Het was een hete zomer. Niet zomaar heet, maar vier hittegolven op rij. Natuurbranden die groter en feller waren dan ooit. Vrijwel dagelijks sneuvelde er een weerrecord. Het extreme weer kostte honderden mensen het leven en de materiële schade loopt ondertussen in de miljarden.
Jarenlang was het grootste probleem van klimaatverandering dat het te abstract voelde. Anderhalve graad opwarming – wat stelt dat nou helemaal voor? Het omhoogkruipen van de temperatuur ging ongemerkt. De gevolgen leken iets voor ijsberen, verre eilanden of toekomstige generaties. Mensen misten tastbaar bewijs dat hun eigen leven geraakt zou worden. Deze zomer heeft daar een eind aan gemaakt.
Wetenschappers bevestigen dat de uitzonderlijke hevigheid van de natuurbranden te wijten is aan klimaatverandering. Vaker voorkomende en extremere hittegolven zijn precies wat klimaatmodellen voorspeld hebben. Je zou verwachten dat deze zichtbare gevolgen politici eindelijk in beweging doen komen. Al is het maar omdat een verontwaardigde samenleving hen daartoe dwingt. Omdat de bevolking liever een leefbare planeet wil dan een economie die de winsten van oliebedrijven veiligstelt.
In plaats daarvan: stilte. In de media wordt de link met fossiele brandstoffen opvallend vaak vermeden. Politici spreken liever over ‘extreem weer’ dan over onze eigen uitstoot. Alsof deze rampen uit de lucht zijn komen vallen. De geëvacueerde bewoners, nog maar net ontsnapt aan de vuurzee, accepteren hun rampspoed als het nieuwe normaal. Toeristen balen vooral dat hun vakantie is verpest. Dan volgend jaar maar naar Scandinavië. Of gewoon wat verder weg vliegen. Alsof je een brandende wereld kunt ontlopen met een andere bestemming op Schiphol.
Wees gerust, de energietransitie komt er wel. Dat proces is in gang gezet en zal niet meer stoppen. Maar de vraag is allang niet meer óf we gaan verduurzamen, maar of we het snel genoeg doen om verdere ontwrichting nog af te remmen. De kans daarop lijkt met elke hittegolf kleiner.
Toch gaan we gewoon door met ons leven, boeken een nieuwe vakantie en hopen dat de volgende zomer iets milder zal zijn. Misschien is dat wel het meest verontrustende aan deze klimaatcrisis: niet de hitte, niet de branden, maar ons verbijsterende vermogen om eraan te wennen.