De lange tonen van het Limburgs

NIEUWS

Wetenschap  16 juni 2015

De lange tonen van het Limburgs

De oratie van bijzonder hoogleraar taaltypologie Ben Hermans ging over de toonaccenten van het Limburgs.  Taaltypologie beschrijft de overeenkomsten en verschillen tussen de talen van de wereld. Ze wil vat krijgen op de wetmatigheden in de taal. Zo kun je bijvoorbeeld kijken naar de positie van de klemtonen in talen.

Klemtoon op voorvoorlaatste lettergreep

Hermans: "In het Macedonisch krijgt de voorvoorlaatste lettergreep altijd de klemtoon. Een paar voorbeelden zijn: vodénicar (molenaar), vodenícari (molenaars), vodenencárite (de molenaars). Een belangrijke universele wetmatigheid is dat er geen talen zijn waar de klemtoon toegekend wordt op de vierde lettergreep vanaf het einde van het woord. De derde van rechts, zoals gebeurt in het Macedonisch, is de uiterste grens."

Toon los van klinker

"Een andere belangrijke wetmatigheid heeft te maken met toon, zoals we die aantreffen in toontalen. Een typische toontaal is het Chinees; het woord ma kan daar afhankelijk van de toon moeder, hennepplant, paard of uitschelden betekenen. De klankwet, waarvan beweerd is dat hij universeel is, zegt dat de toon los staat van de klinker. Toon en klinker kunnen elkaar niet zien, zogezegd. Maar de analyse van een taal past niet altijd binnen de regels van taaltypologie."

Sleep- en valtonen

“Dat blijkt uit het Limburgs, waar woorden met een ie een hoge toon hebben, ook wel sleeptoon genoemd, en woorden met een ee een valtoon hebben. Voorbeelden zijn: slieiek 'modder', wieiet 'ver', rieiet 'scheuren' (alledrie met een hoge toon, en deef 'dief', leef 'lief', preester 'priester' (alledrie met een valtoon). In het algemeen worden de Limburgse toonaccenten geanalyseerd als fonologische toon.

Twee soorten lange klinkers

Daarom pleit Hermans ervoor om het Limburgs te analyseren als een taal met twee soorten lange klinkers. Een lange klinker als ieie heeft maar één lettergreep en een lange klinker als ee heeft er twee. Het eerder noemde preester functioneert daarmee in de Limburgse fonologie als een drielettergrepig woord. Dit is natuurlijk een nogal abstracte analyse, in die zin dat die extra lettergreep niet direct waarneembaar is. En daarom, zo beweert Hermans, is het van zeer groot belang dat die analyse gemotiveerd wordt door te laten zien dat er ook andere talen zijn waar lange klinkers functioneren als twee lettergrepen. En dat is de reden waarom taaltypologie zo belangrijk is. Talen waarvan Hermans beweert dat ze vergelijkbaar zijn met het Limburgs zijn het Batticaloa, een taal die gesproken wordt op Sri Lanka en het Japans. 

Op woensdag 3 juni hield Hermans zijn inaugurele rede: De zwaarte van lengte in de talen van de wereld.    

Win Castermans
hits 1022

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties