“Wees niet tegen verandering, maar doe het rustig en voorzichtig. Er zit namelijk wijsheid in historie”, zegt Govert Buijs, bijzonder hoogleraar filosofie, tegen zijn publiek, zo’n 15 mensen. Arnold Huijgen, Theoloog der Nederlanden, stemt hiermee in en benoemt het concept “niet-revolutionair conservatisme”, waarin iemand gelooft dat door middel van een revolutie de snelle ontwikkelingen zorgen voor een verlies van het goede, het fijne en het comfortabele.
In de groep werd gevraagd naar het feit dat christenen streven naar een utopie, maar dat dit haaks op het idee van de conservatieven staat. Om namelijk deze utopie te creëren, moet er radicale progressie plaatsvinden, wat niet binnen het conservatief plaatje past. Als antwoord gaat Huijgen verder in op het idee van niet-revolutionaire conservatisme en zegt: “We moeten ervoor zorgen dat we niet handelen naar onze behoeftes, omdat handelen ertoe kan leiden dat je het goede zult missen.”
Niet direct aanvallen
En het goede missen komt terug in hoe we omgaan met elkaar tijdens zulke polariserende gesprekken. Het is een lastige taak om tegenover iemand te gaan zitten en een serieus gesprek te voeren, wetend dat degene tegenover je er compleet anders over denkt. Volgens Buijs moeten we in zulke discussies ons houden aan de juiste taal en gebruiken. Hij gaf als voorbeeld de manier waarop Kamerleden elkaar aanspreken in de Tweede Kamer. Hierin mag men elkaar alleen via de voorzitter spreken, waardoor de discussie met een tussenpersoon wordt gevoerd en je elkaar niet direct “aanvalt”.
Theoloog Huijgen gaat verder en vertelt hoe we naar oplossingen moeten gaan zoeken tussen de twee tegenpolen. Hij stelt voor dat we moeten zoeken naar een grijs gebied tussen de twee partijen en hierin onze oplossing moeten vinden. Dit omdat we dan elkaars meningen blijven waarderen, maar toch tot een oplossing zijn gekomen.
Gesprekken aangaan
En juist nu is het de tijd om deze moeilijke gesprekken aan te gaan met elkaar, omdat er steeds meer vraag naar een conservatief geluid is. Buijs vertelt dat in de jaren zestig een culturele revolutie ontstond, met de opkomst van het individualisme en nihilisme. Maar de tools om om te kunnen gaan met deze culturele verandering werden niet gegeven. Daardoor gaat men volgens Huijgen terugkijken naar eerdere gebeurtenissen en hoe die mensen handelden.
En niet iedereen die conservatief is, handelt als een niet-revolutionaire conservatief. Op campus wordt er ook agressief en met racisme gehandeld om een tegengeluid te geven aan progressiviteit. Juist nu zouden we dus met elkaar in gesprek moeten gaan. Op zoek naar een common ground en een plek waar we elkaar niet nog verder van elkaar afstoten. Want in een wereld waar alles al slecht gaat, hebben we niet nog meer verdeeldheid nodig.