VU-hoogleraar uit harde kritiek op werk Peter Nijkamp

NIEUWS

Campus  1 juli 2014

VU-hoogleraar uit harde kritiek op werk Peter Nijkamp

reacties 12

VU-hoogleraar economie Pieter Gautier verbaast zich over de solide reputatie die de van wetenschappelijke fraude beschuldigde Peter Nijkamp tot voor kort in Nederland genoot. "Iedereen heeft het over ethiek en zelfplagiaat en vergelijkt hem met Stapel maar dat is van een andere orde. Het feit dat hij voornamelijk in bladen met weinig aanzien publiceert en tegelijkertijd door velen als wereldtopper wordt gezien vind ik veel interessanter."

Gautier tweette erover in reactie op een tweet van de Leidse statisticus Richard Gill, die de anonieme klachten over het proefschrift van de vorige week gepromoveerde Karima Kourtit op het internet publiceerde.

In de economie is een bepaalde hiërarchie in de wetenschappelijke bladenwereld, legt Gautier uit. "Je hebt de top-5 en daaronder twintig bladen die heel goed zijn, daaronder weer twintig bladen die oké zijn en daaronder weer de bladen waar je als wetenschapper je publicaties beter niet kunt toesturen. En dat zijn de bladen waar Nijkamp in publiceert."

Beste econoom

Dat Nijkamp in 1996 van onderzoeksfinancier NWO de prestigieuze Spinozapremie ontving, vindt Gautier "een beetje vreemd." Dat hij door de VU werd benoemd tot universiteitshoogleraar, wat een boegbeeld is van deze universiteit, "verbaast mij ook wel een beetje."

"Ik heb er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar ik heb wel rondgevraagd onder collega's en niemand die ik sprak bij de afdeling algemene economie, is door de VU om advies gevraagd voordat Nijkamp werd benoemd. Hij wordt hier niet als de beste econoom van Nederland gezien."

Nijkamps onderzoeksstijl is volgens Gautier "meer op kwantiteit dan op kwaliteit gericht ." Dat hij allerlei internationale lijsten aanvoert als één van de meest geciteerde  economen maakt op Gautier ook weinig indruk. "Dat zijn van die citatencycli van collega's die elkáár voortdurend citeren. De bladen waarin Nijkamp publiceert, dat is veelzeggender. En dan zie je ook dat het systeem in de economische wetenschap heel goed werkt, want tot de topbladen dringt hij niet door."

WK voetbal

Het is te vergelijken met voetbal, vindt Gautier. "Een doelpunt bij het WK voetbal telt zwaarder dan een doelpunt in het vierde zaterdagmiddagklassement."

Gautier is de eerste VU-hoogleraar die zich uitspreekt over Nijkamp. "Heel veel wetenschappers zijn afhankelijk van de NWO, dus die zullen niet heel snel kritiek geven als iemand als Nijkamp een Spinozapremie krijgt. Zulke kritiek zou ook afgedaan worden als zuur. Je bent dan al gauw jaloers in de ogen van anderen."

Zelf heeft hij Nijkamp ook nooit aangesproken. “Die zie ik nooit. Ik heb er wel over gesproken met serieuze onderzoekers van ruimtelijke economie als Cees Withagen, Jos van Ommeren en Erik Verhoef, die gaan ook meer voor kwaliteit dan kwantiteit. Er is verder ook weinig contact tussen ruimtelijke economie en algemene economie."

Middelmatige papers

Vergelijkingen met Diederik Stapel, zoals Gautier die in de media zag in artikelen over Nijkamp, zijn volgens hem  niet aan de orde.  Hij kent Nijkamps werk niet heel goed. " Het zijn meer dan duizend papers, ik heb er een paar bekeken en weleens iets gepresenteerd zien worden."

De beschuldigingen van de anonieme persoon die Nijkamp in de problemen bracht met drie klachten over het proefschrift van Nijkamps protegé Karima Kourtit, heeft Gautier oppervlakkig doorgenomen. "Ik kan niet heel goed beoordelen of ze terecht zijn, maar dat het proefschrift geen absolute topper is, is mij wel duidelijk. Ik zou van een promovendus eisen dat tenminste één hoofdstuk voornamelijk eigen werk is, en dat paper moet de potentie hebben om  in een belangrijk tijdschrift gepubliceerd te worden. De manier van werken, waar het om heel veel middelmatige papers draait, dat is niet de onze."

