Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
31 januari 2026

Campus
& Cultuur

Aardwetenschappers duiken de bouwput in op de campus

Voor wie er langsloopt is het misschien vooral modder en bouwlawaai, maar voor universitair docent Aardwetenschappen Willem Toonen en de promovendi en stafleden die hij meenam, is de bouwput op de campus een opengelegd geschiedenisboek. ‘Dit gebied was ooit een moeras, niemand woonde er.’

Toonen en zijn collega’s hebben vanaf de tiende verdieping in het naastgelegen Nieuwe Onderzoeksgebouw een eersterangs zicht op de bouwput waar het nieuwe Matrixgebouw komt. “We zagen bij het opgraven allemaal mooie dingen gebeuren en zwart sediment naar boven komen, en dachten: het zou toch leuk zijn om daar te gaan kijken.” Toonen mailde afdelingshoofd Huisvesting Paul Goossens, die vroeg de aannemer om toestemming en twee dagen later mochten ze al langskomen. Net op tijd, want de volgende dag zou beton in de put worden gestort.

Met harde helmen, fluorescerende hesjes “en gezond verstand” daalde Toonen met twee promovendi en drie stafleden af in de vijf meter diepe uitgraving. Hij had eigenlijk met een hele groep studenten de put in gewild, maar dat kon om logistieke redenen niet. Toonen is zelf meer een rivierenexpert, maar de aanwezige veenexpert Nathalie van der Putten had al eerder boringen in het Amsterdamse Bos gedaan. Dat heeft dezelfde ondergrond, dus ze wisten al een beetje wat ze konden aantreffen in de bodem.

Verarming van het milieu

Toch wilde Toonen deze kans niet aan zich voorbij laten gaan. Omdat er voor de bouwwerkzaamheden al tot vijf meter onder NAP-niveau was afgegraven, gaf hen dat een voorsprong om dieper de grond in te kunnen gaan. “Je kunt steeds maar tien tot twintig centimeter met een handboor. Met deze voorsprong van 5 meter hebben we tot 11,5 meter diepte kunnen boren. Dat is grond van zo’n 10.000 jaar geleden.”

Bovenin het basisveen is heideplant te zien

Tijdens het boren voelden ze goed door welke lagen ze heen gingen. “Zand knarst, door veen glij je veel makkelijker.” Van boven naar beneden zagen ze eerst een 1,5 meter dikke laag klei en zand met daaronder een even dikke veenlaag bestaande uit afgestorven plantenresten – bovenin mos en heide en dieper gelegen riet. “Je ziet daar dus een verarming van het milieu, want riet heeft meer nutriënten en nattere omstandigheden nodig om te groeien dan mos en heide.” Onder het veen zit een zes meter dik pak klei en zand met schelpen en mosselen – ontstaan door zeespiegelstijging en inbraken van de zee. Daaronder een tweede laag veen en ten slotte zand.

Daar stopten ze met boren. Het al uitgegraven deel van vijf meter bood een duidelijk overzicht. Daar waren de verschillende lagen goed terug te zien op elkaar, terwijl bij boringen het beeld soms wat wordt verstoord door de draaiing van de boor.

Complex en chaotisch

Op bijzondere archeologische vondsten rekenden ze niet. “Dit gebied was ooit een moeras. Er woonde niemand, dus de kans dat we iets zouden vinden was heel klein.” De onderste laag zand “van voordat Nederland verdronk”, afkomstig uit de tijd van jagers en verzamelaars, bood iets meer kans om iets te vinden. “Maar onze boor is vijf centimeter breed dus de kans op een archeologische vondst is onmetelijk klein.”

Wat ze wél vonden was een bepaalde schelplaag die Toonen nog niet eerder had gezien. “Voor dat soort dingen is veldwerk nodig. Tekstboeken leren het algemene plaatje, maar de werkelijkheid is altijd veel complexer en chaotischer dan je in de theorie leert.” Met de monsters die ze verzamelden tijdens hun boringen, kunnen bachelor- of masterstudenten onderzoek uitvoeren. “Om te herleiden hoe snel water heeft gestroomd door de getijdegeulen bijvoorbeeld, of hoe snel vegetatie veranderde. Alles bij elkaar is dit een nieuw stukje detail in de algemene ontstaansgeschiedenis van West-Nederland.”

Studentenaantallen

Nu D66 tien nieuwe steden zegt te gaan willen bouwen, is er voorlopig genoeg onderzoeksgebied voor Aardwetenschapsstudenten. “Overal waar een schop de grond in gaat, moet ook naar de ondergrond gekeken worden.” Volgens Toonen komt een deel van de afgestudeerden dan ook terecht bij bouwbedrijven, waar ze adviseren welke grond geschikt is om op te bouwen. En de geoarcheologie is ook een ‘afnemer’ van afstudeerders, die kijken of er bij de bouw kans is op archeologische vondsten.

Toonen ziet het veldwerk ook als kans om zichtbaarder te zijn op de campus in een tijd waarin de toekomst van de afdeling Aardwetenschappen onzeker is. “Door alle commotie zijn de studentenaantallen op de VU teruggelopen, maar op andere universiteiten zijn ze juist erg gegroeid door alle aandacht voor het mogelijk afschaffen van de opleiding. There’s no such thing as bad publicity, kennelijk. Maar we hopen wel een deel van die studenten deze kant op te krijgen.”

‘Overal waar een schop de grond in gaat, moet ook naar de ondergrond gekeken worden’

Één reactie

  1. Een prachtige bouwput die de aardwetenschappelijke geschiedenis van West Nederland laat zien. Op 5 tot 12 m onder NAP een kleilaag met schelpen die het gevolg is van snelle zeespiegelstijging en overstromingen door de zee. Dus Amsterdam stond onder water, nog niet heel lang geleden, in de tijd van de pyramide van Cheops en de hunnebedden. West Nederland was overstroomd van Den Helder tot Breskens, van Zandvoort tot Mijdrecht, van Rotterdam tot Bergen op Zoom. Is het dan wel verstandig om in een tijd met versnelde zeespiegelstijging kelders te bouwen met kwetsbare infrastructuur? Waarom zetten we de nieuwbouw niet op palen: 20 m in de grond en 5 m boven de grond? De studie van het aardwetenschappelijk bodemarchief is essentieel om toekomstige ontwikkelingen te doorgronden.

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht