Van een geboren West-Friese zou je misschien denken dat schaatsen onderdeel van haar opvoeding was, maar zo was het bij Kerkhoff allesbehalve. “Ik kom echt totaal niet uit een schaatsfamilie. Maar via het ‘schoolschaatsen’ op de basisschool kwam ik toch op de ijsbaan terecht. Zo raakte ik verliefd op de sport. Al snel schreef ik me in voor het jeugdschaatsen en niet veel later werd ik lid van de lokale schaatsvereniging. In de jaren daarna nam ik de sport steeds serieuzer en groeide mijn drang om mezelf continu uit te dagen en te verbeteren: telkens technisch iets beter, elke volgende ronde nóg sneller.”
Liever skeeleren
Dat Kerkhoff in de zomer altijd haar schaatsen voor skeelers verruilde, was niet alleen vanwege gebrek aan ijs. “Skeeleren vond ik stiekem nog leuker dan schaatsen en ik was er ook nóg beter in. Ik reed meerdere EK’s en WK’s en haalde diverse medailles. Het ging mis toen ik door een nare val een zware hersenschudding opliep. Ik lag er een jaar volledig uit, het hele jaar daarna had ik nodig om weer terug op niveau te komen. Ik voelde dat ik niet meer zo onbevangen als vroeger kon racen, terwijl juist dat op topniveau cruciaal is. Alles kunnen geven is niet alleen een fysieke kwestie, maar ook iets mentaals. Mijn val-trauma remde me daarin.”
Op het ijs kon Kerkhoff nog wél vol gas gaan en reed ze zichzelf steeds meer in de kijker van ervaren profs. “In m’n laatste juniorenjaar zat ik al bij de top, maar ging het WK Junioren door corona helaas niet door”, blikt ze terug. “Omdat ik toch een stap in het schaatsen wilde maken, solliciteerde ik bij Team Albert Heijn Zaanlander. Die zagen het in me zitten en daar heb ik sindsdien grote stappen gemaakt. Het liefst schaats ik in een groep, zoals bij de massastart en marathon. Het mooie aan de lange baan vind ik dat je daarmee heel precies je verbeteringen kunt meten. En razendsnel schaatsen vind ik gewoon lekker.”
Schaatsen is samenwerken
“Ik wist niet wat ik met al mijn emoties moest”, zegt Kerkhoff over haar kwalificatie voor de Olympische Winterspelen. “Die race was een rollercoaster: ik reed een dik persoonlijk record, maar het was spannend tot het eind. In Milaan werd alles alsnog onzeker toen het tijdens een training in mijn rug schoot. Samen met de medische staf besloot ik de 5.000 meter te laten lopen en vol voor de resterende races te gaan. Een pijnlijk besluit, maar daardoor was ik uiteindelijk wél fit voor de massastart.
Die race werd opnieuw een verhaal op zich: ik reed heel zelfverzekerd en deed op instinct de juiste dingen. Toen duidelijk werd dat de massastart zou uitlopen op een eindsprint, besloot ik om Marijke Groenewoud te helpen.” Kerkhoff bleef voor Groenewoud rijden, wat haar ploeggenoot uit de wind hield. Groenewoud kon daardoor wat krachten sparen, en was tijdens haar sprint in de laatste ronde door niemand meer in te halen. Kerkhoff: “De gouden plak die dat opleverde, laat zien dat schaatsen ook samenwerken is. En ook dat geeft mij superveel voldoening.”
Lichamelijk functioneren
Tussen het schaatsen door duikt Kerkhoff ook nog regelmatig in de boeken voor haar masterstudie Human Movement Sciences aan de VU – gericht op het begrijpen en verbeteren van de motoriek van het menselijk lichaam. “Ik wist al op de middelbare school dat ik dit wilde studeren. Ik ben namelijk niet alleen zélf sportief, maar vind het menselijk lichaam überhaupt interessant. Bovendien vind ik het leuk om te bedenken hoe je mensen beter kunt laten bewegen, zowel in topsport als bij fysieke beperkingen. Dat m’n broer dezelfde studie deed, inspireerde me ook. Ik ben nu halverwege en ik moet waarschijnlijk nog ongeveer een jaar.”
Topsportstatus
Dat ze meer tijd voor haar studie neemt dan het ene jaar dat er officieel voor staat, heeft alles met haar volle schaatsagenda te maken. “Sinds ik bij Team Albert Heijn Zaanlander zit, gaat er steeds meer tijd in mijn schaatsen zitten en ben ik ook veel vaker in het buitenland. Gelukkig heb ik een topsportstatus, een soort regeling om studeren naast topsport te stimuleren en te ondersteunen. Daardoor kan ik bijvoorbeeld examens laten verplaatsen of vervangende opdrachten vragen. Superfijn, maar nog meer maatwerk zou welkom zijn. Naar de absolute top toewerken is namelijk extreem veeleisend, daar moet je je studie in kunnen passen. En ik zou graag een betere financiële compensatie door studievertraging zien.”
Gevraagd naar haar volgende droom op schaatsgebied houdt Kerkhoff zich op de vlakte. “Zo’n droom heb ik eerlijk gezegd niet echt. Mijn eerste Spelen smaken zeker naar meer, maar ik leef van race tot race en ik kijk uit naar alle grote toernooien die nog komen. Meer medailles zouden natuurlijk wel mooi zijn. Maar als ik gewoon lekker blijf schaatsen en mezelf steeds blijf ontwikkelen, komen de resultaten vanzelf. Het is sowieso een enorme eer dat ik voor Nederland uit mag komen en mee kan doen om de prijzen op het allerhoogste niveau.”