Onafhankelijke journalistiek over de Vrije Universiteit Amsterdam | Sinds 1953
15 maart 2026

Stapelstudent Sara Ben Hmido wint StudenTalentprijs

Ben Hmido zit in de afrondende fase van de master Geneeskunde en doet promotieonderzoek naar AI in de chirurgie. Eerder schreef Ad Valvas over haar opmerkelijke reis van het vmbo naar een positie als promovendus.  

“Het winnen van deze prijs betekent veel voor me”, zegt Ben Hmido. “Het is een erkenning voor wat ik heb kunnen doen voor de VU, wat altijd fijn is om te krijgen. Maar het gaat me om meer dan dat. Ik wil de studenten om me heen laten zien dat als je het écht wilt, heel veel mogelijk is, ongeacht waar je vandaan komt. Deze prijs helpt me die boodschap verder te verspreiden.” 

Ben Hmido vermoedt dat ze de prijs heeft gekregen voor haar bijdrage aan de VU-gemeenschap. “Ik doe onderzoek en probeer daarnaast VU-studenten te inspireren. Dat doe ik door ze als mentor te begeleiden en samen hun doelen te achterhalen. Ik neem ook studenten onder mijn vleugels die zich net als ik willen verdiepen in de onderzoekswereld, maar nog niet helemaal weten waar ze moeten beginnen.”

StudenTalentprijs

Faculteiten kunnen studenten voordragen voor de StudenTalentprijs. De VU kiest daaruit elk jaar een student die grote impact maakt of heeft gemaakt binnen de samenleving of op de VU-campus. De winnaar ontvangt 2000 euro en is een jaar lang studentenambassadeur.

Nek-aan-nekrace

Hoewel Ben Hmido vooraf te horen kreeg dat ze de winnaar van de StudenTalentprijs was, keek ze keek reikhalzend uit naar de uitreiking. “Het was fantastisch om erbij te zijn. Mijn familieleden waren erbij, wat ik heel speciaal vond. Hun steun is superbelangrijk voor me, ze zijn mijn vangnet en zonder hen had ik deze prijs nooit kunnen winnen. Daar ben ik ze heel dankbaar voor – we hebben de prijs samen gewonnen.” 

Volgens de zeven-koppige jury – een mix van VU-medewerkers en -studenten – was het een nek-aan-nekrace met Business Administration-student Aye Kari Soe. Ze is oprichter van meerdere initiatieven rond geopolitiek, mensenrechten en financiële empowerment en was SDG Voice van Nederland. Uiteindelijk verkoos de jury Ben Hmido boven Soe omdat Ben Hmido’s dossier ‘als meer gegrond in de VU-gemeenschap aanvoelt’. De jury schat daarom in dat Ben Hmido ‘de rol van student-ambassadeur voor de VU op een natuurlijke manier zal kunnen vervullen’. 

Zintuiglijk leren

Tijdens de VU Onderwijsdag op 5 maart werden er nog twee prijzen uitgereikt. De Education Impact Award van 15.000 euro ging naar twee teams. Anne-Marie Slotboom en Elanie Rodermond van de rechtenfaculteit kregen de prijs voor een vak dat VU-studenten samen met gedetineerde studenten volgen in een penitentiaire inrichting. En Mario Torralba en zijn transfacultaire team ontvingen de prijs omdat ze met Plato’s Garden studenten stimuleren om het leren fysiek, zintuiglijk en reflectief te benaderen met ecowalksforest bathing en andere natuurgebaseerde leeractiviteiten.  

Bètastudent Roy Pontman won de masterscriptieprijs van 2000 euro. Geïnspireerd door de overstromingen in Limburg in 2021 ontwikkelde hij een overstromingsvoorspellingssysteem. Zijn model wordt inmiddels gebruikt door verschillende instanties in binnen- en buitenland.  

Trotse rector

“Als ik dit zo bij elkaar zie, dan kan ik alleen maar trots zijn”, zei rector Jeroen Geurts op de site van de VU. “Wat een rijkdom aan onderwijsinnovaties, ideeën en betrokkenheid. Overal zie ik mensen die zich met hart en ziel inzetten. Dit is onderwijs dat ertoe doet. 

Theedrinkers, verenigt u

Ja, ik beschik over een witte huidskleur, een universitair diploma, heteroseksuele verlangens en een piemel. Maar ook ik weet hoe het is om bij een minderheidsgroepering te horen. Ik drink namelijk geen koffie.

Acht op de tien Nederlanders drinken die bittere drab wél, minimaal een keer per week. En daar betalen theedrinkers de prijs voor. Letterlijk.

Vergelijk de prijzen voor koffie op een doorsnee menukaart maar eens met die van thee (als je die überhaupt kunt vinden, aangezien het theeassortiment tot de spelonken van de warmedrankensectie is verdrongen door alle Dirty Triple Frappuccino Flat White Koffie Verkeerd-opties). Oogsten, drogen, branden, malen en zetten; het is duur monnikenwerk, zeker vergeleken met een kopje heet water. En toch durven ze daar in de horeca met droge ogen dezelfde drie-euro-nogwat voor te vragen als voor een bakkie troost. Wij theedrinkers worden financieel nog harder leeggetrokken dan onze zakjes.

En dan heb ik het nog niet gehad over hoe we sociaal gemarginaliseerd worden. Wil je meepraten over de actualiteit, televisieprogramma’s of sappige roddels? Dat gebeurt in de rij voor het pikzwarte satansap. We zeggen niet voor niets dat het gesprek plaatsvindt bij het koffiezetapparaat.

Dat woord is trouwens alleszeggend. Al die machines hebben tegenwoordig ook knopjes voor gekoeld water, heet water en warme chocolademelk, en toch blijft men het halsstarrig een ‘koffiezetapparaat’ noemen. Het is de bittere norm.

Dat is geen toeval. Dat doen koffiedrinkers expres zo. Met gemiddeld 3,6 shots cafeïne per dag is het duidelijk hoe ze deze cultuuroorlog in hun voordeel hebben beslecht, terwijl wij met een Earl Grey nog op eigen kracht wakker moesten worden.

Thomas Jefferson schijnt ooit te hebben gezegd dat koffie “de favoriete drank is van de beschaafde wereld”. Dat is het meest stompzinnige wat ik ooit heb gehoord. Inmiddels kan de hele wereld gelukkig dagelijks meegenieten van het uiterst beschaafde regime dat alle opgefokte cafeïneslurpers in dat land hebben aangesteld. En wie vindt dat ik stigmatiseer, moet zich realiseren welke vooroordelen theedrinkers naar hun hoofd geslingerd krijgen: softies, pappen-en-nathouders, en de ergste: PvdA’ers.

Maar als ik eerlijk ben, hebben wij dat, lieve theedrinkers, ook een beetje aan onszelf te danken. We zijn conflictvermijdende allemansvrienden. Felle discussies, daar branden we ons liever niet aan (mede omdat onze tong meestal al verbrand is). Volgens mij is deze houding te herleiden naar die vragen op de labels van Pickwick-theezakjes. Die zijn altijd positief, tot op het irritante af: ‘Wat was je mooiste vakantie? Naar wie kijk jij op?’ Gezapige wereldwinkelgespreksstof.

Dus, theedrinkers, verenigt u. Durf de confrontatie aan te gaan, durf die pijnlijke vraag te stellen, durf een zak(je) te zijn. Laat die koffieleuten maar eens zien dat wij vergaderingen ook kunnen winnen, zonder doping. We hebben geen andere keuze. Of zoals de oppressor zou zeggen: What else?

Pop-upbibliotheek over Palestina zet campus in gesprek

De Ghassan Kanafani Library – dat is de officiële naam van de pop-upbibliotheek in de centrale hal van het hoofdgebouw, gerund door studenten Nuha en Alex. De naam verwijst naar de Palestijnse schrijver die woordvoerder was van Het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) totdat hij in 1972 door de Mossad werd gedood. Op een grote witte tafel, versierd met een Palestijnse vlag, liggen geprinte exemplaren van boeken, pamfletten en stickers. De tafel wordt geflankeerd door een klein kastje met tientallen fysieke boeken, met titels als The Hundred Years’ War on Palestine; Landscape of Hope and Despair en The Forgotten Palestinians.

Repressie

Oprichter Nuha, student Biomedische Wetenschappen, opende de bibliotheek in oktober vorig jaar samen met medestudent Alex. Geen van beide studenten wil hun volledige naam in Ad Valvas, omdat ze slechte ervaringen hebben gehad met eerdere activistische evenementen. “Ik wilde dit al lange tijd doen, een plek op de campus creëren die over Palestina gaat. Het idee om het een bibliotheek te maken komt voort uit mijn overtuiging dat de VU het slecht doet in het onderwijzen van mensen over Palestina. In mijn studie wordt Palestina bijvoorbeeld nooit genoemd, terwijl de gezondheidssituatie in Palestina zeer relevant is voor ons studieprogramma.”

Nuha zegt zelfs dat ze het tegenovergestelde ziet gebeuren. “Mensen werken het noemen van Palestina tegen. Zo onderdrukt de VU bijvoorbeeld de stem van VU for Palestine als activistische groep. Daarom zijn we de bibliotheek begonnen om bewustzijn te creëren en in gesprek te gaan. Sommige mensen willen meer weten over Gaza, maar weten niet waar te beginnen.”

Rustige plek

Tot nu toe heeft de bibliotheek veel aandacht gekregen. “We hebben veel meer bezoekers dan verwacht, meer dan vijftig per dag”, zegt Nuha. “Sommige mensen zijn gewoon nieuwsgierig en weten weinig over Palestina – zij willen leren en stellen ons vragen. Anderen zijn goed ingelezen maar willen hun kennis verdiepen.”

Wanneer kunnen mensen de bibliotheek bezoeken? “Wanneer we op de VU zijn en energie en tijd hebben”, zegt medeoprichter Alex. “We hebben een groepschat op WhatsApp voor eerdere bezoekers, zodat zij een melding krijgen wanneer de bibliotheek open is”, voegt Nuha toe. “Iedereen is welkom om een praatje te maken.”

Ze denkt dat de rustige omgeving van de bibliotheek aantrekkelijk is, zelfs voor mensen die normaal gesproken niet snel op anderen zouden afstappen. “Sommige mensen vinden het een beetje spannend om demonstranten op de campus vragen te stellen, bijvoorbeeld tijdens VU for Palestine-protesten. Die mensen zijn eerder bereid iemand aan te spreken die rustig met wat boeken zit.”

Respectvolle gesprekken

Nuha merkte ook dat een bibliotheek een vruchtbaardere plek is voor open en respectvolle gesprekken dan een protest, waar mensen een hoog adrenalineniveau hebben. “Iemand stelde een vraag over de slogan ‘from the river to the sea’ – een vraag die in een andere omgeving als een aanval op Palestina zou kunnen worden ervaren. Maar toen we begonnen te praten, merkte ik dat het gewoon een vraag was, dus legde ik die persoon uit wat met de slogan wordt bedoeld: in de tijd van het Britse Mandaat bestond Palestina van de Jordaanrivier tot aan de Middellandse Zee. Daarna kwam de zionistische ideologie, die een staat creëerde op basis van etnische zuivering en geweld, wat ertoe leidde dat Palestijnen hun land moesten ontvluchten en zelfs werden gedood.”

De bibliotheek heeft ongeveer 130 boeken, zegt Nuha. “We proberen fysieke exemplaren van de boeken te krijgen, maar sommige zijn moeilijk te vinden in Nederland. Daarom proberen we ze in plaats daarvan te printen. Over het algemeen zouden de auteurs dat niet erg vinden. Neem bijvoorbeeld Ghassan Kanafani, de naamgever van onze bibliotheek. Met zijn ideologie in gedachten, zou hij meer dan blij zijn dat mensen zijn boek lezen zonder het te kopen – het gaat erom dat de kennis wordt gedeeld.”

Geen toestemming

Nuha noemt hun bibliotheek “een kleine vorm van activisme” waarvoor zij naar eigen zeggen geen toestemming nodig hebben. “Ik ben een student aan de VU die hier in het hoofdgebouw studeert. Oké, ik heb veel boeken en ik praat graag met mensen, maar uiteindelijk ben ik gewoon iemand die studeert. Heb ik daar toestemming voor nodig?”

Beveiligingsmedewerkers kijken daar anders tegenaan: volgens Nuha blijven ze haar vertellen dat ze toestemming nodig heeft. De beveiliging heeft meerdere keren Nuha’s studentenkaart ingenomen om haar naam en studentnummer op te schrijven. “Ondertussen weet het VU-bestuur dat we hier zijn, ze weten wie ik ben. Bestuurslid Marcel Nollen zei dat zolang het vreedzaam is, hij alle vormen van activisme oké vindt.”

Voer politici dronken

Je kunt veel over Marlon zeggen, maar vrijmoedig is-ie. Er zijn maar weinig mensen die zich zo onbeschroomd misdragen als de leider van de studentenpartij VSP met een slok op. Het getuigt van een onverschrokkenheid om U. tegen te zeggen.

Met een lang artikel gaf Het Parool alvast een aanzetje tot zijn strafblad. Marlon zou een hengst hebben uitgedeeld aan iemand die vroeg waarom hij een nazilied zong. Marlon zou een trans persoon “geestesziek” hebben genoemd. Marlon zou vrouwen expres aanraken op intieme plekken. Marlon zou medestudenten (“faggots”) in gangen achtervolgen met vragen als “ben jij gay?” en “ben jij een van hen?”.

