Wanneer is het debat precies van de VU verdwenen? Je zou zaterdag 21 april 2018 kunnen nemen, toen de krakers van De Verrekijker onder druk van de VU vertrokken. De Verrekijker zat in de ruimte in het Wis- en Natuurkundegebouw waar nu debatcentrum 3D is. Het was een hol waar vooral links-progressieve studenten, onder wie veel internationale studenten, samenkwamen om muziek te maken, poëzie voor te dragen en te debatteren, over “de Palestijnse kwestie”, met name.
Ze werden lang gedoogd, totdat er een omstreden, wegens terrorisme veroordeelde Palestijnse vrouw kwam spreken en De Verrekijker de aandacht van de landelijke media trok, met name De Telegraaf en het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Toen trok de VU de stekker eruit. Na een korte loopgraafoorlog kozen de mensen achter De Verrekijker eieren voor hun geld.
“De Verrekijker was symbool van het vrije debat op de VU-campus”, zei de toenmalige collegevoorzitter Mirjam Van Praag. “Nu willen wij dat als VU overnemen en vergroten, zodat het op de hele campus kan”, kondigde ze aan. “We willen het debat institutionaliseren.” Vrij debat, maar geïnstitutionaliseerd. Dat betekende volgens Van Praag dat “sommige onderwerpen zo spannend zijn dat we ze niet uit de weg willen gaan, maar zich wellicht lenen voor een andere vorm dan een debat, zodat het niet polariserend werkt.”
Pizza’s en warme dekens
Maar eigenlijk is het flauw om het einde van De Verrekijker als markeerpunt voor het vertrek van het debat te nemen. Ten eerste was het debat nooit heel erg vrij op de VU-campus, behalve als studenten het naar zich toetrokken. Denk aan de bezettingen van de VU, begin jaren zeventig, en daarna zijn er nog wat van die momenten geweest, zoals de bezetting van de Kerkzaal op de zestiende verdieping van het hoofdgebouw in 2014. Dat was, zeg maar, het Maagdenhuis van de VU. Alleen liet de VU de actievoerders niet verwijderen; ze liet pizza’s brengen, en warme dekens. Daar hadden die actievoerders toen gemengde gevoelens over. Lief, die pizza’s, maar het maakt het moeilijk om lang kwaad te blijven op de VU-bestuurders.
Bij het stroomlijnen van de organisatie van de VU werd het debat minder vrij
Maar er zijn ook wel actievoerders van de campus verwijderd. Een jongeman van de Internationale Socialisten, die zomaar zonder toestemming politieke redevoeringen begon af te steken in het hoofdgebouw, werd begin jaren 2000 regelmatig door beveiligers naar buiten gedragen. En debatten over wat Israël de Palestijnen aandeed, waren altijd al taboe. Dat mocht alleen als er ook Vrienden van Israël mochten spreken.
Er waren een paar geslaagde, niet per se academische debatten waarin mensen hun emoties de vrije loop lieten. Vlak na de moord op Theo van Gogh bijvoorbeeld, in 2005. Iedereen deed in een grote collegezaal openlijk zijn zegje, Ad Valvas zat erbij en schreef het allemaal op. Ook kort daarna, toen een handjevol orthodoxe moslims hun docenten biomedische wetenschappen tot wanhoop dreef door de evolutietheorie tot taboe te verklaren, werden daarover meningen geroepen in een nokvolle grote zaal. Gewoon openbaar, met de pers erbij.
Fossiele brandstoffen
Op initiatief van Van Praag werd er ook in het openbaar gedebatteerd door voor- en tegenstanders van samenwerking met de fossielebrandstoffenindustrie. Ad Valvas was overal bij, ook bij de deeldebatjes in kleine groepen, gewoon open en transparant, zo recent als 2023 was dat. Toen de VU het besluit nam om die samenwerking op te schorten – tot teleurstelling van sommigen en vreugde van anderen – was het volkomen helder op welke grond dat besluit was genomen.
Maar bij VUture, de stroomlijning van de organisatie van de VU, die effectiever en slagvaardiger moest, werd dat debat minder vrij. Er waren grote woorden over de werkvloer die betrokken werd en veranderingen die van ‘bottom-up’ zouden komen, maar Ad Valvas werd een keer bot weggestuurd bij een sessie waarin werknemers ‘open en transparant’ hun mening mochten geven over wat er volgens hen goed en slecht ging aan de VU, en de inloopsessies hadden meer vorm dan inhoud.
Na maanden en maanden presenteerde de VU de uitkomst van het VUture-debat waaraan 1700 medewerkers zouden hebben bijgedragen en dat had geresulteerd in totaal negentien adviezen die neerkwamen op minder vergaderen, dunnere rapporten, efficiënter samenwerken en in het weer tot leven wekken van een gimmick die de VU een paar jaar eerder had geïntroduceerd, de Art of Engagement.
Misschien laat de transparantie te wensen over als je de pers wegblaft bij openbare bijeenkomsten
Art of engagement gaat over zaken als deep listening en transparant zijn. Of het debat rond VUture daar een voorbeeld van is, daarover kun je discussiëren. Misschien laat de transparantie te wensen over als je de pers wegblaft bij openbare samenkomsten en iedereen je dus maar op je blauwe ogen moet vertrouwen als je zegt dat 1700 medewerkers hebben besloten dat Art of Engagement, dat twee jaar lang lag te verstoffen op de zestiende verdieping van het hoofdgebouw, bij nader inzien toch wel de oplossing is.
