatief. Daarbij zit je in het moment, het stimuleert creativiteit en emotionele expressie. Bij tai chi focus je juist op het volgende moment, de volgende beweging; op gerichte aandacht en ontspanning. Het gaat om de perfecte coördinatie tussen geest en lichaam, je houding, je ademhaling en je balans.”
Dat het steeds meer ingeburgerd raakt, merkt hij aan de reacties van kinderen als hij buiten traint. “Vroeger riepen ze: ‘Die man doet yoga!’, maar nu weten ze wel dat het tai chi is.”
Geldingsdrang
Naast zijn sportieve leven runt Antersijn een eigen IT-bedrijf. Hij kwam op de VU terecht omdat hij in diverse steden in de regio vechtsportlessen gaf en een van zijn cursisten de directeur van Sportcentrum VU was: Arie Koops. Die haalde Antersijn naar de campus, waar hij sindsdien probeert zijn cursisten, die volgens hem vaak te veel in hun hoofd leven, meer in harmonie te krijgen met hun lijf.
Tai chi leer je alleen niet in één dag, en daar verkijken zijn cursisten zich nogal eens op. “Ze onderschatten het vaak. Na twee of drie lessen denken ze al dat het te moeilijk voor ze is. Wij westerlingen willen alles te snel en als het niet meteen lukt, worden we ongeduldig. Met tai chi wordt je geduld echt wel op de proef gesteld.”
Het loont om vol te houden, verzekert Antersijn: “Met de vloeiende bewegingen van tai chi trainen we onze hersenen om het parasympatische zenuwstelsel hormonen aan te laten maken die het lichaam kalmeren tot een rustige, relaxte en alerte staat.”
Toch leeft bij de meester zelf ook nog een zekere ongedurigheid; een niet te onderdrukken geldingsdrang. Grijnzend geeft hij toe dat hij het soms moeilijk vindt als een 20-jarige denkt beter, sterker en sneller te zijn dan hij. “Als ik langs het basketbalveldje op het campusplein loop, wil ik ook altijd even met die jongens meespringen.” Hij weet dat het absurd is te denken dat geen enkele 20-jarige hem aankan, al zullen er genoeg zijn die het tegen deze superfitte zestiger afleggen.
De dood
Fit, maar niet onsterfelijk meer, zoals toen hij 20 was. Hij weigert aan zijn eigen eindigheid te denken. “Dan ga ik mezelf beperkingen opleggen en dat wil ik niet.” Als hij een potje volleybal speelt, neemt hij gewoon instinctief een snoekduik, “ook al realiseer ik me dat het niet heel wijs is”. Als hij met zijn volwassen kinderen ergens langs een pleintje loopt waar gebasketbald wordt, trekken ze hem mee: “Vandaag even niet, papa”.
Een 96-jarige vrouw die bij Antersijn seniorengym volgt, slaat nooit een les over, ondanks zenuwpijn. “De energie van die vrouw, daar heb ik zo veel bewondering voor.” Voldoende beweging krijgen door je leven heen helpt, weet Antersijn. Daarnaast is hij een gematigde drinker en heeft hij nooit gerookt. “Ik heb wel heel kort pijp gerookt”, vertelt hij. “Omdat een onderwijzer dat deed en ik dat er heel stoer uit vond zien. Het rook ook wel lekker. Van mijn spaargeld heb ik toen een pijpje gekocht maar ik heb twee keer aan dat ding gelurkt. Ik vond er niks aan.”
Toch is een gezond leven geen garantie, weet hij. “Niemand op Curaçao at gezonder dan wij, maar toch is mijn moeder veel te jong aan kanker gestorven. Mijn vader stierf aan een hartstilstand toen hij bijna 70 was. Laatst is een vriend van me in zijn slaap overleden. Het kan dus gewoon dat je gezond leeft en dan toch, ták!, is het afgelopen. Zelf heb ik lang gedacht: ‘Ik ga gewoon niet dood’. Ja, echt, ik wilde gewoon niet toegeven…”
Hij wordt panisch bij de gedachte dat hij een blessure krijgt, en dan een tijd niet meer zou kunnen sporten, en dat dan het verval in zou treden. “De laatste keer dat ik een blessure had, was ik tegen de 40. Het was een partijtje voetbal, ging zo’n boer op mijn voet staan terwijl ik een draai maakte, heb ik zo mijn kruisband gescheurd. Moest ik een hele tijd herstellen en mocht ik dus niet bewegen. Verschrikkelijk was dat.”