Onder het nieuwe hoofd van de afdeling ruimtelijke economie, hoogleraar vervoerseconomie Erik Verhoef, is een kentering gaande, meent Gautier. "Nu draait het daar weer meer om kwaliteit in plaats van kwantiteit."

Onzin om te zeggen

Verhoef is het met Gautier eens dat de kwaliteit van tijdschriften zwaar moet meetellen in de beoordeling van publicaties. “Het systeem dat wij binnen de faculteit hanteren en waar ik als voormalig portefeuillehouder onderzoek medeverantwoordelijk voor ben, reflecteert dat ook. De vervolgvraag, waar je lang over kunt discussiëren, wat dan ook gebeurt, is hoe je die kwaliteit dan weegt.”

Maar Verhoef is het “absoluut niet eens met de stelling dat je in tijdschriften voorbij de beste 45 beter niet kunt publiceren. Als we die grens toepassen op de discipline Economics op de website www.eigenfactor.org, met tijdschriften gerangschikt op Article Influence Factor, de kwaliteitsindicator die door onze faculteit en ook door het Tinbergen Instituut wordt gehanteerd, dan zou die grens boven het 91e percentiel liggen. Daaronder zit nog een heel aantal tijdschriften waarvan ikzelf vind dat het onzin is om te zeggen dat je er beter niet in zou kunnen publiceren.”

Kwalitatief hoogwaardig werk

Dat het op zijn afdeling lange tijd gedraaid zou hebben om kwantiteit dan om kwaliteit, bestrijdt Verhoef evenzeer. “Ik weet niet welke tijdsperiode u in gedachten heeft. Ikzelf werk sinds februari 1992 bij deze afdeling. In die periode is er naar mijn oordeel zeer veel kwalitatief hoogwaardig werk gedaan en gepubliceerd, waarbij het uiteindelijke kwaliteitsoordeel natuurlijk door anderen gegeven behoort te worden.”

Peter Breedveld
hits 12061

{ Lees de 12 reacties }

Peter Nijkamp is *niet* een veel geciteerde econoom. Hij staat nr 1 op verschillende lijsten van veel publicerende economen (number of works, number of distinct works, number of pages ...). Ondanks bescheiden citatie scores, staat hij hierdoor toch hoog in de geaggregeerde ranglist. Zie:

http://ideas.repec.org/top/top.person.alldetail.html
http://ideas.repec.org/top/top.person.all.html

Overigens, deze obsessie met ranglijsten en status -- volgens mij bij de economen sterker dan bij welk andere vak -- is volgens mij een van de oorzaken van de huidige malaise.

Het Google scholar profiel van Peter Nijkamp telt 2748 publicaties. Daar zullen vast een heel stel dubbele publicaties bijzitten. Zie http://scholar.google.es/citations?user=KPMXu2wAAAAJ&hl=en
.
Peter Nijkamp publiceert ook in tijdschriften van een uitgever die een logo heeft wat lijkt op het logo van Nike, zie http://www.inderscience.com/info/inarticletoc.php?jcode=ijsd&year=2009&v... en zie http://www.inderscience.com/info/inarticle.php?artid=41831 Iemand een idee wat het niveau is van de tijdschriften van deze uitgever?
.
Op http://www.econstor.eu/bitstream/10419/87257/1/13-106.pdf staat (een eerdere versie van) "Kourtit, K., Nijkamp, P., and Arribas-Bel, D. (2013), The Creative Urban Diaspora Economy: A Disparity Analysis among Migrant Entrepreneurs. In: Handbook of Research Methods and Applications in Urban Economies (P. Kresl and J. Sobrino, eds.), 472-496."
.
De eerste zin van de inleiding luidt: "A recent article in The Economist (November 19, 2011) highlighted the ‘magic of diasporas’ by arguing that foreign migrants make a significant contribution to a nations’ economic growth."
.
Dit is volgens mij het niveau van een werkstuk van een leerling van het VWO (Engelse stroom).
.
Mijn advies aan een PhD student als ik deze tekst onder ogen krijg: "Ga eerst maar eens de orgininele bron opzoeken, lees deze bron tweemaal van A-Z door, en wellicht ook nog wat andere primaire bronnen die met dit thema te maken hebben, en verwerkt vervolgens de inzichten uit deze bron in de tekst en met de juiste bronvermelding. Citeer nooit meer uit artikelen uit een krant en kom over een week maar weer eens terug met een nieuwe versie."