Eerdere beschuldigingen weersproken Marlon en zijn metgezellen nog in hun podcast Vrijmoedige Praatjes: “We veroordelen intimidatie van alle aarden.”
Ook discrimineerden de mannen naar eigen zeggen niemand: “Wij staan natuurlijk voor een vrij academisch debat, waarin iedereen een plek krijgt.”

Met de kennis van nu blijkt die podcast het witwaskanaal van VSP, waarin ze onfrisse hemden met bruine vlekken onderdompelen in onschuld. Het is een bekende truc bij radicale fracties: extremistische uitingen worden voor de bühne gerelativeerd, terwijl de goede verstaander weet wat-ie eraan heeft. Dog whistles, noemt rechtsprofessor Ian Haney López ze (even voor de VU-afdeling Veiligheid en Gedrag: dit is dus wat anders dan die rape whistles die jullie de Marlons slachtoffers voorschrijven).

Marlon lijkt zelf overigens donders goed te weten wat valt binnen de grenzen van het betamelijke. Na een kleine aarzeling besluit hij bijvoorbeeld om het uiterlijk van een van zijn politieke tegenstanders toch maar niet in de podcast (lees: publiekelijk) te omschrijven. “Dan word ik gelijk gecanceld.”
Een uitgekiende strategie dus. Maar hoe heeft het dan mis kunnen gaan?

Nou, zelfs zo’n “lange, gespierde, charismatische” knul als Marlon heeft een achilleshiel. Want wat blijkt? Meneer Vrijmoedigheid kan niet zuipen. Of hij kan in ieder geval geen maat houden.

Deze column schrijf ik voor een journalistiek platform van een universiteit, dus ik hoef vast niet uit te leggen dat mensen met een zeker promillage in hun bloed dingen doen waar ze zichzelf nuchter van hadden weerhouden. Bij de een is dat vreemdgaan, bij de ander kennelijk het mishandelen van lhbtiq+’ers.

Wie de standpunten van VSP een beetje kent, wist al dat Marlon over een gebrekkige tolerantie beschikt. Maar de kleine speler heeft met zijn kwade dronk onbedoeld ook prijsgegeven dat er onder zijn al dan niet legitieme kritiek op diversiteitsbeleid en internationalisering, onversneden discriminatie schuilgaat.

Dat brengt me op een lumineus idee. Voorafgaand aan alle verkiezingen – op de VU, maar ook landelijk – organiseren we een Dronken Verkiezingsdebat. Iedere lijsttrekker is verplicht voor aanvang een fles wodka achterover te tikken en daarna laten we ze voor het oog van de camera leeglopen. Knappe jongen die zijn hondenfluitjes dan nog verborgen weet te houden. In vino veritas.

‘Ik wil werken aan meer woningen, mentale gezondheid en veiligheid’

Van Putten is druk met de campagne op Uilenstede. Zo heeft ze daar vorige week geflyerd en D66-condooms uitgedeeld: “Ook doe ik namens D66 mee aan een studentendebat en een pubquiz in Il Caffè. Daar ben ik wel veel tijd aan kwijt.” Het wordt ook heel professioneel aangepakt. “We gaan met een mediabedrijf de studio in om professionele content te maken voor sociale media.”

Voor welke thema’s wil zij zich inzetten? “Het woningtekort is vooral voor ons als studenten problematisch. Maar ook issues als mentale gezondheid en veiligheid vind ik belangrijk.” Als inwoner van Amstelveen vindt zij dat studenten ondervertegenwoordigd zijn in de gemeenteraad. D66 doet het daarom deze verkiezingen anders en kiest voor drie VU-studenten op de lijst, onder wie Lois van Putten (nr. 4) en Uilenstede-bewoner Jochem Bart (nr. 5). “Als jonge stem binnen de raad kan ik zorgen voor een frisse blik met oog voor onze doelgroep”, zegt Van Putten.

Uilenstede-bewoners vertegenwoordigen

Als eerstejaars communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU wilde Van Putten graag een bijbaan die enigszins aansloot bij haar studie en zich ontwikkelen op bestuurlijk vlak. Zo was ze als 19-jarige al bestuurslid bij de Vereniging Bewoners Uilenstede (VBU). Na ruim een jaar werd ze zelfs voorzitter van de bewonersvereniging, tot mei vorig jaar. “Ik was er het liefst de hele tijd mee bezig”, blikt ze terug. Voor deze functie had Van Putten veel contact met studentenhuisvester Duwo en de gemeente Amstelveen. Alleen studenten pleasen kon niet. “Je moet er wel voor zorgen dat beide partijen blij zijn met een uitkomst.”

Werken voor de gemeente

De ervaring bij de VBU maakte haar enthousiast voor beleid en bestuur. De keuze voor een master bestuurskunde was dan ook een logische vervolgstap. Met kennis van besturen komt het in de gemeenteraad wel goed. Daarnaast heeft Lois sinds een jaar ook werkervaring opgedaan bij de gemeente. Sinds januari vorig jaar werkt ze als werkstudent twee dagen per week bij burgerzaken. “Ik had toen net de minor bestuurswetenschap afgerond en wist vanaf dat moment vrij zeker dat ik alles op alles wilde zetten om de master binnen te komen. Ook vond ik de gemeente Amstelveen in mijn tijd bij de VBU een fijne organisatie, met leuke mensen om mee te werken.” Van Putten moet deze functie wel neerleggen als ze op 1 april als raadslid wordt beëdigd, omdat de Kieswet verbiedt om tegelijkertijd raadslid te zijn én voor diezelfde gemeente te werken.

Lees ook het interview met kandidaat gemeenteraadslid Fenna Timsi, nummer 13 op de lijst voor GroenLinks-PvdA in Den Haag: ‘Iemand afwijzen vanwege achternaam, dat moet stoppen’.

Studenten eisen sociale veiligheid, rector belooft verbetering

Het VU-bestuur heeft volgens de SRVU gefaald in het beschermen van de studenten aan de VU. Daardoor hebben extreemrechtse studenten hun medestudenten kunnen mishandelen en intimideren, meent de bond.

Er deden 200 mensen aan de protestactie mee.  Er waren veel studenten en medewerkers maar ook diverse lokale en landelijke media. Het CvB was in geen velden of wegen te bekennen.

“Wiens campus? Onze campus!”, scandeerde Paula Eikelboom van de SRVU, en vele kelen schreeuwden haar na. “Het is belangrijk om onze boosheid te uiten en de stem van de studenten een plek te geven. Beleid moet niet gaan om dialoog maar om onze veiligheid.”

Eikelboom doelde hiermee op de reactie van de VU op een publicatie in Het Parool over de misdragingen op de VU-campus, afgelopen vrijdag. Daarin stelt het bestuur dat het blijft investeren in het ‘met elkaar voeren van dit gesprek (…) om een gezonde en veilige basis te creëren waarop we gezamenlijk verder kunnen bouwen’. De SRVU eist dat studentenorganisaties worden betrokken en er ander beleid wordt gemaakt, gericht op het aanspreken van daders, het beschermen van melders en hun veiligheid op campus. Deze boodschap werd donderdagmiddag door vier verschillende sprekers ondersteund met persoonlijke verhalen.


Foto: Bryce Benda.

Rape-fluitje

Van te voren kwamen actievoerders samen in het Studentendok om te lunchen en protestborden te maken. “Ik ben boos. Ik heb zelf ervaring met huiselijk geweld. Als ik naar de VU kom wil ik gewoon studeren en dat veilig kunnen doen”, zei Student Minnie Hannuksela daar tegen Ad Valvas. Er werden oranje fluitjes uitgedeeld, een verwijzing naar de rape whistle die door de afdeling Veiligheid en Gedrag werd aangeraden aan een transstudent die slachtoffer was van seksueel geweld. Tijdens het protest werd daar hard op geblazen, om aan het bestuur te laten horen dat studenten en medewerkers zich niet veilig voelen. SRVU’ers haalden handtekeningen op voor de petitie ‘Take Back Our Campus’, waarin aangedrongen wordt op verbetering van de sociale veiligheidsmaatregelen aan de VU. Er zijn volgens SRVU 407 handtekeningen verzameld.

Spreker Jusry Eshun, lid van studentenpartij ChangeVU, vertelde over zijn ervaring met intimidatie binnen de politiek op de VU. “Eerst ging het alleen maar over woorden, maar later veranderde het in fysiek geweld”, aldus Eshun. “Ik vind het belangrijk dat de VU bij haar beleidsvorming de stemmen van studenten meeneemt.”

Bij alle sprekers werd er meerdere malen hard geapplaudisseerd. Jelle Gnoth, voorzitter van de SRVU, had de drukke opkomst wel verwacht, zei hij. “Dit gaat niet om politiek maar om sociale veiligheid, dus was er meteen een brede aanhang uit verschillende hoeken, van Antifa tot de LHBTIQ+-gemeenschap.”

Machteloos en genegeerd

“Ik ben blij dat deze actie zoveel aandacht krijgt, maar de volgende stap moet zijn dat er echt iets verandert bij de VU”, zei Sahand Mozdbar, voorzitter van de Amsterdamse studentenvakbond ASVA. SRVU’er Nadya Selecká onderschreef dat: “Ik ben er echt klaar mee mij machteloos en genegeerd te voelen. En ik ben blij te zien dat zoveel mensen willen dat het facking verandert.”

“In de afgelopen twee jaar dat ik bij ChangeVU zat, was ik getuige van pesterijen en intimidatie”, aldus Diana Yosifova, voorzitter van ChangeVU. “Dit is geen polarisatie, dit is geweld. Ik ben er om nee te zeggen tegen de passieve houding van de VU en om een onmiddellijke herziening van de gedragscode te eisen.”

De actie sloot af met de oproep van Paula om nog één keer met alle aanwezigen op het rape-fluitje te blazen. “Om nog één keer echt duidelijk te maken. Luister naar ons: wij willen veilig zijn.”

Rector belooft ‘daadwerkelijke verbetering’

In een ‘open brief aan alle VU-studenten‘ erkent rector magnificus Jeroen Geurts dat ‘onze eerdere communicatie de urgentie waarmee wij willen handelen onvoldoende duidelijk heeft overgebracht’ en hij belooft ‘een kritische evaluatie van onze Gedragscode, onze meldstructuren en het bredere gesprek op de campus over sociale veiligheid’.  In overleg met vertegenwoordigers van de VU-gemeenschap gaat het VU-bestuur ‘concrete stappen’ nemen ‘om tot daadwerkelijke verbetering te komen’.

Bestuur studentenraad stapt op na crisis rond Vrijmoedige Studentenpartij

Siri spreekt van “bullying”, Bruggink heeft het over “ontmenselijking”. “En niet door de VSP”, zegt Siri, “maar door mijn eigen partij, ChangeVU”. De twee vinden dat er in de USR zo’n onveilige sfeer is ontstaan dat ze niet alleen aftreden als dagelijks bestuur, maar ook als raadsleden. Bovendien verlaten ze hun partij. “Het vertrouwen is onherstelbaar beschadigd”, aldus Bruggink.

Puppets van het college van bestuur’ werden de twee genoemd. Harde verwijten werden hen gestuurd via Whatsapp. “De krachttermen die zijn gebruikt… we werden als dingen weggezet”, vertelt Bruggink. “Door mensen die we jaren kenden, met wie we bevriend waren, die zó over ons praten. Ze lijken te vergeten dat wij ook mensen zijn.”

Al eerder bestuurslid opgestapt

Spanningen binnen de USR (toen voor het eerst met vertegenwoordigers van de VSP erin) leidden in 2024 ook al tot het opstappen van een lid van het dagelijks bestuur, voorzitter Guido Groenescheij. “Voor het eerst waren er dit jaar in de raad felle meningsverschillen over fundamentele dingen, over de manier waarop er moest worden samengewerkt”, vertelde hij toen aan Ad Valvas.  Hij zei toen dat hij zich niet meer op de campus kon vertonen “zonder dat iemand bij me kwam klagen over iemand anders.” Toen hij deze ongezonde sfeer met andere USR-leden wilde spreken, en over de grenzen waar hij tegen aanliep, voelde hij zich niet gesteund en besloot hij het bijltje erbij neer te leggen. 

“De emoties zijn zo hoog opgelopen dat dialoog niet meer mogelijk is”, zegt Siri. “De persoonlijke aanvallen die we voor onze kiezen kregen, zo ga je niet met mensen om. Terwijl we echt ons best hebben gedaan, dagen van tien uur gemaakt, van vergadering naar vergadering gehold — schrijft iemand in een app dat ze zo ook wel bestuurder wil zijn, door niks te doen en geld op te strijken. Dat is zo oneerlijk.”

Aanranding

De spanningen liepen vooral op na de mishandeling van een student, eind november in Bar Boele, door VSP-oprichter Marlon Uljee. Maar er zou ook een USR-lid zijn aangerand door een andere VSP’er. Het slachtoffer wilde daarover niet naar buiten treden, maar de zaak kwam toch in de openbaarheid toen ChangeVU-leden, gefrustreerd door het kennelijke gebrek aan daadkracht door de VU, erover uit de school klapten in Het Parool.

