Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
19 mei 2024

Campus
& Cultuur

Rector Jeroen Geurts (links) en USR-voorzitter Joep van Dijk

De voorzitter: ‘Ga eens effe rennen zeg.’ De rector: ‘Dat pakken we op’

Zet de voorzitter van de studentenraad en de rector bij elkaar en je verwacht misschien vuurwerk. Maar zover gaan ze niet. Beiden willen het beste voor de VU, alleen mag het van de één net wat sneller dan de ander voor mogelijk houdt.

Op de LinkedIn-pagina van de voorzitter van de universitaire studentenraad, Joep van Dijk, staat een recente foto waarop Van Dijk de rector, Jeroen Geurts, op zijn schouders draagt. De twee kunnen het duidelijk goed met elkaar vinden.

Breed grijnzend steekt Geurts zijn duim omhoog. Als Ad Valvas in de kamer van de rector arriveert om hen te interviewen, zijn ze ook weer druk met elkaar in gesprek. “Een heel interessante discussie”, zegt Geurts. “Over hoe je vanuit je waarden kunt blijven werken, dus daar kunnen jullie mooi bij aanhaken.”

“De belangrijkste waarde die ik voor mezelf aanhoud is dat ik een stabiele factor ben voor mijn omgeving”, zegt Van Dijk. “Voor mijn medestudenten, mijn vriendin en mijn familie. Dat als ze problemen hebben, ze op mij kunnen terugvallen. Dat betekent dat ik zelf ook stabiel moet zijn, anders kunnen zij niks met mij.”

“Maar in hoeverre is een stabiele factor zijn in conflict met flexibiliteit en aanpassingsvermogen?” vraagt Geurts. Van Dijk: “Zolang je niet alles voor jezelf dichttimmert kun je een stabiele factor zijn.” Geurts: “Dus je bent altijd tegen remming van vooruitgang, uitsluiting van anderen, dat zijn onwrikbare principes.” Van Dijk: “Zeker!”

Te vriendschappelijk?

Zijn ze niet een beetje te kameraadschappelijk met elkaar, vragen we ons af. Zou Van Dijk zich als vertegenwoordiger van de medezeggenschap niet wat kritischer moeten opstellen jegens de bestuurders van de VU?

“Juist vanuit een goede verstandhouding kun je open en kritisch zijn naar elkaar”, antwoordt Geurts. En Van Dijk: “De universitaire studentenraad heeft pas geleden nog een artikel in Ad Valvas gepubliceerd waarin de VU wordt bekritiseerd naar aanleiding van de dakloze internationale studenten. Niet bepaald een artikel dat we met het college van bestuur hebben afgestemd.”

Jeroen Geurts: ‘We kunnen als college niet met z’n drieën beslissen wat goed is voor zo’n hele universiteit’

Van Dijk is heel kritisch jegens het bestuur, vindt hij. Zo mag van hem de transitie naar duurzame energie aan de VU “wel een paar tandjes harder” en is hij er ook niet over te spreken dat er op de campus nog steeds een miljoen wegwerpbekers per jaar worden verbruikt. Die bekers hadden allang verdwenen moeten zijn, wat hem betreft. “Het is eigenlijk ontzettend onzinnig. Het is aan het college om de nodige stappen te nemen en aan de studentenraad om te zeggen: ‘Ga eens effe rennen, zeg’.”

“Daar werden wij tijdens een recente vergadering door de USR mee om de oren gewapt”, zegt Geurts, “en we waren daar hartstikke blij mee. Een groot deel van onze community, die door de studentenraad wordt vertegenwoordigd, zegt dus tegen ons dat we hier niet de juiste keuze hebben gemaakt. Dat we dat als laaghangend fruit al hadden kunnen oppakken. Weg met al die plastic bekertjes. Wordt opgepakt.”

‘Wij bouwen geen woningen’

“Het gaat heel erg om prioriteiten”, aldus Van Dijk. “Neem bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de gebouwen voor mensen met een beperking. Wij zeggen: regel dat nou eens, want het college had dat niet hoog op zijn prioriteitenlijst. Het afgelopen jaar heeft de studentenraad huisvesting op de agenda gezet, een groot probleem waar de VU veel eerder verantwoordelijkheid in had moeten nemen.”

