Roze khob dashte bashi! Of: fijne dag van de moedertaal! Dat is de vertaling uit het Dari, een van de vele talen die gesproken wordt in Afghanistan. Dat ik hier nog nooit van had gehoord voor vandaag is eigenlijk een schande, gezien het feit dat het de moedertaal is voor zo’n 75 miljoen mensen en dat meer dan 300 miljoen mensen het wereldwijd spreken.
De organisatie van de Dag van de Moedertaal, de NT2-afdeling van de VU, heeft zichzelf tijdens de organisatie van deze middag twee vragen gesteld. Ten eerste: wat is de betekenis van iemands moedertaal? En wat is de ruimte die taal in mag nemen op de universiteit? Schrijver en columnist Abdelkader Benali, onze gids tijdens het spreekmoment, vertelt ons waarom voor hem de taal Tamazight zo intiem aanvoelt. Hij vertelt over een aflevering in de serie The Pitt waarin een vrouw op de ic belandt, maar geen Engels spreekt.
Benali ziet in deze vrouw op de ic zijn eigen moeder, waarvoor hij vroeger vaak genoeg bij de dokter het Nederlands moest vertalen naar het Tamazight en weer andersom. Hij beschreef hoe het is voor iemand om een tweede taal te moeten leren. Dat je voordat je daarmee begint, de moedertaal – een taal die verbonden is met je verleden – moet afschudden om je open te stellen voor een nieuwe taal.
Rokerige omgeving en portgeur
English Literature student Amir Naiemi en een vriend van hem brachten, als aansluiting op het thema van afscheid nemen van je moedertaal, een verhaal met Aladdins moeder in de hoofdrol ten gehore. De geest vertelt, onder begeleiding van Naiemi op het snaarinstrument sitar, dat de moeder van Aladdin nooit meer door Aladdin zelf herkend zal worden. Het verdriet dat de moeder voelde terwijl de geest dit zei, staat symbool voor de angst die je kunt ervaren om je moedertaal te verliezen tijdens het leren van een nieuwe taal.
Maxime van der Reijden, student creatief schrijven, laat in haar performance van haar gedicht Ode aan het Leids zien dat de moedertaal toch nog altijd ergens verstopt zit in een symbolisch dichtgetimmerd kistje. Een kistje dat met veel kracht en moeite, tijdens bijvoorbeeld angst of woede, plots kan openslaan en de herinneringen loslaat die verbonden zijn aan de moedertaal. Voor haar komen dan haar grootouders tevoorschijn, met hun Leidse taal, rokerige omgeving en portgeur. Van der Reijden probeert met haar gedicht over het uitstervend Leids te laten zien hoe mensen trots kan zijn op hun moedertaal, een taal die zijzelf niet meer kan spreken.
Al met al is de boodschap van de Dag van de Moedertaal om mensen meer bewust te maken van het feit dat taal niet alleen een droge manier is om te communiceren, maar ook een uitdrukking van cultuur is. Na het gedicht van Van der Reijden waren er vier taalworkshops (Arabisch, Turks, Farsi en Russisch) en een cursus parallel taalgebruik, waarin de deelnemers uitzochten hoe je effectief kunt vergaderen met een groep meertalige collega’s. De taalworkshops werden gegeven door enthousiaste NT2-studenten (Nederlands als tweede taal). Het betrekken van de studenten was een belangrijk onderdeel van de middag. “Mensen met een andere moedertaal kunnen wat meebrengen en niet alleen wat leren”, aldus NT2-medewerker Camille. En daar sluit ik me bij aan. Om te laten zien dat ik echt wat geleerd heb van deze dag, zou ik graag willen afsluiten in dezelfde taal waarin ik ook begon, namelijk in Dari. Dus hierbij: Khoda Khafez! (Tot ziens!)