Vanwege die vermeende aanranding kon de USR niet meer vergaderen omdat USR-leden niet meer met VSP’ers om de tafel wilden. Siri en Bruggink trokken daarom externe deskundigen aan die op basis van gesprekken met de USR-leden naar een werkbare vorm zouden zoeken. Om dat proces niet te verstoren, werd de leden van de USR én de ondernemingsraad (OR), die samen de medezeggenschap vormen, gevraagd intern en extern niet over de zaak te communiceren.

Geen mediaverbod

Dat schoot de boze ChangeVU-leden in het verkeerde keelgat. In Het Parool wordt nu de indruk gewekt dat het de medezeggenschap door de VU is verboden met de media te praten over de VSP. “Dat is totaal niet wat we bedoelden”, zegt Bruggink. “Met intern bedoelden we de USR en de OR, met extern het college van bestuur. We zouden nooit iemand vragen niet met de media te praten. Ik heb zelf met diverse media gepraat.” Achteraf vindt ze wel dat ze een en ander beter had kunnen formuleren.

“Het ging ons om de integriteit van de raad en vooral om het belang van het aanrandingsslachtoffer”, zegt Siri. “Zij schaamde zich en alles wat we hebben gedaan, was om te proberen háár te beschermen.”

“Het was niet aan andere raadsleden om haar verhaal naar buiten te brengen”, aldus Bruggink. “Ik heb het idee dat ze zich daartoe gedwongen heeft gevoeld omdat iemand anders erover met Het Parool heeft gepraat.”

Dingen aangedikt

Bruggink heeft zich geërgerd aan mensen die volgens haar opschepten dat ze in het Parool dingen hebben aangedikt of verzonnen en andere dingen hebben weggelaten. “Zo dom… als mensen één detail vinden dat niet klopt, gebruiken ze dat om het hele verhaal te ontkrachten. En de feiten zijn al erg genoeg.”

Dat ze puppets – marionetten van het college van bestuur – zijn genoemd en daarmee onder één hoedje zouden spelen, kwetst Bruggink en Siri zeer. “We hebben het bestuur keiharde kritiek gegeven”, zeggen ze allebei. Ze vinden ook allebei dat de boosheid van de raadsleden terecht is. De VU ís volgens hen tekortgeschoten en heeft veel te weinig gedaan. “Als er eerder was ingegrepen, had Uljee die student niet mishandeld”, meent Bruggink. Wat zij en Siri zelf hadden moeten doen, realiseert ze zich nu, is de rest van de USR meer betrekken bij hun besprekingen met het college van bestuur (CvB). “We hadden niet altijd iets nieuws te vertellen en dan lieten we niks van ons horen. Dat hadden we wel moeten doen.”

Bruggink: “ChangeVU-leden vonden dat we de leiding moesten nemen door te escaleren en te dreigen naar de media te stappen. Ik geloof daar niet in. Je moet blijven praten. Niet met de daders, daar ben ik ook tegen, maar wel met het CvB. En nogmaals, ik begrijp de woede, maar voordat je boze berichten gaat sturen naar het dagelijks bestuur, denk even na, slaap er een nachtje over, de volgende dag is je woede bekoeld en denk je er vast anders over.”

‘We hebben te fel gereageerd’

Voormalig USR-lid Simon Westhoff, nog steeds actief bij ChangeVU, vindt ook dat er te fel is gereageerd op het dagelijks bestuur van de USR. “Dat betreur ik en het doet me ook pijn.” Volgens hem is iedereen bij de USR “overwerkt” en heerst er een “gevoel van onmacht” binnen de raad en bij ChangeVU. “Anne en Oskar zijn geen puppets van het CvB”, zegt hij. “Ze hebben gedaan wat ze konden op basis van de informatie die ze hadden, die ze niet altijd konden delen. Ze moesten van meeting naar meeting hollen en konden zich niet genoeg bezighouden met hun normale kerntaken.”

Hij erkent dat het dagelijks bestuur constructief moet zijn en zich aan procedures moet houden. “Maar tegelijk is de veiligheid van alle USR-leden ook hun verantwoordelijkheid.” Westhoff vindt dat ze zich harder hadden moeten opstellen tegen het CvB en alle betrokkenen beter hadden moeten informeren over wat zich afspeelde tussen het dagelijks bestuur en het CvB. “Maar het is niet normaal dat ze met deze grote verantwoordelijkheden zijn opgezadeld. Ze hebben geprobeerd te doen wat het beste voor de groep is.”

‘Spanningen? Welke spanningen?’

“Spanningen binnen ChangeVU? Dat zou ik niet zeggen”, reageert voorzitter van ChangeVU Diana Yosifova. “Er was de hele tijd al ontevredenheid over het gebrek aan communicatie tussen het dagelijks bestuur en de rest van de USR. Dat nemen we dat bestuur niet kwalijk, want het was een ongewoon jaar, met Marlon en alles.” Dat is volgens haar vooral de VU te verwijten. “De reactie van het CvB op het recente Parool-artikel helpt ook niet echt. Het lijkt nog steeds niet te beseffen wat hier echt aan de hand is, in elk geval geen politieke polarisatie, zoals het in dat bericht schrijft.”

Maar ChangeVU gaat na het vertrek van het USR-bestuur gewoon door, zegt ze. “Er wordt een nieuw bestuur gekozen en we gaan ons voorbereiden op de komende studentenraadsverkiezingen.” Of die gewoon kunnen doorgaan? “Dat met de VSP speelt nu al drie jaar, aan de andere universiteiten is de VSP opgeheven, dus ik zie niet waarom niet.”

Commissie vergadert niet mee

Niet alleen de vergaderingen van de USR kunnen niet doorgaan door de VSP-crisis, ook de commissie Onderzoek & Onderwijs van de Gezamenlijke Vergadering (GV) – de vergadering van de USR en de ondernemingsraad – heeft besloten niet meer te vergaderen vanwege ‘onvoldoende wederzijds respect en vertrouwen om op constructieve wijze overleg te voeren tussen vertegenwoordigers van studenten en werknemers’, schrijven de twee voorzitters van de commissie. Ze klagen dat ook de OR door het CvB niet goed is geïnformeerd over de incidenten met de VSP. Ze eisen dat er een concreet plan komt ‘gericht op het herstel van het vertrouwen binnen de VU-gemeenschap in brede zin en binnen de USR en het gezamenlijk overleg met de ondernemingsraad in het bijzonder’, anders blijft de situatie volgens hen onwerkbaar.

Protestactie

Met als slogan ‘Take Back Our Campus’ organiseert studentenvakbond SRVU op donderdag 12 februari een protestactie tegen de sociale onveiligheid op de VU-campus. SRVU vindt dat de VU faalt in het handhaven van de sociale veiligheid, schrijft de bond op Instagram.

SRVU heeft ook een petitie online gezet waarin ze er bij de VU op aandringt concrete maatregelen te nemen zodat het weer veilig wordt voor met name kwetsbare studenten en ook om het systeem van vertrouwenspersonen onder de loep te nemen.

