De VU krijgt een Centrum Defensie en Weerbare Samenleving. Daarbinnen wordt de samenwerking met het Ministerie van Defensie versterkt, staat in het jaarplan van de VU voor 2026. De universitaire studentenraad vreest voor “controverse” rond dit plan, bleek tijdens een vergadering van de medezeggenschapsraden met het college van bestuur. De oprichting van het nieuwe centrum zal immers gezien worden als onderdeel van de “militarisering” van de samenleving, waarschuwde een USR-lid.
De overheid spreekt inderdaad steeds nadrukkelijker over de mogelijkheid van een oorlog, bijvoorbeeld met Rusland. Zelfs in het Sinterklaasjournaal gaat het over het demonteren van bommen en over noodpakketten.
Maar volgens CvB-voorzitter Margrethe Jonkman is er niks nieuws onder de zon. “Samenwerking met Defensie is er al”, zei ze. “De connotatie met militarisering ligt voor de hand, maar het gaat niet om de ontwikkeling van hardcore munitie-achtige technologie. Het gaat om het weerbaar maken van de samenleving en daar wil de VU graag een rol in spelen, juíst tegen het polariseren en om de dialoog op te pakken. “Verwacht niet een groot en apart gebouw op de campus”, aldus Jonkman.
Op welk gebied er dan wel wordt samengewerkt werd niet duidelijk, maar volgens een recent bericht op de VU-website gaat het om ‘interdisciplinair onderzoek en onderwijs op het gebied van psychologie, geschiedenis, filosofie, fysiologie, politicologie, techniek en bedrijfskunde’ dat wordt ingezet ‘voor een weerbare, veerkrachtige en veilige samenleving’.
Dat er wel degelijk sprake is van een verandering, blijkt uit het feit dat de samenwerking wordt ‘versterkt’ als‘ tijdelijke impuls om inkomsten te werven’, zoals in het Jaarplan staat. Ook de oprichting van het nieuwe centrum en de nadrukkelijke profilering van de samenwerking met Defensie is nieuw, zo merkte een lid van de ondernemingsraad op.
De VU is kennelijk de eigen geschiedenis vergeten. In de jaren 1970 werd er interdisciplinair onderzoek verricht op het terrein van oorlogen, conflicten en vredesinitiatief en, met als doelstelling het verkrijgen van inzicht in oorzaken en oplossingen. Deze wetenschappelijke benadering vond plaats onder de naam Polemologie. Deze activiteit – met gasthoogleraren, zoals o. a. Hākan Wiberg en Johan Galtung, werd later wegbezuinigd.
Het zou de VU sieren om deze afgebroken draad weer op te pakken en ruimte te scheppen voor een interdisciplinair Polemologisch Instituut. Als Defensie daaraan wil meebetalen, prima natuurlijk, maar zo’n instituut moet uiteraard academisch en onafhankelijk zijn.
Kees van der Veet, voormalig medewerker VU en thans als hoogleraar verbonden aan het Galtung Institure
Aan de VU is het interdisciplinaire onderzoek en onderwijs op het gebied van oorlog, conflict en vredesinitiatieven nog altijd springlevend. Sinds 2017 bestaat er een interdisciplinair Peace and Conflict Studies Center (PACS) en sinds het studiejaar 2018/19 wordt door collega’s uit de politicologie, geschiedenis, internationaal recht, criminologie, antropologie, filosofie en theologie/religiewetenschappen een minor Peace and Conflict Studies aangeboden.
In 2024 publiceerden Ellen van Werkhoven, Rosanne Anholt, Nour Gjaltema en Lenneke Sprik in opdracht van de Stichting Vredeswetenschappen een onderzoeksrapport over het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs rond oorlog en vrede in Nederland en Vlaanderen. Hun belangrijkste conclusie: in de afgelopen dertig jaar is er sprake van een exponentiële groei binnen het terrein van peace and conflict studies. Tegelijkertijd is het label polemologie verdwenen, en worden thema’s rond oorlog, conflict en vredesstrategieën nu vooral ondergebracht in programma’s met titels als Conflict Resolution and Governance (UvA) of Law and Politics of International Security (VU).
Die ontwikkeling weerspiegelt de veranderende aard van zowel het vakgebied als het werkveld: de scheidslijnen tussen polemologie/peace and conflict studies en veiligheidsstudies zijn sinds de jaren zeventig veel minder scherp, en dat is naar mijn idee een positieve ontwikkeling. Zo werken oud-studenten van Law and Politics of International Security tegenwoordig bij de VN, bij PAX en bij Defensie.
Even leek het er op met het verbreken met de samenwerking met de fossiele industrie dat bij de VU het ‘moreel juiste’ prioriteit had op het grote geld. Maar met de bezuinigingen en bijsturing is de VU kennelijk door schade en schande wijzer geworden. Zoals de subkop al volgens mij terecht meldt: De VU wil de samenwerking met defensie versterken om extra inkomsten te genereren. Helaas kan de VU het zich niet meer veroorloven om te kritisch te zijn. En natuurlijk azen ook alle andere universiteiten en hogescholen op de middelen die nu extra aan defensie worden besteed, dus we moeten snel onze slag slaan. En wie ben ik om het beter te weten dan onze bestuurders in deze onzekere tijden? Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral.