In Hegels denken over de ‘ander’ ontstaat identiteit altijd in verhouding tot een ander: wij bestaan bij de gratie van een zij. Ook op onze campus werkt dat mechanisme. Wanneer een studentenpartij zich neerzet als dé vertegenwoordiger van ‘de student’, ontstaat automatisch een zijlijn. Die lijn volgt kenmerken die afwijken van de dominante norm, zoals afkomst en seksuele oriëntatie. Wie daarbuiten valt, raakt gemarginaliseerd, uitgesloten of zelfs gediscrimineerd. Ik heb het niet over mijn huisgenoot die iemand op een frikandel speciaal vond lijken (terecht). Op de VU gaat het om vooroordelen die overlopen in haat of geweld.

Het zijn de studenten die niet tot een fatsoenlijk gesprek in staat zijn, ondeugden als in-groupdenken cultiveren en vijandigheid normaliseren. Zij die, ondanks hun lofzang op het vrije debat, hun stoel bewust leeg laten zodra die kans zich daadwerkelijk aandient. Achter hun grote gebaar schuilt dan ook een simpel motief: publiciteit. Hun intenties passen moeiteloos in één krantenkop.
Voor de duidelijkheid: moet je kritiek kunnen hebben op de universiteit? Uiteraard. Zijn sommige activisten schuldig aan het schenden van onze campusnormen? Idem. Is opportunisme niet menselijk en hypocrisie van alle tijden? Ja (schuldig). Maar zo schaamteloos, dat is nieuw. Wie uitsluitend zendt zonder te luisteren, creëert geen academische vrijheid, maar ondermijnt die.
Logischerwijs rijst de vraag: en nu? Het is enorm verleidelijk om ze te negeren. Alleen gaat het hier niet om een gevalletje racistische oom op een kringverjaardag. Geweld kan namelijk niet genegeerd worden. Bovendien lijkt de universiteit hier al expert in te zijn, en dat heeft ons de afgelopen jaren niet verder geholpen. En weerleggen? Een beeld ontkennen is het activeren ervan: denk níét aan een roze olifant!
Journalist Rob Wijnberg schrijft echter hoe het bieden van een alternatief dominant narratief, onze redding kan zijn. Een narratief waarin minderheden op de campus niet worden neergezet als potentiële stoorzenders of ideologische bijzaak, maar als volwaardige en gelijkwaardige leden van de academische gemeenschap. Zolang het frame van haat leidend blijft, blijven minderheden aan de zijlijn.
Laat de dikke-ikmentaliteit verleden tijd zijn. In de woorden van Toon Hermans moeten er mensen zijn die roepen van de daken dat er liefde is en wonder; als al die anderen schreeuwen: alles heeft geen zin, dan blijven zij roepen: neen, de wereld gaat niet ten onder. Zij zien in ieder einde weer een nieuw begin. Egoïsme mag dan aanstekelijk zijn, maar altruïsme is dat ook. Ik kies voor dat laatste.
goede column!
Ik pik even deze zin eruit:
“Wie uitsluitend zendt zonder te luisteren, creëert geen academische vrijheid, maar ondermijnt die.”
Hoe waar is dat?
Soms lijkt er een emboago op het uitdrukken van een mening die een luide groep (de zenders) niet bevalt. Ze gaan er niet over in debat, men beschouwt het als een eis die je zonder compromis letter voor letter moet adopteren. Of anders. Zo wordt een debat – of een discussie gekaapt. Als een groep luide eist dat het onderwijsprogramma wordt aangepast aan hun wensen, ondermijnt dat academische vrijheid. Die zou moeten garranderen – in objectiviteit – dat alle, kanten van een zaak bekeken worden. Een narratief van tevoren bepalen doet het omgekeerde. In de voormalige Sovjet Unie werd bijvoorbeeld biologische wetenschap bepaald door de communistische doctrine (Lysenko affaire) Ofwel: odnerzoek werkte naar een van tevoren bepaalde uitkomst (denk ook aan Andrew Wakefield) Binnen een paar jaar liep de SU enorm achter op de rest vd wereld. Doe het niet (WO in actie)!
Wat geweld betreft: ik dacht dat we gedragsregels hadden op de VU. Daarnaast is geweldpleging strafbaar, evenals aanranding (dat overigens niet meer verjaart). Daden hebben consequenties, is mij geleerd. Als die wegblijven krijg je lui die alles naar zich toe trekken. Het is een glijdende schaal. Links of rechts maakt niet uit. Waar geweld start, heeft de dialoog verloren.