Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
24 februari 2026

Campus
& Cultuur

‘Je kunt Iran niet reduceren tot één verhaal’

Voor Iraanse en Iraans-Nederlandse studenten en medewerkers is de onrust in Iran geen ver-van-mijn-bedshow. Drie van onze mede-VU'ers delen hoe zij de huidige situatie ervaren en waarom ze denken dat Iran zo vaak verkeerd begrepen wordt.

Wanneer beelden van protesten, onderdrukking en internet-blackouts in Iran met tussenpozen hun weg vinden naar Nederlandse nieuwsberichten, lijkt de situatie in het land vaak een crisis ver weg te zijn: dringend, gewelddadig, maar moeilijk te vatten. Maar voor Iraanse en Iraans-Nederlandse studenten en medewerkers van VU, zijn de ontwikkelingen niet abstract. Ze zijn doorleefd, via verstoorde contacten met familie, boosheid over politieke narratieven en onzekerheid over wat nog zal volgen.
Dr. Younes Saramifar, een antropoloog die onderzoek doet naar politieke islam en macht in het Midden-Oosten, is kritisch over de manier waarop Iran vaak wordt verbeeld in westerse media en in delen van de diaspora. “Iran is niet alleen de regering, en het gaat niet alleen om de demonstranten”, zegt hij. “Het gaat ook om mensen die tegen de protesten zijn en we moeten ons afvragen waarom zij de Islamitische Republiek steunen en actief zijn in wat zij willen voor de toekomst van Iran.”

Selectieve representatie

Volgens Saramifar wordt de Islamitische Republiek – het huidige politieke systeem in Iran – in politieke debatten vaak behandeld als een kleine groep elitairen die hun wil oplegt aan een uniforme populatie die weerstand biedt. In die beeldvorming wordt volgens hem voorbijgegaan aan de sociale basis die de macht in stand houdt. “Een regering bestaat niet alleen uit bevelhebbers of leiders. Zij bestaat uit een geheel aan belangen, ideologieën en mensen die actief deelnemen aan geweld of hiervan profiteren.”
Hij is in het bijzonder kritisch op wat hij beschrijft als een dominant narratief over de Perzische diaspora in Europa en Noord-Amerika waarin, naar zijn mening, een machtswisseling door middel van buitenlandse interventie en Israël wordt beschreven als onvermijdelijk en wenselijk. “Deze stemmen hebben toegang tot westerse media en politieke instituties. Maar waarom zouden zij de toekomst van Iran moeten bepalen?” Voor Saramifar heeft deze selectieve representatie consequenties. “Het leidt tot uitsluitingspolitiek en islamofobische, soms racistische, opvattingen die een ‘bevrijd’ Iran voor zich zien door het uitwissen van religieuze mensen, plattelandspopulaties en minderheden.”

Gereduceerd tot passieve slachtoffers

Soraya Oskouie, een 24-jarige Iraans-Nederlandse technologiestudent die is opgegroeid in Nederland, is het daarmee eens. Ze gaat elk jaar op bezoek in Iran en verzet zich tegen het beeld dat ze hier vaak tegenkomt. “Mensen hier zien Iran als een arm, door oorlog verscheurd land. Maar in veel opzichten is het heel modern, bijvoorbeeld wat betreft eten, mode en technologie. Het is diverser en bruisender dan mensen denken.”

‘Iran is diverser en bruisender dan mensen denken’

Ze ontkent niet dat er sprake is van repressie en gevaar. Maar ze maakt zich er zorgen over dat in westerse verhalen de Iraniërs, in het bijzonder vrouwen, worden gereduceerd tot passieve slachtoffers. “Toen ik daar was, droeg meer dan de helft van de vrouwen geen hoofddoek. Het idee dat bevrijding alleen inhoudt dat religie verdwijnt komt niet overeen met de realiteit.” Tegelijkertijd voelt het geweld dichtbij. Verschillende vrienden van haar neven en nichten zijn tijdens de protesten neergeschoten. “Families moesten mortuaria doorzoeken zonder dat iemand hen vertelde waar de lichamen heen waren gebracht. En vervolgens moesten ze betalen voor de kogels die waren gebruikt om hun geliefden te doden, voordat ze hen konden begraven.”

