Het is voor universiteiten erg lastig – misschien wel onmogelijk – om de revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van AI bij te houden. Studenten en medewerkers omarmen massaal de technologie als een handige tool om efficiënter te studeren of werken. Academische instellingen kunnen er niet langer omheen. Maar ze moeten ook denken aan de risico’s ervan. Die zijn voor universiteiten te groot om te negeren. Denk aan privacy, veiligheid, duurzaamheid en onderwijskwaliteit.
Het zal met deze risico’s te maken hebben dat het beleid van de VU nog steeds erop neerkomt dat je AI niet mag gebruiken tenzij een docent dat toestaat. Het resultaat is dat sommige studenten officieel niet of nauwelijks gebruikmaken van AI voor hun studie (in werkelijkheid kan dat anders zijn), terwijl kunstmatige intelligentie voor andere studenten al een belangrijke rol in hun studie speelt.
Afgaand op de vele berichten en aankondigingen over AI op de VU-site kun je stellen dat de VU de ontwikkelingen op dit gebied wel degelijk serieus neemt. Dat neemt niet weg dat er nog veel bepaald of geregeld moet worden.
Masterstudent Cognitive Neuropsychology Isabella Ivory zegt dat het fantastisch is dat er veel beleidsontwikkelingen zijn, maar ze vreest dat het gevoel van urgentie ietwat ontbreekt. “We zijn al iets te laat, er is nog steeds geen duidelijk beleid en veel docenten hebben geen idee en maken hun leerplan niet AI-bestendig.”
Copilot-abonnement
De VU verleent sinds februari 2024 toegang tot een AI-model aan studenten en medewerkers, namelijk Microsoft Copilot. Als je dat nog niet wist, dan ben je niet de enige. Isabella Ivory van de Onderwijswerkplaats zegt dat ze vaak van docenten hoort dat ze geen idee hadden dat ze via hun werk toegang tot Copilot hebben. Hoewel dit AI-model secuurder schijnt te zijn dan de uitgebreidere Copilot 365 versie of andere AI-modellen, zegt Ivory dat het minder wordt gebruikt omdat het op andere vlakken ondermaats is.
Influencers geven voorbeeld
Derdejaars AI-student Natálie Halašková zegt dat ze AI voornamelijk gebruikt om moeilijk verteerbare concepten te snappen. “Als je ChatGPT vraagt om universitaire leerstof zodanig uit te leggen dat een vijftienjarige het kan snappen, dan krijg je daar een begrijpelijk antwoord uit.”
Als AI-student verwacht je wellicht dat Halašková uitgebreid wordt begeleid bij het gebruik van kunstmatige intelligentie, maar dat valt tegen. “Tot nu toe hebben we veel theorie gehad: hoe dingen werken. Maar we krijgen geen informatie over hoe het gebruikt wordt.” In plaats daarvan moeten de studenten er zelf achter zien te komen hoe AI in de praktijk werkt. “Al mijn vrienden leren dit van Instagram of TikTok, waar je ziet hoe influencers AI gebruiken”, aldus Halašková.
Eerstejaars AI-student Jasper Meijerink herkent die ervaring. Hij zegt dat docenten niet echt uitleggen hoe je AI-tools precies kunt gebruiken, behalve voor taken als het opsporen van grammaticale fouten.
Volgens Halašková wordt aan studenten verteld dat ze AI kunnen gebruiken, maar krijgen ze geen begeleiding bij het kiezen van een AI-model. Ze worden in het diepe gegooid en moeten zichzelf zien te redden – een leermethode die ze vaker op de VU terugziet. Het ontbreekt volgens haar onder meer aan benchmarking: een manier om te vergelijken hoe goed AI-modellen in verschillende taken zijn. “Dat is fundamenteel, maar mensen die niet veel met AI bezig zijn kennen het nog niet.”
Halašková en haar vrienden denken dat het praktisch gebruik van AI voor de banenmarkt de belangrijkste vaardigheid is. Praktische ervaring met AI is daarom ontzettend waardevol voor studenten, aangezien de overgrote meerderheid waarschijnlijk niet in de academische wereld zal blijven.