Besloten vergaderingen
De VU is er, eerlijk gezegd, niet transparanter op geworden en dat gaat dan niet alleen over het Grote Zwijgen rond de extreemrechtse studentenpartij VSP (zie het vorige magazine van Ad Valvas) en de verkramping ten aanzien van het Gaza-debat. Het lijkt zelfs wel alsof er een omgekeerd evenredige relatie is tussen het gebruik van het woord transparant in de VU-communicatie en de feitelijke transparantie van de organisatie.
Toen de VU in 2013 en 2014 een pijnlijke reorganisatie met veel gedwongen ontslagen onderging, werd daarover in alle openheid fel gedebatteerd, ook bij de medezeggenschapsraden, met Ad Valvas erbij. Nu, in 2026, de tijd van Art of Engagement, wordt Ad Valvas om de haverklap weggestuurd vanwege ‘besloten gedeeltes’ in de vergaderingen van de ondernemingsraad en de gezamenlijke vergadering van de OR en de universitaire studentenraad.
In de berichtgeving over die vergaderingen, doorgaans saai, maar bij vlagen interessant, belangrijk en zelfs spannend, werden raadsleden gewoon met naam en toenaam geciteerd. Nu willen ze dat niet meer, onder andere omdat ze door hun leidinggevenden worden aangesproken op wat ze tijdens een medezeggenschapsvergadering hebben gezegd over een bepaald onderwerp.
Die leidinggevenden mogen dat helemaal niet. Maar ze doen het toch. Het gevolg: bij de komende OR-verkiezingen staan er kandidaten op de lijst die al een of twee periodes bij de OR achter de rug hebben, maar van wie niemand weet wat ze daar precies gedaan hebben. Dat moet semi-geheim blijven. Je weet dus niet echt waarop je stemt.
Debat moet soms onveilig zijn
Eind vorig jaar was er een openbare bijeenkomst voor alle VU-medewerkers over academische vrijheid. Ad Valvas had zich ook aangemeld. Het was in de VU-foyer, iedereen kon erbij, maar de vorm was wat gimmickachtig, waarbij mensen een koptelefoon op kregen en iets in groepjes moesten doen. Sowieso moeilijk om over te schrijven, misschien was het leuk voor een foto op Instagram, maar zodra de camera tevoorschijn kwam, snelden er mensen toe om te zeggen dat dát niet de bedoeling was, want medewerkers moesten in veiligheid kunnen zeggen wat ze op hun lever hadden.
Nu is dat het excuus waarmee Ad Valvas de laatste jaren vaker de deur in zijn gezicht krijgt dichtgesmeten. Soms begrijpelijk, want als mensen in kleine groepjes bij elkaar komen om over hun persoonlijke, soms pijnlijke ervaringen te praten, moet dat in een beschermde, veilige omgeving kunnen. Maar een openbare bijeenkomst over wat de VU zou moeten doen om de academische vrijheid te beschermen? Come on! Dat gaat ons allemaal aan.
Bovendien moet ook over zaken als seksuele geaardheid, gender, racisme, sociale veiligheid en tal van andere gevoelige zaken ook in het openbaar kunnen worden gepraat, zeker in een academische omgeving. Het is misschien onveilig, maar wel nodig, om tal van redenen, om daar zoveel mogelijk mensen bij te betrekken.
‘De angst voor cancelen kun je niet negeren’
Sem Barendse is dialoogcoördinator aan de VU en sinds Ad Valvas in november werd weggestuurd bij dat debat over academische vrijheid, hebben we regelmatig contact. Barendse zegt het jammer te vinden “dat we Ad Valvas tot nog toe niet op een goede manier hebben weten te betrekken.”
Hij wil graag dat de hele VU-gemeenschap meedoet bij de debatten over sociale veiligheid en academische vrijheid, ook over de samenwerking van de VU met defensie. “Omdat we willen weten wat iedereen te zeggen heeft over die onderwerpen.”
Het is niet alleen de VU die de pers wegstuurt, mensen willen zelf ook niet meer door de pers worden geciteerd, uit angst dat hun carrière wordt geschaad.
“Sommige wetenschappers en medewerkers zijn huiverig om zich publiekelijk uit te spreken en al helemaal om geciteerd te worden, omdat ze bang zijn dat uitspraken later tegen hen gebruikt kunnen worden. Dat is iets waar je rekening mee moet houden, ook als journalist. Je zou bijvoorbeeld van tevoren kunnen afspreken om mensen niet met naam en toenaam te citeren.”
Moeten mensen niet wat moediger worden? Als iedereen zich in zijn safe space verschuilt, komt er nooit meer een debat tussen verschillend denkenden.
“Er zijn wel machtsverschillen op de werkvloer. Werknemers en hun leidinggevenden hebben afhankelijkheidsrelaties, dat kun je niet negeren. Het zal altijd nodig blijven om een veilige omgeving te creëren waarin mensen zich wel durven te uiten. Daarnaast moeten we ook situaties faciliteren waarin gemarginaliseerde stemmen naar voren worden gehaald, om de dominante groep naar ze te laten luisteren, zich in een ander te laten verplaatsen.
“In mijn rol houd ik me minder bezig met debat in de klassieke zin, met twee kampen tegenover elkaar, en meer met het ontwerpen van ruimtes en gesprekken waarin mensen kunnen onderzoeken wat er onder hun standpunt ligt en wat dit betekent voor de universiteit als gemeenschap.”
De pers is een belangrijke factor voor een echt open debat. In plaats van Ad Valvas weg te sturen, zou je ons actief moeten betrekken. We zijn óók een podium voor iedereen binnen de VU-gemeenschap.
“Als dat een uitnodiging is, dan neem ik die graag aan.”