Van Doorn schakelt online in voor het interview in zijn roeioutfit, hij is net van de boot gestapt na een training op de Bosbaan. Volgende week vindt daar het WK Roeien plaats – een thuiswedstrijd dus voor hem en zijn teamgenoten. “We trainen hier nu de laatste keren voor het WK. Het is indrukwekkend om te zien hoe alles wordt opgebouwd: de tribune staat er al, en overal worden tenten en atletenruimtes neergezet. Heel bijzonder om je eigen trainingslocatie te zien veranderen in WK-terrein.”
Ter voorbereiding op het WK trok Van Doorn met de volledige Nederlandse ploeg naar Oostenrijk voor een trainingskamp. “We sliepen boven op de berg in een hotel, voor een hoogtestage. Elke dag namen we de skigondel naar beneden om op een meer te trainen. We waren de enige gasten in het hotel, dus we leefden er echt in een bubbel.”
Het trainingskamp was intensief voor Van Doorn. Niet alleen de trainingsuren – zo’n 30 uur per week – maar ook de drukte. “Je zit drie weken boven op elkaar en af en toe was het wel lekker geweest om even wat meer ruimte voor mezelf te hebben. Tegelijkertijd is het ook superleuk om met je teamgenoten op zo’n trainingskamp te zijn.”
Heel veel zenuwen
Ondanks eerdere WK’s en een Olympische finale voelt Van Doorn nog steeds spanning voor het komende WK. “Je wilt gewoon heel graag presteren. Elke topsporter is competitief, heeft prestatiedrang en wil winnen. We staan straks voor 10.000 man eigen publiek, dat zorgt wel voor extra spanning.”
Toch zal hij niet zo zenuwachtig zijn als voor de finale van de Olympische Spelen in Parijs twee jaar geleden. Zijn zenuwen waren toen zo erg dat hij zelfs even dacht: Ik meld me af voor vandaag. Van Doorn: “Vanaf het moment dat ik goed begon te worden in roeien en dat het duidelijk was dat ik er talent voor had, begon iedereen over de Olympische Spelen. De Spelen zijn al een doel op zich en dan de finale halen is ongelooflijk gaaf. Het is heel onwerkelijk als je daar dan ineens staat, dat zorgde voor veel emotie. En dat ging gepaard met heel veel zenuwen, want je wilt het goed doen.” Uiteindelijk wist Van Doorn met zijn bootgenoten in de Holland Acht een zilveren medaille te winnen.
Van acht naar vier
Waar Van Doorn eerder dus in de Holland Acht roeide, stapte hij daarna over naar de vier-zonder – een viermansboot zonder stuurman. En dat bevalt hem wel. “Ik vind de vier-zonder een leukere boot om in te roeien, het vergt net wat anders van je. Zo’n acht is best wel groot en log. En omdat je met twee keer zoveel mensen bent, moet je echt heel goed samenwerken. Dat moet in de vier-zonder ook wel, maar iets minder. Je komt er beter uit de verf als je een goede roeitechniek hebt, de acht is net iets meer een krachtmeting.”
Ook genieten
Inmiddels zit Van Doorn al jaren bij de Nederlandse roeibond, maar op jongere leeftijd volgde hij een ander pad dan de meeste roeiers. Nadat hij meedeed aan de wereldkampioenschappen bij de junioren, bood de University of Washington hem een studiebeurs aan om te komen roeien en studeren. “Ik roeide daar veel, maar het was iets minder topsport dan als ik direct naar de Nederlandse roeibond was gegaan. Ik heb daar een redelijk normale studententijd gehad, met eens per maand een feestje. Dat is goed geweest voor mijn ontwikkeling. Ik had niet graag gewild dat ik op die jonge leeftijd zou studeren en al op dit niveau zou moeten presteren.”
Wat zou Van Doorn jonge studenten als tip meegeven? “Topsport is leuk, maar geniet ook een beetje van het student zijn. Bij tennis geldt: zit je op je achttiende nog niet bij de top, dan ga je het waarschijnlijk niet meer halen. Roeien werkt anders, daar kun je ook op latere leeftijd nog instromen en alsnog ver komen. Het is namelijk ook belangrijk om je op sociaal vlak te ontwikkelen. Ik denk niet dat je gelukkig wordt als je alleen maar met je sport bezig bent.”
Extra druk
Van Doorns topsportmentaliteit wordt vooral gevoed door zijn competitieve roeiomgeving, maar is ook terug te vinden in zijn normale leven. “Als ik iets doe, probeer ik het zo goed mogelijk te doen. Dat komt ook doordat ik weinig vrije tijd heb; ik heb geen tijd om het nog een keer te doen.”

Gert-Jan van Doorn met zijn bootgenoten van de vier-zonder (Foto: Benedict Tufnell).
Die mindset is lastig te combineren met een universitaire studie, legt Van Doorn uit. “Sommige vakken vallen samen met trainingsmomenten, en dat zorgt soms voor stress. Je wilt het zo goed mogelijk doen in je sport, maar ik heb er bewust voor gekozen om het roeien te combineren met een masteropleiding. Dat brengt extra druk met zich mee, dus ik heb besloten er in ieder geval twee jaar over te doen. Zo kan ik studeren en topsport naast elkaar blijven doen, al blijft het een spanningsveld. Eigenlijk zou ik meer tijd aan mijn master willen besteden, maar het komende WK en de Olympische Spelen van 2028 hebben nu prioriteit. Als dat betekent dat mijn master twee of drie jaar duurt, dan is dat maar zo.”
Op elkaars schoot
Met het WK voor de deur blikt Van Doorn vast vooruit naar de afloop. “De voorbereiding gaat heel goed, dus we willen meedoen om de winst. Maar voor mij is het WK vooral geslaagd als we onze beste race roeien. Je wilt niet dat er iets misgaat, je wilt er alles uithalen. Als je beter bent dan de rest, dan win je. Maar als we onze beste race roeien en niet winnen, dan heb ik daar ook vrede mee.”
Na het WK hoopt Van Doorn nog de Olympische Spelen van 2028 te bereiken. Als die klaar zijn, is hij net 29. “Dan is het wel mooi geweest, al denk ik daar over twee jaar misschien anders over. Ik wil na het roeien in ieder geval iets met mijn master Finance gaan doen. Ik hoef niet per se als investment banker te werken, ik werk liever bij een klein bedrijf waar je nauw moet samenwerken met mensen. Dat is iets wat ik gewend ben: als roeiers zitten we bijna letterlijk op elkaars schoot.”