Een 9 is geen 9 meer

NIEUWS

Onderwijs  13 september 2016

Een 9 is geen 9 meer

Advalvas-onderzoek naar masterscripties geesteswetenschappen
reacties 6

De kwaliteit van masterscripties van topstudenten bij de faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit is in vijftien jaar tijd sterk gedaald. Dat blijkt uit eigen onderzoek van Advalvas.

27 doctoraal- en masterscripties uit de periode 1998-2014 (in die periode is de bama-structuur ingevoerd en de studiedruk opgevoerd) die alle indertijd een 9 of hoger scoorden, zijn opnieuw door hoogleraren beoordeeld.

Hoe recenter de scriptie, hoe lager het nieuwe cijfer

De drie emeritus hoogleraren, niet aan de VU verbonden, beoordeelden elk 9 scripties op hun eigen vakgebied (kunstgeschiedenis, geschiedenis en Engels). Hun beoordelingen kwamen op hetzelfde neer: hoe recenter de scriptie, hoe lager het nieuwe cijfer. De negen scripties van na 2009 scoorden gemiddeld slechts een 6,6.  De hoogleraren kenden het oorspronkelijke cijfer (minimaal een 9) niet. De scripties waren bovendien geanonimiseerd en tijdloos gemaakt.

Aanleiding voor het onderzoek
Critici van het huidige onderwijsbeleid klagen al langer dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit is gegaan, onder andere wijzend op de financiering die achterblijft bij de groeiende studentenaantallen. Advalvas wilde onderzoeken wat daar van waar is, en nam de scripties als maat: immers, of het nu 1998 of 2016 is, de kwaliteit van een scriptie moet elk jaar minstens even hoog zijn.  Met de resultaten van dit Advalvas-scriptieonderzoek lijkt de kritiek op het onderwijsbeleid in ieder geval deels bevestigd te worden.

Decaan: 'Wij zien dit als een pilot'
VU-hoogleraar onderwijskunde Martijn Meeter noemt de steekproef “indrukwekkend en wetenschappelijk”.  Lieven Decock, portefeuillehouder onderwijs bij Geesteswetenschappen: “De onderzochte scripties zijn van de mensen die de besten van hun generatie zijn. Dat kan betekenen dat we kwaliteiten van de meest beloftevolle intellecten niet meer volledig benutten.” Michel ter Hark, decaan van Geesteswetenschappen: “Er is een verschil in de becijfering door de emeriti en die van onze eigen docenten indertijd. Wij zien dit echter als een pilot en niet een groot onderzoek. Het is dan ook afwachten of en welke maatregelen er genomen moeten worden.”

Lees hier het hele onderzoeksverhaal, en de reacties van VU-onderwijsdeskundigen.

Floor Bal
hits 5731

{ Lees de 6 reacties }

Ik denk dat dit niet alleen bij geesteswetenschappen zo is. Het slagingspercentage is tegenwoordig belangrijker dan het niveau van de opleiding. Dat zie je bij elke opleiding. Iedereen moet slagen.

En wat zien wij precies in de afbeelding/grafiek? Als ik een afbeelding zonder bijschrift in mij scriptie had gezet, had ik ook nooit een 9 gehaald

Misschien niet zo'n goed idee om drie emeritus hoogleraren de beoordeling te laten doen. Vermoedelijk zullen zij werk dat ze herkennen uit hun eigen actieve loopbaan hoger waarderen dan producten die mede het gevolg zijn van onderwijsvernieuwing en gebaseerd zijn op nieuwe kennis en inzichten. Daarnaast is het de vraag of een scriptie in een korte masteropleiding voor studenten en docenten nog dezelfde betekenis heeft als in een langer doctoraalprogramma. Ik heb de indruk dat een scriptie in een doctoraalprogramma meer een afsluitende proeve van bekwaamheid was en in een master meer een onderdeel van een dossierdiploma.

@Albert de Voogd:
"De drie emeritus hoogleraren, niet aan de VU verbonden". Niet aan de VU verbonden, en dus nooit een van hun studenten

@ingrid: Ik probeerde aan te geven dat mensen de neiging hebben om zaken die zij herkennen hoger te waarderen. Vergelijkbaar met de waardering voor muziek. Ik vermoed dat de emeritus hoogleraren Hiphop lager waarderen dan Rockmuziek. Daarom zullen zij scripties die stammen uit de periode van hun actieve loopbaan vermoedelijk hoger waarderen dan scripties uit andere periodes. Dit gaat dus niet over scripties van eigen studenten.

In aanvulling hierop: Hoe zijn de scripties precies beoordeeld door de emeritus hoogleraren? Zijn daar richtlijnen voor gegeven? De criteria voor scripties veranderen in de loop der tijd, onderwijs is continu in beweging. Er is dus een reële kans dat de nieuwere scripties geschreven zijn op basis van andere criteria dan de oudere scripties. En het is goed mogelijk dat de emeritus hoogleraren de scripties hebben beoordeeld op basis van wat in hun tijd als "goed" werd beschouwd. Dat zou verklaren waarom oudere scripties hoger zijn beoordeeld in deze studie. In het artikel wordt al opgemerkt dat de emeritus hoogleraren anders beoordeelden dan de docenten indertijd, wat aangeeft dat objectief beoordelen lastig is. Ik ben benieuwd naar de resultaten als deze scripties ook door jongere, nu nog werkzame hoogleraren worden beoordeeld.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties