Wmo-abonnement onsympathiek voorstel

OPINIE

29 januari 2018

Wmo-abonnement onsympathiek voorstel

Een vast abonnementstarief voor de Wet maatschappelijke ondersteuning lijkt sympathiek, maar dat is het niet, vindt Raymond Gradus.

Het nieuwe kabinet wil de eigenbijdrageregeling in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aanzienlijk beperken. Is de maximale eigen bijdrage Wmo nu nog afhankelijk van huishoudsamenstelling, inkomen en vermogen, vanaf 2019 geldt een vast abonnementstarief van 17,50 euro per 4 weken voor iedereen.

Het haalt de hele gedachte achter de participatiesamenleving onderuit en gemeenten die ingezet hebben op thuiswonen worden extra getroffen. De prikkel voor veel mensen die nu naar volle tevredenheid bijvoorbeeld zelf de huishoudelijke hulp organiseren, valt immers weg. Inwoners die, zeg voor drie uur om de week 100 euro per maand betalen, zouden straks een dief van hun portemonnee zijn als ze niet bij de gemeente aankloppen. Voor hen wordt het dus veel goedkoper gebruik te maken van een Wmo-voorziening, terwijl ze het nu prima kunnen betalen.

Ook het gebruik van andere voorzieningen wordt veel ondoelmatiger. Stel een inwoner vraagt een scootmobiel aan. Zijn lichamelijke beperkingen staan niet ter discussie. Nu wordt nog gekeken naar zijn vermogen en op basis daarvan wordt een bijdrage gevraagd. Straks kost een scootmobiel en eventueel andere voorzieningen de inwoner maar 17,50 euro per maand. Een uniform tarief voor Wmo-voorzieningen jaagt de gemeenten op extra kosten en de opgenomen compensatie is zeker niet voldoende, zo geeft overigens ook het Centraal Planbureau aan.

En belangrijker nog, het haalt de motivatie onderuit om inwoners gebruik te laten maken van de eigen kracht. Gevolg is dat er op termijn weer bezuinigd moet worden omdat weer veel meer mensen gebruik maken van regelingen, terwijl ze het zelf prima kunnen regelen. Dit zal ten koste gaan van de mensen die het níét zelf kunnen regelen.

Gemeenten hebben een aantal sociale overheidstaken van het Rijk overgenomen. Sinds de jaren negentig gaan gemeenten over woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen voor gehandicapten. Gemeenten zijn immers goed in staat om vast te stellen wie deze voorzieningen nodig heeft. Toch ging de politieke discussie vooral over de vraag of gemeenten hun budget uitgaven.

Kort na een decentralisatie van begeleiding en activering in 2015 wordt de beleidsruimte van gemeenten aanzienlijk beknot. Uit onderzoek van het Zijlstra Center in 2017 bleek dit ook bij eerdere Wmo-decentralisaties is gebeurd. Dit terwijl de gemeentelijke praktijk goed en doelmatig functioneert, zo blijkt uit de vele studies over de Wmo of de voorganger de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). En ook het systeem van eigen bijdragen ‘werkt positief’, zo stelde staatssecretaris Van Rijn begin oktober 2017 nog vast in een brief aan de Tweede Kamer.

Het lijkt dat deze praktijk onvoldoende heeft doorgeklonken toen men dit plan besprak aan de formatietafel. Zorgvuldig en betrouwbaar besturen vergt dat Haagse politici de lokale praktijk serieus nemen en niet het nemen van populaire maatregelen die op termijn niet houdbaar zijn.

De auteur is hoogleraar bestuur en economie.

Deze oproep is mede ondertekend door tien wethouders uit de Achterhoek.

Raymond Gradus
hits 2634

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.