Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
27 februari 2024

Campus
& Cultuur

De collegezaal als podium

Denkbeeldige sinaasappels verkopen, over paardenzadels schreeuwen en een gesprek voeren met maar één woord. Docenten die de cursus theatervaardigheden volgen, kunnen niet zomaar toekijken. ‘Ik ben nu al bang.’

In een collegezaal van het Nieuwe Universiteitsgebouw draaien drie VU-docenten enigszins nerveus heen en weer op hun stoel. Theaterdocent Jurriaan Kamp heeft hen net verteld dat sommige opdrachten de komende drie weken buiten hun comfortzone zullen liggen. Hij is theaterstudenten gewend, voor wie “niks te gek is”. “Ik ben nu al bang”, zegt iemand. 

En ik ook, want hoewel ik bij binnenkomst aankondigde een vlieg aan de muur te zullen zijn voor de reportage over deze cursus, heeft Kamp liever dat ik gewoon meedoe. En dus sta ik mezelf iets later voor te stellen aan mijn zogenaamde studenten, die daarna zeggen hoe ik op ze overkwam: “vriendelijk”, “een beetje ondeugend”, en dan wat vragend: “zelfverzekerd, of alsof je zelfverzekerd probeert over te komen.” 

Publiek bespelen 

Het is een eerste kennismakingsopdracht, die tevens duidelijk maakt waaraan de docenten kunnen werken. Zo krijgt criminologiedocent Frank van Gemert als feedback dat hij ontspannen lijkt, in controle, maar dat het wel allemaal wat overkomt als een trucje. Hij heeft het zo vaak gedaan dat hij te comfortabel is geworden, speculeren we. Kamp: “Je publiek wil niet het gevoel hebben dat het bespeeld wordt.”  

En dus moet Van Gemert opnieuw, om het wat meer “te laten vloeien”. Hij doet het, het werkt, maar toch ook weer niet. In deze nieuwe uitvoering lijkt hij zich te bewust van zijn presentatie, en daardoor opeens wat onzeker. Gelukkig is zijn eerste methode niet slecht. Want, zo stelt Kamp, het is helemaal niet erg als studenten doorhebben dat je iets doet waarvan je hoopt dat het positief op ze uitwerkt. “Dat is eigenlijk een compliment, dat je geeft om hoe je op hen overkomt.” 

Theatervaardigheden voor docenten

De cursus theatervaardigheden wordt georganiseerd door het Centre for Teaching and Learning. De volgende reeks begint op 5 maart en is drie weken lang elke dinsdag van 13.30 uur tot 17 uur. Aanmelden kan via de VU-website.

Belang van intentie 

Economiedocent Evgenia komt wat onvast over wanneer ze haar les aankondigt, wat Kamp als aanleiding neemt om het te hebben over het belang van intentie. “Als je er zelf van overtuigd bent dat wat jij gaat vertellen écht interessant is, dan breng je dat enthousiasme over op de ander. En als je om vier uur nog een college moet geven en denkt: ik wil eigenlijk naar huis, dan voelen je studenten dat, en gaan zij dat ook denken.”  

Ik geloof je niet, dat je dat echt wilt weten 

Docent gezondheidswetenschappen Jip Gudden maakt volgens het publiek iets te haastig oogcontact – een deel van de opdracht – maar wat dan wel de juiste hoeveelheid oogcontact is, weet de rest eigenlijk ook niet. Verderop in de cursus is dat precies waar we mee oefenen.  

Denkbeeldig paardencongres 

Op de tweede cursusdag gaan we namelijk ons lichaam – dat Kamp doorgaans ons instrument noemt –  gebruiken om te zien hoe niet alleen intentie, maar ook onze lichaamshouding en stemgeluid beïnvloeden hoe je op anderen overkomt. In tweetallen – de een verkoper en de ander klant – moeten we door één woord te gebruiken, duidelijk maken wat we willen. En zo bestelt iemand door alleen het woord ‘pen’ te mogen zeggen een halfje wit, ongesneden, en laat iemand zich een broek aanmeten in een pakkenwinkel door het woord ‘tafel’ te herhalen. “Zo voelt het ook een beetje op vakantie”, merkt iemand op. 

