‘Wij zijn heel blij”, zegt masterstudent geologie en geochemie Niek van der Hoek in reactie op het besluit dat Aardwetenschappen voorlopig toch kan blijven bestaan. “Hier hebben we de afgelopen anderhalf jaar voor gevochten. Dat de opleiding nu intensiever gaat samenwerken met organisaties uit het werkveld zie ik als een kans. Daardoor wordt de aansluiting van de studie op de arbeidsmarkt waarschijnlijk beter” – iets wat volgens hem in het huidige programma beter kan.
Waar is de trots?
Ook docent en studentenwerver Bernd Andeweg is blij. “Natuurlijk is het goed nieuws”, zegt hij, “maar de manier waarop dat nu wordt gebracht is wel een beetje zuinig: in het persbericht gaat het vooral over geld en bezuinigingen en dat het nog niet zeker is of de financiële doelen wel zullen worden gehaald. Ik mis de trots, dat het gelukt is, dat zoveel partijen uit het veld bereid zijn om financieel behoorlijk bij te springen. Dat zegt toch veel over de kwaliteit van de opleiding en de maatschappelijke vraag naar aardwetenschappers.”
Andeweg denkt dat het uiteindelijk ook de reacties uit het werkveld zijn geweest die ertoe hebben geleid dat er nu toch een doorstart mogelijk is voor Aardwetenschappen. “Zoveel organisaties hebben gezegd ‘wij hebben aardwetenschappers nodig’: kennisinstituut Deltares, het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee), verschillende ministeries, daar kon het bestuur uiteindelijk niet omheen.”
In het plan op basis waarvan nu besloten is om Aardwetenschappen toch te behouden, betalen die partijen dan ook mee aan de begroting: tussen 2026 en 2030 dragen de zogenoemde ‘veldpartijen’ 9,8 miljoen euro bij: 5,5 miljoen in cash en 4,3 miljoen in natura, in de vorm van sponsoring van veldwerk, detacheringen en het financieren van PhD’s.
Maar vijftien eerstejaars
Anderhalf jaar geleden lag er al een vergelijkbaar plan, zegt Andeweg, maar daar wilde het faculteitsbestuur toen niks van weten. Hij vindt het jammer dat er hierdoor kostbare tijd verloren is gegaan, tijd waarin er mensen uitvielen vanwege de stress en onderzoeksprojecten vertraagd raakten en labs niet werden afgebouwd en, door alle geruchten over ophef, zich dit jaar maar 15 eerstejaars inschreven, in plaats van de gewoonlijke 45.
“Ik denk dat we snel kunnen schakelen, de plannen liggen er, maar door de dreigende opheffing is schade ontstaan en we hebben ook even tijd nodig om dat weer in te lopen”, aldus Andeweg.
Dat de opleiding kan groeien, geloven Andeweg en Van der Hoek allebei. “Als Aardwetenschappen aan de VU intensiever gaat samenwerken met organisaties uit het werkveld is dat iets waarop de opleiding zich kan profileren. Ik denk dat dat aantrekkelijk kan zijn voor toekomstige studenten.”