Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
15 februari 2026

Wetenschap
& Onderwijs

De vervangbare werkbijen van de wetenschap

Postdocs verzetten een flink deel van het academische werk, maar de omstandigheden waaronder ze dat doen, zijn stressvol. Als gevolg heeft meer dan veertig procent mentale klachten, blijkt uit onderzoek.

“De druk om een deel van mijn werk af te krijgen is ongelooflijk hoog”, vertelt een postdoc bij een sociale wetenschap aan de VU. “Het project zit vast, maar mijn begeleiders verwachten wel dat ik binnenkort met publiceerbare resultaten kom. Ik heb geen idee hoe ik aan die verwachtingen moet voldoen.” De postdoc, die anoniem wil blijven, slaapt er slecht van. Ze is zwanger en maakt zich zorgen over wat al die stresshormonen met haar ongeboren kind doen. Binnenkort gaat ze met zwangerschapsverlof. Ze heeft geen idee hoe ze haar werk voor die tijd af moet krijgen. “Ik heb al vaak geprobeerd uit te leggen waar het project op vastloopt, maar het lijkt alsof mijn begeleiders dat niet willen horen.”  

Ernstig depressief 

Helaas is ze geen uitzondering. Postdocs hebben gemiddeld genomen veel werkstress, blijkt uit onderzoek van hoogleraar organisatiewetenschap Christine Teelken, die op vrijdag 13 februari haar oratie houdt aan de VU. En hun situatie is de afgelopen jaren verslechterd. In 2019 gaven postdocs aan de VU hun welzijn gemiddeld een 4,7 op een schaal van 1 tot 7. In 2025 was dat een 2,47 – ruim twee punten lager, zo blijkt uit het onderzoek dat Teelken samen met haar collega’s Inge van der Weijden en Romy van der Lee deed. Die verslechtering verbaasde de onderzoekers zelf ook. “Er is meer oog voor de dingen waar postdocs tegenaan lopen vanuit bijvoorbeeld HRM, maar blijkbaar is dat niet genoeg.”  

Tips voor postdocs

Laat je niet gebruiken, wees je ervan bewust dat je belangrijk bent voor het onderzoek 

Organiseer je, leg contact met andere postdocs, vorm samen een netwerk.

Wees je ervan bewust dat er ook buiten de academische wereld veel vraag is naar hoogopgeleide mensen 

Bron: Christine Teelken, hoogleraar organisatiewetenschap 

Bij 42% van de postdocs zijn de klachten dusdanig ernstig dat er zorgen zijn over hun mentale welzijn (in 2020 was dat 39%). Ze lijden vooral aan depressieve gevoelens en angstklachten. Een derde van de postdocs heeft slaapproblemen, ongeveer de helft staat onder constante spanning. Dat ligt hoger dan in de rest van de bevolking. Het probleem is internationaal. Ook postdocs in Duitsland ervaren veel stress: een onderzoek van het Max Planck Instituut onder 872 van zijn eigen postdocs liet zien dat bijna een derde van hen matig tot ernstig depressief is en een kwart last heeft van matige tot ernstige angstgevoelens.  

De postdocs uit het onderzoek van Teelken wijzen hun werkomstandigheden aan als oorzaak van hun stress: de onzekerheid van hun contract, de werkdruk, de onderlinge concurrentie die de werksfeer verziekt, vriendjespolitiek en slechte begeleiding worden vaak genoemd. Over de inhoud van hun werk zijn ze over het algemeen positief, maar dat zijn ze veel minder over de organisatie en de werkomstandigheden. ‘I feel like a disposable’, schrijft een van hen. 

Kwetsbare fase 

“De postdoc-fase is de meest kwetsbare fase in een academische carrière”, stelt Teelken. “Postdocs beginnen vaak in een nieuw land, er is minder begeleiding en er zijn minder voorzieningen dan voor promovendi. Ze staan er vaak alleen voor.” Hun contract is bovendien korter dan dat van een promovendus en ze zitten in de levensfase waarin de vraag of ze wel of geen kinderen willen dringender wordt. Sommigen lopen er tegenaan dat collega’s en begeleiders maar beperkt in ze willen investeren omdat ze over een paar jaar toch weer weg zijn. Openlijk klagen kunnen ze niet. Als ze ooit een vaste academische positie willen, zijn ze afhankelijk van referenties van hun begeleiders.  

“De vooruitzichten op een vaste baan zijn ronduit slecht”, zegt een postdoc bij exacte wetenschappen. Voor haar is de belangrijkste bron van stress dat ze enerzijds geacht wordt een flinke hoeveelheid werk te verzetten binnen het project waarop ze is aangenomen maar dat er daarnaast andere dingen nodig zijn om haar kansen te vergroten op een vaste academische positie. Daarom houdt ze de contacten warm met mensen in het onderzoeksveld waar ze haar PhD heeft gedaan en gaat ze ook naar conferenties die niet meteen binnen het vakgebied vallen waarin ze nu werkt. En dat allemaal naast een gezin met twee jonge kinderen. 