Daarna wandelen we door de ruimte, die nu fungeert als denkbeeldig congres voor paardenliefhebbers, en knopen gesprekjes aan met de mensen die we tegenkomen. Van tevoren heeft ieder van ons een opdracht gekregen: plant je voeten in de grond en maak je lichaam breed, of maak jezelf juist kleiner en raak je gezicht veel aan terwijl je praat. Maak voortdurend oogcontact, of breek elke twee seconden. Gebruik een zware stem of juist een hoge, praat snel of juist langzaam.  

Twee docenten die beiden hun lichaam groot moeten maken, beginnen elkaar te overschreeuwen over de beste keus voor een zadel. Een ander, die oogcontact moet mijden, dreigt ondergesneeuwd te worden wanneer hij vertelt dat zijn moeder hem afzette en hij het allemaal wel wat spannend vindt. Onze houding beïnvloedt duidelijk ons verhaal. Maar ook onze interactie. “Het is onmogelijk om je niet aan te passen aan de ander”, merkt Gudden op. “Dat is wat ons empathisch maakt”, zegt Kamp.  

Fouten maken 

Naarmate de cursusreeks vordert, worden de deelnemers steeds minder giechelig. Op de eerste dag zorgt een opwarmingsopdracht waarin we elkaar in een cirkel een ‘klap’ moeten doorgeven door oogcontact te maken nog wel voor wat ongemak. Maar een week later, als we in eenzelfde cirkel elkaar met bijbehorend geluidseffect een beweging moeten doorgeven, is de groep eensgezind vastberaden om dat volgens het afgesproken patroon te doen. Als iemand een fout maakt, stapt die in de kring om een buiging te maken en applaudisseert de rest van de groep want, zo zegt Kamp: fouten maken hoort erbij. Soms wordt alsnog duidelijk dat de docenten geen podiumachtergrond hebben. Terwijl Kamp langs een tweetal loopt, roept hij: “Ja! Mooi! De theaterliefhebber in mij wil nu dat jullie doorgaan, probeer niet meteen over te gaan op problem solving.” “Dat is als wetenschapper erg moeilijk”, lacht Evgenia.  

Ook tussen de opdrachten door lijken de toneellessen tot de verbeelding te spreken. In de pauze wordt er zelfs wat geïmproviseerd. “Wat een gekke foto”, merkt iemand op over de Russische staatsvrouw die achter haar bureau zittend aan de muur hangt. “Oh, nou dat dorp waar ze woont is anders prachtig”, verzint een ander erbij. De rest grinnikt boven hun koffie.  

Sinaasappels verkopen 

In de afsluitende les werken we verder aan onze overtuigingskracht door elkaar sinaasappels of een pistool te verkopen, en elkaar zover te krijgen op te staan uit een stoel. Eerst doen we dit op intimiderende wijze, dan verleidelijk, dan smekend. En dus hangen we aan elkaars stoelpoten, wordt er geschreeuwd, tranen gefaked, zwoel in oren gefluisterd. De schroom is in deze derde les steeds verder te zoeken, ook wanneer iemand harde feedback krijgt (“Dat verleiden voelde geforceerd, je moet eerst zélf overtuigd zijn van jezelf”) wordt dat geïncasseerd en de volgende poging is even gedurfd als kwetsbaar.  

Niet acteren 

Als slotstuk presenteren de docenten een college. Terwijl Gudden zijn powerpoint opstart, wacht de rest op de gang want, zoals Kamp zegt: daar begint het college al, voordat de studenten zijn binnengekomen. Als we binnenlopen als eerstejaars bij een introductiecollege, zegt Gudden: “Hoi, kom binnen. Hoe is jullie eerste dag?” “Ah, ik geloof je niet, dat je dat echt wilt weten”, zegt Kamp. “Opnieuw! Terug naar de gang!” 

Kamps aanwijzing – misschien ietwat onverwacht na een cursus theatervaardigheden: “Je moet niet acteren, maar geloven wat je doet.” Van Gemert: “Ik zie nu in dat we als docent geneigd zijn om te denken: dit is wat ik in vijf colleges wil behandelen. Daarmee letten we veel meer op de inhoud dan op de manier waarop je een boodschap overbrengt.”  

‘Dat verleiden voelde geforceerd, je moet eerst zélf overtuigd zijn van jezelf’ 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Velden met een * zijn verplicht
** je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.