De protestbijeenkomst is op het campusplein en begint om 12:45 uur.

De vervangbare werkbijen van de wetenschap

“De druk om een deel van mijn werk af te krijgen is ongelooflijk hoog”, vertelt een postdoc bij een sociale wetenschap aan de VU. “Het project zit vast, maar mijn begeleiders verwachten wel dat ik binnenkort met publiceerbare resultaten kom. Ik heb geen idee hoe ik aan die verwachtingen moet voldoen.” De postdoc, die anoniem wil blijven, slaapt er slecht van. Ze is zwanger en maakt zich zorgen over wat al die stresshormonen met haar ongeboren kind doen. Binnenkort gaat ze met zwangerschapsverlof. Ze heeft geen idee hoe ze haar werk voor die tijd af moet krijgen. “Ik heb al vaak geprobeerd uit te leggen waar het project op vastloopt, maar het lijkt alsof mijn begeleiders dat niet willen horen.”  

Ernstig depressief 

Helaas is ze geen uitzondering. Postdocs hebben gemiddeld genomen veel werkstress, blijkt uit onderzoek van hoogleraar organisatiewetenschap Christine Teelken, die op vrijdag 13 februari haar oratie houdt aan de VU. En hun situatie is de afgelopen jaren verslechterd. In 2019 gaven postdocs aan de VU hun welzijn gemiddeld een 4,7 op een schaal van 1 tot 7. In 2025 was dat een 2,47 – ruim twee punten lager, zo blijkt uit het onderzoek dat Teelken samen met haar collega’s Inge van der Weijden en Romy van der Lee deed. Die verslechtering verbaasde de onderzoekers zelf ook. “Er is meer oog voor de dingen waar postdocs tegenaan lopen vanuit bijvoorbeeld HRM, maar blijkbaar is dat niet genoeg.”  

Tips voor postdocs

Laat je niet gebruiken, wees je ervan bewust dat je belangrijk bent voor het onderzoek 

Organiseer je, leg contact met andere postdocs, vorm samen een netwerk.

Wees je ervan bewust dat er ook buiten de academische wereld veel vraag is naar hoogopgeleide mensen 

Bron: Christine Teelken, hoogleraar organisatiewetenschap 

Bij 42% van de postdocs zijn de klachten dusdanig ernstig dat er zorgen zijn over hun mentale welzijn (in 2020 was dat 39%). Ze lijden vooral aan depressieve gevoelens en angstklachten. Een derde van de postdocs heeft slaapproblemen, ongeveer de helft staat onder constante spanning. Dat ligt hoger dan in de rest van de bevolking. Het probleem is internationaal. Ook postdocs in Duitsland ervaren veel stress: een onderzoek van het Max Planck Instituut onder 872 van zijn eigen postdocs liet zien dat bijna een derde van hen matig tot ernstig depressief is en een kwart last heeft van matige tot ernstige angstgevoelens.  

De postdocs uit het onderzoek van Teelken wijzen hun werkomstandigheden aan als oorzaak van hun stress: de onzekerheid van hun contract, de werkdruk, de onderlinge concurrentie die de werksfeer verziekt, vriendjespolitiek en slechte begeleiding worden vaak genoemd. Over de inhoud van hun werk zijn ze over het algemeen positief, maar dat zijn ze veel minder over de organisatie en de werkomstandigheden. ‘I feel like a disposable’, schrijft een van hen. 

Kwetsbare fase 

“De postdoc-fase is de meest kwetsbare fase in een academische carrière”, stelt Teelken. “Postdocs beginnen vaak in een nieuw land, er is minder begeleiding en er zijn minder voorzieningen dan voor promovendi. Ze staan er vaak alleen voor.” Hun contract is bovendien korter dan dat van een promovendus en ze zitten in de levensfase waarin de vraag of ze wel of geen kinderen willen dringender wordt. Sommigen lopen er tegenaan dat collega’s en begeleiders maar beperkt in ze willen investeren omdat ze over een paar jaar toch weer weg zijn. Openlijk klagen kunnen ze niet. Als ze ooit een vaste academische positie willen, zijn ze afhankelijk van referenties van hun begeleiders.  

“De vooruitzichten op een vaste baan zijn ronduit slecht”, zegt een postdoc bij exacte wetenschappen. Voor haar is de belangrijkste bron van stress dat ze enerzijds geacht wordt een flinke hoeveelheid werk te verzetten binnen het project waarop ze is aangenomen maar dat er daarnaast andere dingen nodig zijn om haar kansen te vergroten op een vaste academische positie. Daarom houdt ze de contacten warm met mensen in het onderzoeksveld waar ze haar PhD heeft gedaan en gaat ze ook naar conferenties die niet meteen binnen het vakgebied vallen waarin ze nu werkt. En dat allemaal naast een gezin met twee jonge kinderen. 

‘De vooruitzichten op een vaste baan zijn ronduit slecht’ 

Beide postdocs die we voor dit artikel spreken, hebben het gevoel dat ze zich geen foute keuzes kunnen veroorloven. De sociale wetenschapper twijfelt soms of ze er wel goed aan heeft gedaan om naar Nederland te komen. Als ze in haar thuisland was gebleven, had ze meteen een vaste aanstelling als universitair docent kunnen krijgen. “Maar met mijn Nederlandse man had ik afgesproken dat we na mijn promotie naar Nederland zouden gaan.” Ze houdt zichzelf voor dat verhuizen naar een ander land altijd moeilijk is, maar toch valt het haar tegen. De laatste tijd huilt ze veel en schrikt ze ’s nachts wakker, een combinatie van zwangerschapshormonen en stress, denkt ze zelf.  

Onzichtbare groep 

Postdocs zijn een betrekkelijk onzichtbare groep in de academische wereld. Ze werken niet meer toe naar een promotie en ze zitten doorgaans op korte contracten van een jaar of twee, drie, soms zelfs maar één jaar. Maar ze verzetten een enorme berg werk. Ze nemen een flink deel van de kortlopende onderzoeksprojecten voor hun rekening en geven daarnaast onderwijs en begeleiden soms promovendi. Na afloop van hun contract worden ze vervangen door een nieuwe generatie postdocs. Je zou ze de werkbijen van de universiteit kunnen noemen.  

Hoeveel postdocs er precies aan de VU rondlopen is niet eens bekend. Teelken: “In het UFO-systeem (het systeem waarin universitaire functies worden geregistreerd) bestaat de functie postdoc niet. Je hebt de UFO-categorieën Onderzoeker 3 en Onderzoeker 4, een groot deel daarvan is postdoc, maar niet allemaal.” Aan de VU zitten zo’n 700 onderzoekers in die twee profielen, Teelken schat dat zo’n twee derde van hen postdoc is.  