“Natuurlijk raakt die woonsituatie ons diep”, reageert de rector. “Wij bouwen of verhuren zelf geen studentenwoningen maar werken er heel hard aan om onze studenten te helpen en te waarschuwen. De gemeente moet hier ook echt meer verantwoordelijkheid nemen. Zij stapte onlangs nog uit het studentenhuisvestingsconvenant.” Over de toegankelijkheid zegt hij: “Nou, we doen al heel veel. In de nieuwbouw is er veel aandacht voor toegankelijkheid. En ook in de bestaande bouw pakken we signalen voortvarend op. We vinden dit superbelangrijk.”

“Je hebt als bestuur duizend dingen op je bureau liggen”, legt de rector uit. Het is een switchboard vol knopjes die je voor je hebt, en in veel gevallen geldt: als je die knopjes allemaal tegelijk een bepaalde kant op zet, gaat de VU failliet en dat kan dus niet. Anderzijds: als je in het wilde weg knopjes omzet en andere knopjes niet en je organiseert je community dus niet goed, dan sla je geen deuk in een pakje boter. Daarom is het goed dat medezeggenschapsorganen zeggen: ‘Wij zouden nu deze categorie knopjes omzetten’. Dan zetten we dit jaar deze knopjes om, over vijf jaar die en over tien jaar de laatste. Dan heb je een plan. En over dat plan moeten we als gemeenschap samen beslissingen nemen.”

Superambitieuze studentenraad

Aanleiding voor dit vraaggesprek is het beleidsplan van de universitaire studentenraad (USR). Daarin staan de doelen beschreven die de raad zich heeft gesteld en waar hij nu al een halfjaar aan werkt. Het zijn heel veel doelen. Niet alleen wil de USR inspraak in zaken als het bindend studieadvies, studentenevaluaties, carrièrebegeleiding en studentenwoningen en studiefaciliteiten, hij wil ook de campus duurzamer en inclusiever maken, met zorg voor het mentale en seksuele welzijn van studenten. Daarnaast wil de studentenraad zichtbaarder worden voor de studenten, dat meer studenten zich kandidaat stellen voor de universitaire en de facultaire studentenraden en dat meer studenten de moeite nemen te stemmen als er studentenraadsverkiezingen zijn.

En dat is nog lang niet alles. Het beleidsplan bevat een zeer ambitieus programma. Neemt de universitaire studentenraad niet te veel hooi op de vork? Hij zit er immers maar één jaar. Zou de studentenraad niet beter twee of drie prioriteiten moeten stellen en zeggen: dáár gaan we dit jaar voor?

“Een goed punt”, zegt Van Dijk, “maar de USR bestaat uit elf mensen die zich allemaal tussen de 24 en 40 uur per week inzetten voor de universiteit. Dat doen ze niet alleen om ja en nee te kunnen zeggen tegen beleid. Het zijn elf individuen met elk hun eigen idealen. Ze hebben ook concrete ideeën voor de campus. Omdat ze zelf een migratieachtergrond hebben of negatieve ervaringen hebben gehad of omdat ze de wachtrijen voor de studentenpsychologen te lang vinden. Ze willen proberen dingen te veranderen aan de universiteit.”

Hoezo niet realistisch?

Maar moet je daarbij niet wat realistischer zijn, vragen we. Wat is er niet realistisch aan, wil Van Dijk weten. “Op de meeste punten van ons policyplan hebben we al stappen geboekt. Zo hebben we inzichtelijk gemaakt hoeveel VU-studenten dakloos zijn en kijken we samen met het International Office wat we daaraan kunnen doen. We hebben de toegankelijkheid op de agenda gekregen en onderzocht of de huidige islamitische gebedsruimte toereikend is, wat niet het geval is. Op duurzaamheidsgebied hebben we wat dingen onder de aandacht gebracht. Zo wordt er veel eten weggegooid en we kijken nu of het mogelijk is om dat bij de voedselbank te krijgen. We hebben ook de toezegging binnen dat midden 2024 alle wegwerpbekers van de campus af zijn.”

