Op alle Nederlandse universiteiten is het aantal eerstejaarsstudenten met drieënhalf procent gedaald ten opzichte van vorig jaar. Aan de VU is dit niet anders: de instroom bij de bachelors daalde meer dan het landelijk gemiddelde, maar de inschrijvingen bij de masters groeide licht. Daardoor komt de VU dit jaar op 30.500 studenten, zo’n duizend minder dan vorig jaar.
In totaal staan nu 332 duizend studenten (eerstejaars en ouderejaars) ingeschreven aan de Nederlandse universiteiten – ruim zesduizend minder dan vorig jaar. Volgens prognoses van het ministerie van OCW zal dit getal de komende jaren alleen maar verder teruglopen.
Minder internationals
Al drie jaar op rij komen er minder internationale bachelorstudenten naar Nederlandse universiteiten. Vooral studenten uit Europa blijven weg. Vorig jaar waren het er negen procent minder en dit jaar bijna vijf procent.
Bij de bacheloropleidingen aan de VU is er een afname te zien van vijftien procent in de internationale instroom en bij de masteropleidingen daalde het aantal internationale inschrijvingen met vier procent. In totaal komt dat neer op een afname van negen procent in de internationale instroom. Collegevoorzitter Margrethe Jonkman maakt zich zorgen over deze ontwikkeling: “Internationale studenten zijn een verrijking voor ons onderwijs. Ze brengen niet alleen een andere kijk op wereldwijde ontwikkelingen met zich mee, maar studenten leren ook samen te werken in een steeds internationaler wordende omgeving en bouwen hiermee een internationaal netwerk op voor later.”
Verklaringen voor deze daling van de internationale instroom liggen onder andere in het stopzetten van wervingsactiviteiten voor internationale studenten in lijn met de landelijke afspraken daarover, het tekort aan huisvesting waar internationale studenten actief op wordt gewezen en het ontmoedigende beleid dat het afgelopen kabinet heeft gevoerd voor internationale studenten.
Demografische veranderingen
Daarnaast is ook het aantal Nederlandse studenten dit jaar afgenomen: de instroom daalde met ongeveer 3,5 procent. Die afname wordt voornamelijk veroorzaakt door demografische veranderingen waardoor er minder scholieren zijn die VWO-examen doen. Afgelopen jaar kwamen daar ook nog lagere slagingspercentages bij.
Prognoses van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laten zien dat de komende tien jaar het aantal studenten met bijna tien procent afneemt. Het wetenschappelijk onderwijs is daarmee de snelst krimpende onderwijssector en dat zal voor alle universiteiten voelbaar zijn. Universiteitenkoepel UNL vindt dan ook dat de financiering van universiteiten minder afhankelijk moet worden van studentenaantallen.
Caspar van den Berg, voorzitter van UNL, vindt dat er politieke keuzes gemaakt moeten worden omdat het hoger onderwijs anders in de problemen komt: “Het is urgent dat een nieuw kabinet een duidelijke strategie maakt over hoe we talent kunnen blijven aantrekken, opleiden en vasthouden.” Dat talent kan niet alleen uit Nederland komen, zegt hij: “Daar hebben we simpelweg te weinig jongeren voor.”
Stabiele bekostiging
VU Amsterdam steunt de oproep van UNL aan het nieuwe kabinet om te kiezen voor een stabielere bekostiging van universiteiten. Jonkman: “Om in de toekomst hoogwaardig onderzoek en onderwijs te blijven bieden, is anders kijken naar de bekostiging van het onderwijs noodzakelijk.”
Bijzondere ontwikkeling. Toen het aantal studenten groeide, werd de taart niet groter. Dus was marktaandeel alles. Minder per student? Dan maar meer studenten.
Nu de aantallen omlaag gaan zou in diezelfde lijn dus de vergoeding per student weer omhoog kunnen/moeten om kaalslag te voorkomen. Maar daar ziet de politiek ineens een mooie bezuiniging… kleiner taartje dus.