Onzekerheid en hard werken, voor een paar jaar is dat prima te doen, zolang je weet dat er een eind aan komt. Maar jonge wetenschappers moeten steeds langer wachten op een vaste academische positie. “De grens van onzekerheid schuift op”, stelt Teelken. De oudste postdocs in haar onderzoek zijn dik in de veertig. Die jarenlange onzekerheid drukt zwaar op wetenschappers; het beïnvloedt hun levenskeuzes. Teelken kwam in haar survey vrouwelijke wetenschappers tegen die geen kinderen kregen en daar achteraf spijt van hebben.  

Droom opgeven 

Voor de twee postdocs die we spreken is de langdurige onzekerheid een bron van stress. “Het is stressvol om de hele tijd bezig te zijn met wat je volgende stap moet zijn”, vertelt de exacte wetenschapper, “om voortdurend te moeten solliciteren en aanvragen voor beurzen te schrijven, die elke keer net weer een beetje anders zijn; om je voor te stellen hoe het is om weer in een ander land te leven, je af te vragen wat de beste stap is voor je carrière, maar ook voor je gezin. Ik houd van het internationale klimaat van de wetenschap, maar er zit een grens aan hoelang ik dit kan volhouden.”  

Ook de sociale wetenschapper denkt er soms over om haar academische carrière op te geven vanwege de onzekerheid en de stress die daarmee gepaard gaat, maar niet omdat ze dat graag wil: “Sinds mijn negentiende heb ik toegewerkt naar een academische carrière”, zegt ze. “Het zou me zwaar vallen om die droom op te geven, maar ik zit er soms zo doorheen dat ik geen andere mogelijkheid zie.” 

Dat belicht een ander aspect van deze groep: postdocs zijn over het algemeen heel gemotiveerd en enthousiast over hun werk. “Postdocs zijn heel waardevol, ze onderschatten zelf vaak hoe belangrijk ze zijn”, stelt Teelken. “We moeten ze meer op waarde schatten. Ik begrijp dat universiteiten niet iedereen een vast contract kunnen bieden, maar het is wel tijd dat er meer aandacht en begeleiding komt voor postdocs, want ze doen onmisbaar werk.” 

Voor dit artikel sprak Ad Valvas met twee postdocs die hun verhaal anoniem wilden delen, hun identiteit is bij de redactie bekend. De oratie van Christine Teelken vindt plaats op vrijdag 13 februari.  

Geweld mag je niet negeren

In Hegels denken over de ‘ander’ ontstaat identiteit altijd in verhouding tot een ander: wij bestaan bij de gratie van een zij. Ook op onze campus werkt dat mechanisme. Wanneer een studentenpartij zich neerzet als dé vertegenwoordiger van ‘de student’, ontstaat automatisch een zijlijn. Die lijn volgt kenmerken die afwijken van de dominante norm, zoals afkomst en seksuele oriëntatie. Wie daarbuiten valt, raakt gemarginaliseerd, uitgesloten of zelfs gediscrimineerd. Ik heb het niet over mijn huisgenoot die iemand op een frikandel speciaal vond lijken (terecht). Op de VU gaat het om vooroordelen die overlopen in haat of geweld.

Het zijn de studenten die niet tot een fatsoenlijk gesprek in staat zijn, ondeugden als in-groupdenken cultiveren en vijandigheid normaliseren. Zij die, ondanks hun lofzang op het vrije debat, hun stoel bewust leeg laten zodra die kans zich daadwerkelijk aandient. Achter hun grote gebaar schuilt dan ook een simpel motief: publiciteit. Hun intenties passen moeiteloos in één krantenkop.

Voor de duidelijkheid: moet je kritiek kunnen hebben op de universiteit? Uiteraard. Zijn sommige activisten schuldig aan het schenden van onze campusnormen? Idem. Is opportunisme niet menselijk en hypocrisie van alle tijden? Ja (schuldig). Maar zo schaamteloos, dat is nieuw. Wie uitsluitend zendt zonder te luisteren, creëert geen academische vrijheid, maar ondermijnt die.

Logischerwijs rijst de vraag: en nu? Het is enorm verleidelijk om ze te negeren. Alleen gaat het hier niet om een gevalletje racistische oom op een kringverjaardag. Geweld kan namelijk niet genegeerd worden. Bovendien lijkt de universiteit hier al expert in te zijn, en dat heeft ons de afgelopen jaren niet verder geholpen. En weerleggen? Een beeld ontkennen is het activeren ervan: denk níét aan een roze olifant!
Journalist Rob Wijnberg schrijft echter hoe het bieden van een alternatief dominant narratief, onze redding kan zijn. Een narratief waarin minderheden op de campus niet worden neergezet als potentiële stoorzenders of ideologische bijzaak, maar als volwaardige en gelijkwaardige leden van de academische gemeenschap. Zolang het frame van haat leidend blijft, blijven minderheden aan de zijlijn.

Laat de dikke-ikmentaliteit verleden tijd zijn. In de woorden van Toon Hermans moeten er mensen zijn die roepen van de daken dat er liefde is en wonder; als al die anderen schreeuwen: alles heeft geen zin, dan blijven zij roepen: neen, de wereld gaat niet ten onder. Zij zien in ieder einde weer een nieuw begin. Egoïsme mag dan aanstekelijk zijn, maar altruïsme is dat ook. Ik kies voor dat laatste.

Hoe de VSP zich inzet voor het open debat

Op 26 november vorig jaar haalde psychologiestudent Marlon Uljee De Telegraaf met een jankverhaal dat hem de StudenTalentprijs was ontzegd omdat hij rechts is. De studentenraad van de faculteit gedrags- en bewegingswetenschappen zou hem hebben voorgedragen voor de prijs ‘vanwege mijn inzet voor academische vrijheid, open debat en mijn maatschappelijke bijdrage’, zegt hij in het artikel. De VU verklaart dat politieke voorkeur geen enkele rol speelt en laat weten dat de StudenTalentprijs is bedoeld voor studenten ‘die een bijzondere maatschappelijke of culturele bijdrage leveren, een grensverleggende instelling tonen en als rolmodel kunnen fungeren’. ‘De uiteindelijke voordracht wordt altijd door het faculteitsbestuur bepaald’, aldus de VU.

Ad Valvas wilde meer weten en benaderde het college van bestuur, de decaan gedrags- en bewegingswetenschappen en de facultaire studentenraad, maar zoals altijd, als het de VSP betreft, gingen overal de luikjes dicht. De decaan liet weten ‘geen uitspraken te doen over individuele studenten of medewerkers in verband met privacy’.