Universiteiten onderdrukt

Voor Saeid Mir Mohammadi vormen de huidige protesten een onderdeel van een langere cyclus. De VU-promovendus in de geschiedenis van de fotografie, studeerde en doceerde in Iran voordat hij drie jaar geleden naar Nederland verhuisde. Als student aan de University of Arts in Teheran tijdens de Groene Beweging in Iran in 2009, zag hij van dichtbij wat de effecten van de protesten waren, zoals arrestaties en moorden. “Sommige studenten van onze universiteit werden gedood of gevangengezet. Een van hen, Sane Jaleh, werd een symbool van de beweging”, vertelt hij. “Tegelijkertijd leefden we met boosheid, verdriet, frustratie en verzet binnen een atmosfeer van vernedering, beperkingen en repressie die werd opgelegd door de machthebbers.”
Na zijn afstuderen keerde Mir Mohammadi terug als docent, en zag hij hoe dezelfde patronen werden herhaald tijdens latere protesten in 2018, 2019 en 2022. Na de Woman, Life, Freedom-beweging in 2022, verloor hij zijn baan als docent omdat hij studenten had gesteund. Hij werkt nu bij de VU, maar afstand heeft geen verlichting gebracht. “Ik voel me meer verontrust dan eerder”, zegt hij. “Ik kan mijn eigen land niet meer in en elke dag, soms elk uur, krijg ik afschuwelijk nieuws voor de kiezen.” Net als veel Iraniërs in het buitenland heeft hij het contact met familie verloren tijdens de perioden waarin het internet was afgesloten. “Twee weken lang hoorde ik niets. Daarna een kort telefoongesprek.” Hoewel zijn familie het overleefd heeft, zijn enkele vrienden gewond geraakt. Sindsdien is er weer een zeer trage internetverbinding tot stand gebracht, waardoor online contact weer mogelijk is.
Technologiestudent Oskouie heeft eveneens moeite gehad om contact te leggen met haar familie in Iran. Haar ouders en zus wonen ook in Nederland, maar ze heeft geprobeerd om de rest van haar familie in Iran te bereiken. “De langste tijd dat ik geen contact kon krijgen was ongeveer een week”, zegt ze. Maar door het gebruik van een VPN kan Oskouie redelijk eenvoudig contact onderhouden met haar familie.

Verkeerde interpretatie van Iran

Alle drie de geïnterviewden uiten hun frustratie over hoe ongelijk de wereldwijde aandacht is verdeeld. Mir Mohammadi merkt op dat de protesten in Iran, anders dan bij conflicten in Gaza, zich afspelen onder bijna volledige internet-blackouts, zonder dat internationale waarnemers of journalisten ter plaatse zijn. Saramifar gaat verder en beargumenteert dat Westerse instellingen vaak vertrouwen op bekende scripts. “Er is een handboek: de Islamitische Republiek is slecht, machtswisseling lost alles op en buitenlandse interventie wordt voorgesteld als redding. Maar we luisteren niet naar wat de mensen in Iran als geheel willen.”
Oskouie ervaart deze kloof op een alledaagser niveau. Haar ouders geloven sterk in een machtswisseling, zelfs een alternatief dat wordt ondersteund door buitenlandse mogendheden. Maar dat geloof deelt zij niet. “Dat durf ik ook niet te zeggen en ik heb het er niet meer over wanneer mijn ouders in de buurt zijn, omdat zij zeggen dat ik dan hun hoop wegneem.”

Hoop voor de toekomst

Wanneer wordt gevraagd naar de hoop die zij hebben, verschillende de antwoorden sterk. Mir Mohammadi aarzelt om het woord hoop in de mond te nemen. “Dit is een collectief trauma”, zegt hij. “Er zal tijd overheen gaan voordat we het ook maar kunnen hebben over hoop. Historisch gezien heeft de Iraanse samenleving vele crises doorstaan, zelfs als het gaat om het voortzetten van het culturele en sociale leven als een natie, maar dat maakt het er niet makkelijker op.”

‘Hoop is een krachtig middel’

Ondertussen vraagt Saramifar zich af of hoop op zich gevaarlijk kan zijn. “Hoop is een krachtig middel”, zegt hij. “Het kan mensen ertoe drijven om te wachten op een redder, zoals de VS, Israël, een herstelde monarchie, in plaats van dat ze van binnenuit bouwen aan gemeenschap en solidariteit.” Hij geeft aan dat het loslaten van valse hoop misschien ruimte kan scheppen voor meer gewortelde vormen van politieke organisatie. “Uit hopeloosheid kan iets anders groeien.”

De rol van de universiteit

Geen van de geïnterviewden verwacht dat een symbolische verklaring van VU iets aan hun situatie zal veranderen. Oskouie zegt dat ze zich alleen op individueel niveau gesteund voelt, door haar studiebegeleider. Mir Mohammadi waardeert de academische aandacht, maar is van mening dat de hoofdverantwoordelijkheid van de universiteit ergens anders ligt. “De taak van universiteiten is om dehumanisering te analyseren, documenteren en weigeren”, voegt Saramifar daaraan toe. “Als een universiteit geen weerstand biedt aan dehumaniserende politiek, waar dient zij dan voor?”
Wat hen alle drie verbindt is de noodzaak om complexiteit en nuancering te vinden in het gesprek. Iran, benadrukken ze, kan niet worden gereduceerd tot een enkel narratief of een enkele toekomst. “Je kunt dit niet alleen begrijpen van buitenaf”, zegt Mir Mohammadi. “Je begrijpt wat het is als menselijke waardigheid wordt geschonden, wanneer je gedwongen bent om urenlang te zoeken naar je kind tussen de lichamen.”

'Als een universiteit geen weerstand biedt aan dehumaniserende politiek, waar dient zij dan voor?'

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht