Docenten aan de VU zaten eind 2004 met de handen in het haar. Er zaten moslimstudenten in hun colleges die biomedische wetenschappen studeerden, maar de evolutietheorie afwezen. Wat moesten ze hiermee? Het ging maar om een handvol orthodoxe moslims, maar er werd een drukbezochte bijeenkomst belegd. Iemand opperde dat docenten zich moesten verdiepen in de belevingswereld van moslimstudenten, in hun geloof en de Koran. Een docent riep wanhopig: “Ik ben al zo druk met het bijhouden van mijn vakliteratuur, moeten we nou ook de boeken van deze mensen gaan lezen?!” Het werd een nationale rel, met Kamervragen en alles.
Het was niet de eerste keer dat moslims aan de VU als probleem werden gezien, vertelt junior-onderzoeker Ouiam Kaddam, die onderzoek doet naar de geschiedenis van moslims aan de VU. Eind jaren 80 speelde de Rushdie-affaire, toen de Iraanse Ayatollah Khomeini een fatwa uitsprak over schrijver Salman Rushdie. “Toen vond een verschuiving plaats in de houding ten aanzien van moslims in het Westen, die ook aan de VU terug te zien is. Door de Rushdie-affaire werd die houding wantrouwiger.”
Ook de Golfoorlog drukt volgens Kaddam een stempel. “Daarvóór werden moslimstudenten vooral gezien als Turken en Marokkanen, buitenlanders en allochtonen, maar hierdoor kwamen ze echt in beeld als moslims, als vertegenwoordigers van de islam.” Na de aanslag op de Twin Towers op 9 september 2001 werd dat natuurlijk alleen maar erger.
Oude Ad Valvassen
Kaddam spit de VU-archieven door, op zoek naar alles wat er over moslims is geschreven. Ze bladert ook door oude jaargangen van Ad Valvas, dat indertijd schreef over de rel rond de evolutietheorie. Kaddams onderzoek maakt deel uit van het project ‘Diversiteit aan de Vrije Universiteit. Een mondelinge geschiedenis van islam aan de VU 1980-2020’. Haar archiefonderzoek is nog maar de voorbereiding voor een serie oral history-interviews die ze zal gaan afnemen bij (oud-)studenten en -medewerkers van de VU.
“Dit onderzoek raakt aan de identiteit van de VU, daarom wordt dit mede gesubsidieerd door de VU-vereniging”, zegt universiteitshistoricus Ab Flipse, samen met historicus Norah Karrouche initiator van het project. Zelf hebben zij het nodige voorwerk gedaan. Zo liet Karrouche in haar colleges Oral History van de bachelor geschiedenis studenten alumni met een islamitische achtergrond interviewen over hun studietijd. Flipse dook de archieven in. “De oudste vermelding van een moslim aan de VU die ik heb kunnen vinden was van een zekere meneer Hasnan, een uit Indonesië afkomstige student economie die zich in 1952 inschreef aan de VU.” De eerste promovendus met een moslimachtergrond was Hashem Hisham Rif’at uit Nablus, een Palestijnse stad. Hij ontving zijn bul in 1964. In 1985 werd de eerste islamitische hoogleraar aangesteld aan de VU, een kernfysicus uit Libanon, professor Muhsin Harakeh.
“In de jaren 50 en 60 schreef zich elk jaar een handvol studenten in die islam als hun religie opgaven”, aldus Flipse. “Ze waren een zeer kleine minderheid binnen een studentenpopulatie die voor het overgrote deel uit gereformeerden bestond.” Met de sterke groei van de studentenpopulatie nam ook het aantal moslims toe.
Moslims begrijpen
“In de jaren 70 en 80 groeide de belangstelling voor moslims”, vertelt Kaddam. “Er werden initiatieven ontplooid om meer inzicht in de islam te krijgen en moslims beter te begrijpen. Onder andere het studentenpastoraat organiseerde lezingen met moslims als Abdulwahid van Bommel en met hoogleraar godsdienstwetenschap Anton Wessels. Vanaf de jaren 90 waren er bijeenkomsten met moslims, moskeebezoeken enzovoort.”
Al in de jaren 70 waren er pogingen om een gebedsruimte voor moslims op de VU-campus te krijgen. Het waren de schoonmakers die daarom vroegen, maar ze werden niet gehoord, vertelt Kaddam. “Pas in 1981 kwam vanuit de VU zelf een initiatief om te onderzoeken of er behoefte aan een gebedsruimte was.” Kennelijk wees het onderzoek uit dat er geen behoefte was, totdat islamitische studenten in de jaren 90 een handtekeningenactie startten voor een gebedsruimte. “Hun argument was dat hiervoor juist aan de VU, als universiteit met een christelijke identiteit, ruimte moest zijn. Juist christenen zouden hen moeten begrijpen”, aldus Kaddam.
Pas in 1998 kwam er voor het eerst een gebedsruimte op de VU-campus, in de kelder, naast een meditatieruimte voor mensen van alle gezindten. De gebedsruimte werd daarna naar boven verplaatst en leidde toen tot veel landelijke ophef, omdat de VU zou ‘islamiseren’.
Islamitische studentenvereniging (ISA)
Kaddam is zeer geïnteresseerd in islamitische studentenverenigingen. Vanaf de jaren 80 begonnen er verenigingen voor onder andere Turkse, Surinaamse en Indonesische studenten op te komen. Vooral oud-rector Taede Sminia moedigde dit aan en was daarna ook erg betrokken bij moslimstudenten. Veel van die clubs verdwenen weer snel, maar de Turkse studentenvereniging Anatolia, opgericht in 1999, bestaat nog steeds. Er kwam ook een Marokkaanse vereniging, Selsabiel, maar die bleef ook niet lang. De eerste islamitische vereniging lijkt MashriQ te zijn geweest. Die organiseerde evenementen rond het Suikerfeest en dergelijke. “Ik vond daar een flyer van”, vertelt Kaddam. “Ik ontdekte ook dat het niet altijd even makkelijk was om een ruimte te krijgen voor evenementen. Er was toen wel sprake van tegenwerking. Veel mensen vroegen zich af van, ‘moet dat nou, die etnisch-culturele verenigingen?’ Pas toen de VU een duidelijk diversiteitsbeleid ging voeren, met een diversity officer, werden zulke verenigingen geaccepteerd.”
In januari zal Kaddam beginnen aan het oral history-deel van haar onderzoek, de interviews met (voormalige) studenten en medewerkers. Na een bachelor American Studies in Nijmegen deed ze een master geschiedenis aan de VU. Zij kende onze universiteit al van bijeenkomsten van de islamitische studentenvereniging ISA. “Die trekt studenten vanuit het hele land.”
Voor die oral history zoekt Kaddam ervaringsdeskundigen met een islamitische achtergrond. “Die zijn belangrijk omdat hun stemmen niet altijd terug te vinden zijn in de archieven”, aldus Kaddam. Haar eigen islamitische achtergrond ziet ze als een voordeel bij het afnemen van de interviews. “Vaak blijven niet-moslims die moslims interviewen steken bij algemeenheden en generalisaties. Dan gaat het vaak over ‘mensen als jij’ en de moslimgemeenschap, of mensen proberen er juist een kumbaya-verhaal van te maken. Ik kan als moslim meteen de diepte in.”
Wie tussen 1980 en 2020 aan de VU studeerde, een islamitische achtergrond heeft en mee wil werken aan het onderzoek van Kaddam, mail naar: o.kaddam@vu.nl.