Ik ben het met Richard Gill eens dat Peter Nijkamp geen veel geciteerde of prominente econoom is. Ik ben het niet met hem eens dat er malaise onder economen is. Zoals Pieter Gautier terecht opmerkt werd Peter Nijkamp door economen veel minder serieus genomen dan door andere wetenschappers, met name omdat het kritisch vermogen van de economische toptijdschriften, waarin Nijkamp nog nooit heeft gepubliceerd, dusdanig groot is dat ze geen hapsnap werk accepteren. De malaise is er voornamelijk op de VU, die zich weinig raad lijkt te weten met de situatie.

The malaise is something which afflicts science and university in general. Not just at the VU, not just in the Netherlands.

See the petition to Tilburg University (and sign it!)

http://www.change.org/petitions/executive-board-of-tilburg-university-pu...

Read

https://pure.uvt.nl/portal/files/3169023/Challenges_for_Tilburg_Universi...

Quantity vs. quality: management vs. science: this is what the Nijkamp affair always was really about. Not about plagiarism or self-plagiarism. Not even about irregularities or anomalies in reporting of data analysis. See

http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artikelen/2014/Juni/Nijkamp-s-feitenvr...

Regarding rankings of Dutch economists, see

http://rpubs.com/gill1109/esb

which just reproduces some graphics in
"Alternatieve Economentop met meer kwaliteit" by Jaap Abbring, Bart Bronnenberg, Pieter Gautier, Jan van Ours, ESB Jaargang 99 (4684) 2 mei 2014, 266-269

Overigens vind ik dat de uitdrukking "kwalitatief hoogwaardig" verboden moest worden; althans, op de universiteit. Het betekent namelijk: "goed". Niet meer en niet minder. Het is manager-newspeak. De taal van ambtenaren en politici. Deel-oorzaak van de malaise van de Universiteit.

Economen die in toptijdschriften publiceren en/of economen die hun werk graag in toptijdschriften gepubliceerd willen hebben en/of studenten economie die hetzelfde voor ogen hebben weten welke eisen dergelijke toptijdschriften stellen.
.
Vanzelfsprekend kijkt men dan bv naar tijdschriften van de NPG. Uit http://www.nature.com/authors/policies/availability.html
.
"Availability of data and materials. An inherent principle of publication is that others should be able to replicate and build upon the authors' published claims. Therefore, a condition of publication in a Nature journal is that authors are required to make materials, data and associated protocols promptly available to readers without undue qualifications."
.
De laatste zin staat vetgedrukt.
.
Alleen al m.b.t. dit punt, het beschikbaar stellen van raw data, is Peter Nijkamp een fluteconoom.
.
Peter Nijkamp weigert namelijk stelselmatig om dit materiaal beschikbaar te stellen aan diverse lezers van zijn artikelen en Peter Nijkamp had een PhD student die eveneens weigerde om dit soort gegevens beschikbaar te stellen (ze weigert nog steeds).
.
De regel over het beschikbaar stellen van ruwe onderzoeksgegevens van publicaties staat ook in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (artikel III.3). De VU heeft dus een Universiteitshoogleraar in dienst die deze regel aan zijn laars lapt.
.
De pijn wordt groter voor de VU. Iedere andere wetenschapsbeoefenaar in Nederland die geen zin heeft om zijn ruwe onderzoeksgegevens aan andere wetenschapsbeoefenaren te geven, kan zich namelijk gewoon beroepen op de VU Universiteitshoogleraar Peter Nijkamp.

Klaas van Dijk,

De goede economische tijdschiften hebben (meestal) een data availability policy. Vaak hebben ze ook een online data archief waaruit iedereen direct de data en programma's kan downloaden. Publicatie volgt pas na overdracht van de data aan het journal. Dat gaat volgens mij verder dan wat ik lees in de policy van de NPG tijdschriften. Die data archieven worden redelijk vaak gebruikt, oa tijdens opdrachten in cursussen aan (PhD) studenten. Het werk uit de toptijdschriften wordt zo gereproduceerd. En als daarin iets raars gevonden wordt, heeft bijvoorbeeld Journal of Applied Econometrics een aparte replication section in het journal en een aantal andere tijdschriften hebben notes en comments. Een ambitieuze econoom die goed wil publiceren ontkomt er dus niet aan zijn/haar data op orde te hebben en beschikbaar te stellen.