‘De vooruitzichten op een vaste baan zijn ronduit slecht’ 

Beide postdocs die we voor dit artikel spreken, hebben het gevoel dat ze zich geen foute keuzes kunnen veroorloven. De sociale wetenschapper twijfelt soms of ze er wel goed aan heeft gedaan om naar Nederland te komen. Als ze in haar thuisland was gebleven, had ze meteen een vaste aanstelling als universitair docent kunnen krijgen. “Maar met mijn Nederlandse man had ik afgesproken dat we na mijn promotie naar Nederland zouden gaan.” Ze houdt zichzelf voor dat verhuizen naar een ander land altijd moeilijk is, maar toch valt het haar tegen. De laatste tijd huilt ze veel en schrikt ze ’s nachts wakker, een combinatie van zwangerschapshormonen en stress, denkt ze zelf.  

Onzichtbare groep 

Postdocs zijn een betrekkelijk onzichtbare groep in de academische wereld. Ze werken niet meer toe naar een promotie en ze zitten doorgaans op korte contracten van een jaar of twee, drie, soms zelfs maar één jaar. Maar ze verzetten een enorme berg werk. Ze nemen een flink deel van de kortlopende onderzoeksprojecten voor hun rekening en geven daarnaast onderwijs en begeleiden soms promovendi. Na afloop van hun contract worden ze vervangen door een nieuwe generatie postdocs. Je zou ze de werkbijen van de universiteit kunnen noemen.  

Hoeveel postdocs er precies aan de VU rondlopen is niet eens bekend. Teelken: “In het UFO-systeem (het systeem waarin universitaire functies worden geregistreerd) bestaat de functie postdoc niet. Je hebt de UFO-categorieën Onderzoeker 3 en Onderzoeker 4, een groot deel daarvan is postdoc, maar niet allemaal.” Aan de VU zitten zo’n 700 onderzoekers in die twee profielen, Teelken schat dat zo’n twee derde van hen postdoc is.  

Onzekerheid en hard werken, voor een paar jaar is dat prima te doen, zolang je weet dat er een eind aan komt. Maar jonge wetenschappers moeten steeds langer wachten op een vaste academische positie. “De grens van onzekerheid schuift op”, stelt Teelken. De oudste postdocs in haar onderzoek zijn dik in de veertig. Die jarenlange onzekerheid drukt zwaar op wetenschappers; het beïnvloedt hun levenskeuzes. Teelken kwam in haar survey vrouwelijke wetenschappers tegen die geen kinderen kregen en daar achteraf spijt van hebben.  

Droom opgeven 

Voor de twee postdocs die we spreken is de langdurige onzekerheid een bron van stress. “Het is stressvol om de hele tijd bezig te zijn met wat je volgende stap moet zijn”, vertelt de exacte wetenschapper, “om voortdurend te moeten solliciteren en aanvragen voor beurzen te schrijven, die elke keer net weer een beetje anders zijn; om je voor te stellen hoe het is om weer in een ander land te leven, je af te vragen wat de beste stap is voor je carrière, maar ook voor je gezin. Ik houd van het internationale klimaat van de wetenschap, maar er zit een grens aan hoelang ik dit kan volhouden.”  

Ook de sociale wetenschapper denkt er soms over om haar academische carrière op te geven vanwege de onzekerheid en de stress die daarmee gepaard gaat, maar niet omdat ze dat graag wil: “Sinds mijn negentiende heb ik toegewerkt naar een academische carrière”, zegt ze. “Het zou me zwaar vallen om die droom op te geven, maar ik zit er soms zo doorheen dat ik geen andere mogelijkheid zie.” 

Dat belicht een ander aspect van deze groep: postdocs zijn over het algemeen heel gemotiveerd en enthousiast over hun werk. “Postdocs zijn heel waardevol, ze onderschatten zelf vaak hoe belangrijk ze zijn”, stelt Teelken. “We moeten ze meer op waarde schatten. Ik begrijp dat universiteiten niet iedereen een vast contract kunnen bieden, maar het is wel tijd dat er meer aandacht en begeleiding komt voor postdocs, want ze doen onmisbaar werk.” 

Voor dit artikel sprak Ad Valvas met twee postdocs die hun verhaal anoniem wilden delen, hun identiteit is bij de redactie bekend. De oratie van Christine Teelken vindt plaats op vrijdag 13 februari.  

‘Ik houd van het internationale klimaat van de wetenschap, maar er zit een grens aan hoelang ik dit kan volhouden’

Reageren?

Dat is alleen mogelijk met een e-mailadres dat is verbonden aan de VU. Reacties worden gepubliceerd met voornaam of initiaal en achternaam. Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. Reacties met url’s erin worden vaak aangezien voor spam en dan verwijderd. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd en delen we niet met derden. We gebruiken het alleen als we contact met je zouden willen opnemen over je reactie. Zie ook ons privacybeleid.

Velden met een * zijn verplicht