In de nacht van 27 op 28 november sloeg Uljee volgens verschillende getuigen in Bar Boele een mede-VU-student, die hem aansprak op het zingen van een nazilied, meerdere keren zo hard in zijn gezicht dat die naar het ziekenhuis moest. Een omstander schold hij uit met het n-woord. Dit was een dag nadat Uljee in De Telegraaf betoogde dat hij een prijs verdiende voor zijn inzet voor academische vrijheid, open debat en zijn maatschappelijke bijdrage. En weer reageerde de VU dat ze geen uitspraken doet over individuele personen of specifieke details.

Kwaad daglicht

De mantra dat over individuele gevallen geen uitspraken worden gedaan vanwege privacy, is bevreemdend in het geval van Uljee, die zichzelf voortdurend agressief en intimiderend gedraagt in de publieke ruimte, in het bijzijn van talloze getuigen en daar steeds mee weg lijkt te komen. Ook zoekt hij voortdurend zelf media op als De Telegraaf, Ongehoord Nederland en Powned om de VU in een kwaad daglicht te stellen. Blijkbaar hecht hij zelf minder waarde aan zijn privacy dan de VU.

Vorig voorjaar, tijdens de studentenraadsverkiezingen, hebben hij en andere VSP’ers leden van de progressieve studentenpartij ChangeVU en andere studenten geïntimideerd en uitgescholden, vernielingen aangericht en kwetsende graffiti aangebracht in het Studentendok, de gemeenschappelijke activiteitenruimte voor studenten. Iemand van de receptie van het Studentendok werd door hem volgens verschillende getuigen voor ‘kankerhoer’ uitgescholden.

De mantra dat over individuele gevallen geen uitspraken worden gedaan vanwege privacy, is bevreemdend

Het jaar daarvóór, tijdens de studentenraadsverkiezingen van 2024, werden er door de VSP stickers verspreid met de tekst ‘Er zijn twee genders! Durf jij het nog te zeggen?’. Die zouden onder andere in de genderneutrale toiletten en rond de Pride-bibliotheek zijn opgeplakt. Maar het was ChangeVU die door de kiescommissie van de VU werd berispt toen ze daarop reageerde.

Open debat

De VSP heeft het altijd over het open debat waar ze voor zou staan, maar ze liet verstek gaan bij het verkiezingsdebat van vorig jaar en beantwoordt nooit vragen van Ad Valvas, omdat eerdere berichtgeving over de VSP de partij onwelgevallig was. Toen een Ad Valvas-redacteur schriftelijk een aantal vragen stelde over onder andere de opstelling van de partij jegens lhbti+’ers, werd ze belachelijk gemaakt in een podcast van de VSP. Na een artikel over de incidenten tijdens de studentenraadsverkiezingen richtte de woede van Uljee zich weer op Ad Valvas, uiteindelijk resulterend in een aangifte wegens smaad en laster tegen hem.

De VSP zendt alleen maar en legt nergens verantwoording over af. In filmpjes op Instagram en podcasts op Spotify klaagt de partij over censuur en intimidatie van rechtse studenten door de VU, zonder ooit duidelijk te maken waar het precies over gaat. Er wordt steeds van alles gesuggereerd, maar nooit iets aangetoond. VSP’ers roepen dat “de gekte moet stoppen” zonder daarover kritische vragen te beantwoorden.

Kokhalzen van woke

Wel is Uljee dol op De Telegraaf, die hem regelmatig laat leeglopen over woke en linkse censuur. Drie keer leidde hij een camerateam over de VU-campus, behalve van De Telegraaf ook van Powned en Ongehoord Nederland, langs de Pride-bibliotheek, het Dekolonisatielab en de Green Office, om te suggereren dat al het geld van de VU naar zulk soort “gekte” gaat in plaats van naar goed onderwijs en onderzoek.

Op het YouTube-kanaal van Café Weltschmerz, voor en door handelaren in complottheorieën en pseudowetenschappen, zitten twee mannen te knikken terwijl Uljee zit te fantaseren over woke en intimidatie op de VU, pogingen de VSP “totaal te elimineren uit de academische gemeenschap” en het enorme succes van de VSP. Geen kritische vragen, dus Uljee voelt zich senang.

De VSP zendt alleen maar en legt nergens verantwoording over af

De VSP zit duidelijk in de “stevig rechtse” hoek, niet alleen qua methodes, maar ook wat ideeën betreft. Toen op de VU-campus de Pride-vlag gestolen werd en vervangen door een VOC-vlag, zei Uljee in De Telegraaf dat ‘Als je iets door iemand zijn strot duwt, is het logisch dat men gaat kokhalzen’. De bezuinigingen op het hoger onderwijs werden door de VSP toegejuicht omdat universiteiten teveel geld zouden uitgeven aan ‘wokeprojecten’ in plaats van aan onderzoek en onderwijs.

Genderwaanzin

Maar op racisme of islamofobie waren ze tot de gewelddadige nacht van 27 op 28 november doorgaans niet te betrappen. De VSP heeft een aantal leden van kleur en op een filmpje op het Instagram-account van de VSP adviseert een gesluierde moslimvrouw op de VSP te stemmen. Opvallend is dat de VSP zich nooit kritisch heeft geuit over de Gaza-protesten op de campus. Ook over de onveiligheid van Joodse studenten en docenten, een stokpaardje van veel andere rechtse partijen, heeft Uljee nooit iets gezegd. Hij zat vorig jaar in een uitzending van het SBS6-programma Nieuws van de Dag te oreren over woke op de universiteit toen hij werd onderbroken door Telegraaf-journalist Wierd Duk die begon over Joden die zich aan de VU onveilig voelen. “Ja dat ook”, zei Uljee, en begon toen over “genderwaanzin”.

Nu komt Uljee bij het Forum voor Democratie vandaan, waarvan de oprichter eens zei dat hij niemand kende die geen antisemiet was en waar nog steeds mensen zitten die je minstens van nazi-sympathieën kunt verdenken. Andere leden, bijvoorbeeld iemand van de Leidse afdeling van de VSP, hebben banden met obscuurdere extreemrechtse clubs.

Misschien was het zingen van een nazilied dus meer dan een studentikoos gebbetje en het roepen van het n-woord naar een zwarte student niet alleen maar een provocatie om die student uit de tent te lokken.

VSP’ers verlaten het zinkende schip

Een voormalig lid van de universitaire studentenraad aan de VU heeft VSP vorig voorjaar al afscheid genomen van de VSP vanwege de terreur van zijn partijgenoten tijdens de studentenraadsverkiezingen. Ook de VSP-fractie op de UvA en de Utrechtse afdeling hebben het VSP-schip inmiddels verlaten.

Uljee zelf is inmiddels weer op de VU-campus gezien. Hij heeft zichzelf gecanceld, maar de Pride-bibliotheek, de Green Office, het Dekolonisatielab, de woke duurzaamheidsdoelen en de genderneutrale wc’s hebben op hem blijkbaar hun aantrekkingskracht niet verloren.