Joep van Dijk: ‘Soms moet je aannames maken. Je kunt niet met 26.000 studenten in gesprek gaan’

Hij gaat door: de USR is bezig met het sociale welzijn van studenten en heeft er goede hoop op dat nog dit jaar overal op de campus QR-codes komen die leiden naar een overzicht met voorzieningen voor studenten. En aan de zichtbaarheid wordt gewerkt met een infomarkt, gratis tosti’s en presentaties op evenementen als de opening van het academisch jaar. “Op Instagram hebben we het aantal volgers opgekrikt van 2000 naar 3000”, aldus Van Dijk.

Rechtse studenten kunnen zich aanmelden

Het valt op dat de focus van de studentenraad de laatste jaren nogal is verschoven. Lag die vroeger vooral op zaken als onderwijs, het tentamenreglement en studiestress, nu komen daar ook nog eens onderwerpen als duurzaamheid en diversiteit bij. “Maar is dat niet overal zo?” vraagt Van Dijk. “Bovendien: de universiteit heeft een voorlopersrol in de maatschappij. Het lijkt me logisch dat je als student inzet op duurzaamheid, want het gaat om jouw toekomst. De studentenraad is er ook om mensen bewust te maken. We maken studenten bewust van iets, we maken het college bewust van iets, daar zijn we voor gekozen.”

Hoe weet hij eigenlijk dat hij zo de studenten het beste vertegenwoordigt? “De USR is gekozen door studenten…”, begint hij. Maar gezien de lage opkomst bij de studentenraadsverkiezingen kun je niet stellen dat de universitaire studentenraad een goede representatie van de studenten is.

“We vragen rond, organiseren soms een opiniepoll, praten met de facultaire studentenraden en met studieverenigingen”, aldus Van Dijk. “Soms moet je aannames maken. Je kunt niet met 26.000 studenten in gesprek gaan, net als een politicus in Den Haag dat niet met 17 miljoen mensen kan.”

De studentenraad is nogal links – misschien moeten er ook wat rechtse studenten bij, opperen we. Hij lijkt er meteen enthousiast over. “Laat ze zich aanmelden”, zegt hij. “Helemaal top. Als zij zich verkiesbaar stellen, sta ik net zo goed voor hen als voor iedereen. Links, rechts, midden, onder of boven. Tuurlijk!”

“De medezeggenschap is ongelofelijk belangrijk en ik vind het zorgelijk dat zo weinig mensen bereid zijn erin plaats te nemen”, zegt de rector. “En als ze plaatsnemen, zijn ze vaak niet een representatie van de hele gemeenschap en dat maakt het besturen ook lastiger. Weten wat er op de campus leeft, wordt lastiger als je minder mensen om je heen hebt die met jou het gesprek met de community aangaan.”

Spelletjes spelen

Wordt die slechte representativiteit weleens door het college tegen je gebruikt, willen we van Van Dijk weten. “Nee, dat zou ook heel flauw zijn”, aldus Van Dijk, terwijl de rector roept: “Wat een goed idee!” Een geintje, natuurlijk. “Je bestuur wordt er slechter van als je dat soort spelletjes gaat spelen”, zegt Geurts. “Je wilt dat mensen meedenken en de discussies met je voeren. We kunnen als college niet met z’n drieën beslissen wat goed is voor zo’n hele universiteit.”

Van Dijk heeft er goede hoop op dat de verkiezingsopkomst dit jaar zal worden opgekrikt. “We merken dat als we mensen op de campus spreken, ze best gemotiveerd raken als je vraagt actief mee te denken met de raad. Dat was in de coronatijd moeilijker, want toen spraken we elkaar vooral in online Zoom-meetings. In die tijd is het aantal beschikbare kandidaten ook flink gedaald. Op de campus zijn veel meer mogelijkheden om te laten zien dat wij bestaan, dat we iets heel belangrijks voor studenten doen. Daarom hopen wij dat dit wel het jaar is waarin genoeg kandidaten zijn en de opkomst hoger is.”