Student wordt docent
Het zijn uiteraard niet alleen de studenten die hulp nodig hebben bij het gebruik van AI, maar ook – of vooral – docenten. Vandaar dat de Onderwijswerkplaats (onverplichte) workshops aan docenten geeft, waarvan sommige door student-assistenten zoals Meijerink en Ivory worden gegeven.
“Er lijkt sprake te zijn van een divergentie, waarbij studenten meer dan docenten weten over het effectief gebruiken van chatbots. Ze weten meer van de mogelijkheden en hoe ze moeten prompten”, vertelt student-assistent en Computer Science student Amelia Kalecińska. Ze zegt dat AI-toepassingen voor hen nog als “zwarte magie” kunnen overkomen.
Kalecińska denkt dat het verschil iets te maken kan hebben met de open en experimentele houding van studenten ten opzichte van AI. “Ik merkte bijvoorbeeld dat mijn ouders ietwat bang zijn om zelf met AI te experimenteren.” In de tussentijd leren studenten van vallen en opstaan, van sociale media en van elkaar.
Esther Schagen van het VU Centre for Teaching & Learning voegt toe dat hoewel studenten misschien beter weten te zoeken en handiger zijn, docenten beter zijn op andere vlakken, zoals het valideren van de output van AI.
Isabella Ivory, die AI-workshops geeft, zegt dat het fantastisch is dat kunstmatige intelligentie toegankelijk wordt gemaakt door sociale media. Maar ze maakt zich er druk om dat influencers AI kunnen presenteren als een “coole nieuwe tool”, terwijl ze geen aandacht besteden aan de ethische aspecten. “Er zijn waarschijnlijk tal van studenten die hun hele proefschrift erin zetten en dat lijkt mij niet zo geweldig.”
Energieverspilling is ook een probleem volgens Ivory. Er worden bijvoorbeeld willekeurige sarcastische vragen gesteld waarbij het antwoord niet uitmaakt, of het wordt simpelweg als vervanging voor Google gebruikt. “Aangezien de VU zo’n beetje de meest duurzame universiteit is, zou je denken dat ze daar meer tegen zouden doen”, aldus Ivory.
Niet vastgeroest
Aiki organiseert maandelijkse bijeenkomsten over bijvoorbeeld AI in gezondheidszorg, in de wet en in financiën. Daarnaast geeft de club tweewekelijkse aanbevelingen voor AI-toepassingen – zodat studenten alternatieven voor ChatGPT leren kennen – en ze verstrekt wekelijkse updates over recente ontwikkelingen. Lidmaatschap is gratis. Aiki is vindbaar op Instagram en LinkedIn.
Halašková ziet een oplossing in het opzetten van AI-gerelateerde gemeenschappen. Tijdens haar uitwisseling in Singapore werden dergelijke initiatieven door zowel haar universiteit als de overheid bevorderd. De samenwerking en sfeer die ze daar zag hoopt ze naar de VU te brengen door de vereniging Aiki op te richten. Die laatste twee letters staan voor kunstmatige intelligentie.
Aiki werd eerder dit jaar opgericht, hoewel het nog geen officiële studentenorganisatie is. In februari hield het haar eerste evenement, waarin universitair hoofddocent Paul Griffin als gastspreker machine learning introduceerde.
Hoewel Halašková denkt dat de universiteit op het gebied van AI enkele steken laat vallen, ziet ze wel dat er jaarlijks dingen veranderen. Het is dus niet zo dat de VU vastgeroest zit. Het is moeilijk in te schatten hoe lang de VU erover zal doen om AI zich echt eigen te maken, maar volgens programmamanager bij de Onderwijswerkplaats Silvester Draaijer gaat er nog in 2025 het een en ander veranderen: “De VU gaat dit jaar, in het kader van het instellingsplan, AI-geletterdheid voor zowel studenten als staf een boost geven. Faculteiten en diensten gaan samenwerken om gemeenschappelijk eindtermen te formuleren en leerlijnen en onderwijsmaterialen te ontwikkelen en in de VU-opleidingen te integreren.”