Opinie

27 februari 2019

Transparantieplicht donaties werkt niet en miskent grondrechten

De regering wil dat openbaar wordt wie meer dan 15.000 euro doneert aan een geloofsgemeenschap. Dat raakt de grondrechten van gelovigen.

De regering wil dat openbaar wordt wie meer dan 15.000 euro doneert aan een geloofsgemeenschap. Dat raakt de grondrechten van gelovigen, stelt Adriaan Overbeeke.

Met een Wet transparantie maatschappelijke organisaties probeert de overheid zicht te krijgen op wat er zich afspeelt binnen islamitische geloofsgemeenschappen in ons land. Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming wil met dit wetsvoorstel voorkomen dat financiering van maatschappelijke organisaties gepaard gaat met ‘onwenselijke beïnvloeding’ en ‘misbruik van de vrijheden die hier in Nederland gelden’. Het gaat dan vooral om geldstromen vanuit het buitenland, waarmee ‘invloed wordt gekocht’. Die geldstromen wil het kabinet zichtbaar maken. Voortaan moeten alle grotere giften aan alle maatschappelijke organisaties openbaar worden gemaakt. De regel treft dus niet alleen buitenlandse steun aan moskeeën.

Gevers komen in beeld als ze op jaarbasis 15.000 euro of meer aan een organisatie doneren omdat die donaties ‘groot genoeg zijn om significante invloed te kunnen kopen’. Alle donaties van een kalenderjaar worden opgeteld, want dat zou ‘voorkomen dat een donateur buiten zicht blijft door donaties op te delen’. Waarom 15.000 euro als risicobedrag geldt is onduidelijk. In de praktijk werkt de drempel niet.

Een donatie van 14.000 euro aan een moskee met een jaarbegroting van 90.000 euro heeft meer impact dan eentje van 15.000 euro aan de Hervormde Kerk van Veenendaal, waar de jaaruitgaven bijna 2.000.000 euro zijn. Die laatste gift trekt aandacht, de eerste blijft buiten beeld, hoewel die goed is voor één zesde van de moskeebegroting. De uniforme drempel in de wet mist daarmee het beoogde effect.

Als ik mijn moskee 15.000 euro wil doneren maar liever níét de aandacht van buitenstaanders trek, dan gireer ik toch gewoon enkele euro’s minder? Vervolgens leg ik elke week een biljet van 20 euro als extraatje in de offerschaal. Zo overschrijd ik de 15.000-euro-grens, maar volgens het wetsvoorstel is mijn geefgedrag geen aandacht waard. Zo kan de wettelijke regel door iedere snuggere gelovige omzeild worden.

Eén geloofsgemeenschap kan voor diverse activiteiten ook verschillende rechtspersonen optuigen. Als je aan elk van die rechtspersonen afzonderlijk kleinere donaties doet die samen de 15.000-euro-drempel ruimschoots overschrijden, dan blijf je toch onder de radar omdat de drempel bij iedere rechtspersoon afzonderlijk niet wordt overschreden.

Als een organisatie donaties van 15.000 euro (of meer) ontvangt, moet die voortaan naam en woonplaats van de gever publiek maken: op een website, als die er is. Daarmee krijgt iedereen inzicht in het donateursbestand, niet alleen de overheid. Die openbaarmakingsplicht levert een privacykwestie op, of de maatschappelijke organisatie een religieus karakter heeft of niet. Vervelend voor filantropen. In het wetsvoorstel wordt betoogd dat die privacybeperking van grote gevers, alles afwegend, aanvaardbaar is.

De godsdienstige privacy - en daarmee de godsdienstvrijheid - van gevers én geloofsgemeenschappen is hier volgens minister Dekker niet in het geding: als iemand doneert aan een geloofsgemeenschap, zegt dat niets over de religieuze identiteit van de gever. Hier slaat hij de plank lelijk mis. Op dit gevoelige punt mankeert een deugdelijke verantwoording.

De auteur is universitair docent bij Rechtsgeleerdheid.

Dit is een bewerkte versie van het opiniestuk dat eerder is verschenen in het Nederlands Dagblad.

Adriaan Overbeeke

hits 139

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.