Bas van der Klaauw,

Bedankt voor de nuttige aanvullingen. Mijn voorbeeld kwam van een artikel over nanoparticles waar auteurs weigerden om met data over de brug te komen. Goede biologische tijdschriften (mijn vakgebied) hebben tegenwoordig een vergelijkbare policy van data overdracht, zie bv http://royalsocietypublishing.org/data-sharing (de eerste de beste link die ik bekijk).
.
Genetici zijn er al veel langer aan gewend dat ze hun data eerst in een online databank moeten zetten.
.
Het niet beschikbaar stellen van raw data (etc.) na een aantal dringende verzoeken hiertoe is voor mij een duidelijke aanwijzing dat er forse inhoudelijke problemen zijn met (recente) publicaties van Peter Nijkamp. Dat werk van Peter Nijkamp kan dus ook nooit worden gereproduceerd. Vanzelfsprekend zal niet altijd alles helemaal netjes op orde zijn, maar dat zal voor veel onderzoekers gelden (inclusief mezelf).

"“Ik geloof dat er iemand bezig is ons zwart te maken en allerlei rottigheid rondstrooit. Ik vind dat heel kwalijk”, aldus Economiedecaan Harmen Verbruggen over de geruchten dat econoom Karima Kourtit niet of nauwelijks zou hebben bijgedragen aan de wetenschappelijke publicaties die de basis vormen van haar proefschrift." Dit citaat staat op 28 mei 2013 in Ad Valvas ( http://www.advalvas.vu.nl/nieuws/uitgestelde-promotie-kijken-onderzoek-n... ).
.
.
NN stelt (zie http://www.math.leidenuniv.nl/~gill/Onregelmatigheden190614.pdf pag 7 en 8):
.
"Ik wist niet dat Kourtit bezig was met het schrijven van een proefschrift, en was dan ook verbaasd toen ik op een dag een proefschrift met maar liefst 15 hoofdstukken ontving. (..). Proefschriften die in de buurt van 10 hoofdstukken komen zijn zeldzaam, en worden doorgaans geschreven door de meest slimme doctoren in spe."
.
"Tijdens het lezen in het proefschrift stuitte ik al snel op een alinea waarin het tegendeel van de voorgaande alinea werd beweerd. Deze bleek op plagiaat te berusten. Twee hoofdstukken bleken inhoudelijk van een onvoorstelbaar laag niveau te zijn."
.
"Na lezing van diverse hoofdstukken kreeg ik de indruk dat er een direct verband bestond tussen de kwaliteit van het werk van dit duo [Nijkamp & Kourtit] en en de kwaliteit van de coauteurs."
.
"Hoe beter de coauteurs, hoe beter het werk. Ik ging mij daardoor afvragen of Kourtit grote delen van haar proefschrift wel zelf had geschreven."
.
"Het is niet goed te verklaren dat Kourtit de ene keer (‘toevallig’ wanneer er ook een aantal capabele mensen aan het onderzoek hebben meegewerkt) een gedegen verhaal opschrijft, en de andere keer (als het waarschijnlijk is dat ze zelf iets heeft moeten doen) een verhaal schrijft dat kant noch wal raakt."
.
"Ook de grote hoeveelheden zelfplagiaat uit werken van Nijkamp met anderen dan Kourtit dragen bij aan de indruk dat de eigen inbreng van Kourtit in haar proefschrift erg gering en van buitengewoon lage kwaliteit is geweest."
.
----------------------------------
Volgens mij is het een makkie en een fluitje van een cent voor iemand die behoort tot 'één van de meest slimme doctoren in spé' om gehakt te maken van al deze beschuldigingen van NN.

Allen,

Ik vind het goed dat deze discussie gevoerd wordt, dank Pieter voor je openbare reactie. Toch is er al veel bereikt binnen de faculteit. Verhoef heeft de juiste koers ingezet in zijn tijd als onderzoeksdirecteur. Kwaliteit van het tijdschrift moet zware factor krijgen in de weging van publicaties. En dat heeft het ook gekregen (nog niet genoeg wat mij betreft).

Toevoeging: er zijn niet enkel baten bij een plicht onderzoeksgegevens openbaar te maken. De kosten zijn mogelijk dat de gegevens dan niet zullen worden verstrekt. In "finance" bijvoorbeeld worden transactiegegevens gekocht van Thomson-Reuters. De onderzoeker verplicht zich deze gegevens niet aan derden te verstrekken. Er is niets geheims aan deze gegevens, TR moet kosten in rekening brengen voor het verkrijgen en het beheer van data. Ook wordt er soms door bijvoorbeeld beurzen data beschikbaar gesteld aan onderzoekers. Ik pleit voor een minimale eis dat de bron van de gegevens altijd vermeld moet worden zodat anderen ook aanvraag kunnen doen voor het verkrijgen van de data. Dit om het kosten-baten plaatje compleet te krijgen.

Pagina's

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties